maandag 26 november 2012

Wat je zelf kunt doen om gezond te blijven

Als kersverse moeder zat ik regelmatig met mijn baby's bij de huisarts vanwege oorontsteking en agressieve luieruitlsag. Steevast kreeg ik dan antibiotica of hormoonzalfjes mee naar huis die weinig doeltreffend waren en de ellende vaak alleen maar verergerden. Het heeft me een paar jaar gekost voordat ik er achter kwam dat neusverkoudheden en oorontstekingen zelden doorzetten als je tijdig een oplossing met zout water in de neus druppelt, volkomen rust houdt en etherische olie brandt. Of dat luieruitslag genas door geen billendoekjes meer te gebruiken en de billen te behandelen met paar druppels etherische lavendelolie opgelost in plantaardige olie. Waarom vertelde mijn huisarts dat niet gelijk? Het waren simpele oplossingen die veel goedkoper en minder agressief waren dan de middelen die mij werden voorschreven. Vanaf het moment dat ik mij een jaar of 10 geleden actief met dit soort eenvoudige huis- tuin en keuken behandelingen ging bezighouden komt ons gezin zo goed als nooit meer bij een huisarts.

Blijkbaar is er veel wat je zelf kunt doen om gezond te blijven of een ziekte te overwinnen. Maar je moet er maar opkomen. In onze huidige maatschappij is er slechts een handvol huisartsen die je een yoghurtkompres adviseren alvorens op antibiotica over te gaan of erkennen dat slechtziendheid verband kan houden met oververmoeidheid of overspannenheid. Dat komt omdat zij er niet voor worden opgeleid om de gezondheid van mensen op eenvoudige natuurlijke wijze te ondersteunen maar om op technische wijze te interveniëren in een ziekteproces. Daarbij ligt de nadruk niet op de natuurlijke kracht van mensen zelf maar op hun gebreken en op het vermogen van artsen, apparatuur en medicijnen om daar aan te sleutelen. Dat een artsenstudie nog altijd 'Geneeskunde' of 'Medicijnen' genoemd wordt in plaats van bijvoorbeeld 'Heelkunde' of 'Gezondheidskunde' laat zien dat de aandacht zich toespitst op de kracht van artsen en hun middelen en niet zo zeer op de geneeskracht van mensen zelf. Die benadering heeft mensen onnodig afhankelijk gemaakt van de zorg van artsen en de middelen die zij hen voorschrijven. Bovendien wordt een cliënt met technische interventie meestal in meer of mindere mate geweld aangedaan met alle nadelige en kostbare gevolgen van dien. Inmiddels blijkt dit model van gezondheidszorg onhoudbaar. De enorme kosten die het met zich meebrengt en de schadelijke neven-effecten ervan op mens en milieu wegen steeds minder op tegen de baten.

Politieke partijen die de kosten willen drukken en tegelijkertijd de gezondheid van haar burgers willen vergroten zullen moeten investeren in gezondheidszorg die zich richt op ondersteuning van het natuurlijk systeem en de zelfredzaamheid hierin van mensen. Zodat een arts ons bij beginnende keelpijn ook gewoon naar onze eigen tuin en bed kan verwijzen. Want gorgelen met salie en daarna slapen kan ook prima werken en als je dat eenmaal weet hoef je niet meer terug naar je huisarts.
Dat dit nu niet gebeurt heeft alles te maken met grote economische belangen. Artsen, specialisten, zorgverzekeraars, ziekenhuizen en de pharmaceutische industrie verdienen veel geld aan het huidige inefficiënte systeem en zien bij een diepgaande veranderingen in de zorg hun afzetmarkt slinken. Hoe moeilijk het is hier werkelijk tegenin te gaan bleek eind 2011 toen huisarts Hans van der Linde de werking van de griepprik op wetenschappelijke gronden in twijfel trok en een belangenverstrengeling vaststelde van Roel Coutinho, directeur van het Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu (RIVM) omdat hij banden met de pharmaceutische industrie onderhield. In plaats van een open en eerlijk dispuut aan te gaan probeerde het RIVM van der Linden op grove wijze de mond te snoeren door een bodemprocedure tegen hem aan te spannen die nog altijd voortsleept.

De bedoeling van de invoering van de marktwerking in de zorg in 2005 was om via concurrentie de kwaliteit in de zorg te vergroten. Maar over welke kwaliteit hebben we het? Was er niet al sprake van een slecht functionerend systeem? En bovendien, wie bepaalt wat kwaliteit is? En hoe? De cliënt die een schadelijke antibiotica kuur krijgt maar zo'n aardige arts heeft met zo'n mooie praktijk? De marktwerking in de gezondheidszorg heeft de nadelen van onze gezondheidszorg alleen maar in de hand gewerkt en uitvergroot doordat zorgaanbieders ondernemers zijn geworden die geld verdienen aan ingrepen, consulten en medicijnverstrekking. Bijkomend voordeel voor de pharmaceutische industrie is dat zij directer invloed kan uitoefenen op onwetende burgers door hen via internet te bestoken met sluipreclames over dure medicijnen die zij vervolgens opeisen bij een arts naar keuze die hen die middelen moeilijk weigert uit angst voor verlies aan clientèle. Huisarts en epidemioloog Wouter de Ruijter pleitte er voor (Volkskrant 29-08-2012) dat huisartsen daar strenger tegen moeten optreden en cliënten op basis van evidence based onderzoek te dure medicijnen moeten weigeren. Maar het feitelijke probleem is vele malen groter dan dat wat hij schetst. Artsen moeten niet alleen nee verkopen tegen veel te dure medicijnen, zij moeten patiënten vooral gaan leren wat zij zelf kunnen doen om gezond te worden en te blijven.

Uiteindelijk ligt de verantwoordelijkheid hierin natuurlijk niet bij de huisartsen maar bij de overheid. Zij moet er garant voor staan dat gezondheidszorg en bijbehorende wetenschap onafhankelijk functioneren van het bedrijfsleven zodat we er van op aan kunnen dat de gezondheid van mensen en niet hun geld voorop staat. Dat levert op het eerste gezicht misschien een onmogelijk kostenplaatje op maar wat gebeurt er als moeders nooit meer hormoonzalfjes en antibiotica voor hun kinderen nodig hebben omdat er vriendelijker, natuurlijker en goedkopere alternatieven zijn? En dan noem ik maar een willekeurige zijstraat. De overheid mág en kán gezondheidszorg niet overlaten aan de vrije markt, belanghebbenden in de industrie of aan technici wier specialiteit het is in te grijpen in het natuurlijk systeem. Zij moet op onafhankelijke wijze een visie ontwikkelen over gezonde en betaalbare zorg. Niet alleen om de kosten laag te houden maar vooral om haar burgers te beschermen en gezond te houden.

dinsdag 20 november 2012

Lezersreacties Bevallen op eigen kracht

Het boek 'Bevallen op eigen kracht' van Wendy Schouten is echt gewéldig. Ik heb inmiddels bijna alles op het gebied van zwangerschap en bevallen gelezen en ik vond dit nieuwe boek ontzettend goed. Écht lezen! Zo snel mogelijk! Ik raad het boek overal aan en doe het iedereen die zwanger wordt in mijn omgeving cadeau. Een mooier cadeau kan je niet krijgen denk ik. Bevallen kan je zelf! Dit boek kan ook een belangrijke rol vervullen in het verwerken van een minder positieve ervaring met bevallen.
Roos de Vries, zwangerschapsyogadocent en moeder

Heel goed leesvoer voor verloskundigen die kritisch naar zich zelf durven kijken. Bovendien heb ik bij mijn eigen bevalling (18-10-2012!) aan vele passages terug gedacht.
Wendy Wielenga, verloskundige bij verloskundigenpraktijk west in Grootegast (Gron.)

Eindelijk, waar was dit boek en deze tips bij mijn vorige zwangerschappen? Alle mogelijke bevallingen al moeten ervaren en eindelijk iemand die feiten en tips beschrijft die gevoelsmatig al zo klopten voor mij! Hoezo liggend bevallen, voor wie is dat handig? Hoezo lijdzaam afwachten in een bed tot de weeen doorzetten? Aan de slag: bevallen is hard werken en dat doe je grotendeels zelf en samen met je kindje, lopen, bewegen! Heel herkenbaar, prettig leesbaar en gouden tips waar je als vrouw zelfvertrouwen van krijgt. Heel erg blij dit alsnog gelezen te hebben terwijl ik nu zwanger 30 weken zwanger ben van ons laatste kindje, geeft mij vertrouwen, rust en zeker ook moed.
Lisa72 Groningen op bol.com

Wilde je even laten weten dat ik alleen maar positieve reacties op je boek krijg. Veel mensen waarvoor het een bevestiging is in wat ze zelf al denken of aanvoelen.
Maar soms ook uit onverwachte hoek. Een week geleden was ik bij een bevalling, van een vrouw bij wie de eerste bevalling een drama was. In het verhaal was het voor mij zonneklaar dat ze slecht begeleid was en dat van de ene interventie de volgende kwam, maar er was weinig opening om het daarover te hebben. Zeker de partner wilde absoluut in het ziekenhuis zijn voor de bevalling. Want het was de vorige keer maar goed ook dat ze daar waren!
Maar toen ze ging bevallen bleek opeens de visie helemaal om. Ze heeft kort na mijn binnenkomst op haar hurken gebaard. Ik zat erbij en ik keek ernaar.
Bij het napraten na de bevalling bleek dat ik ze jouw boek had uitgeleend en dat vooral hij daar in de laatste week nog veel aan gehad had. Ze zijn nu supertrots en erg blij met deze bevalling. Tof he?
Dank voor je boek dus!
Verloskundige Mirjam Medema


Dankzij dit boek zie ik vol zelfvertrouwen mijn bevalling tegemoet.
Wendy omschrijft alles duidelijk en onderbouwd ook al haar argumenten.
Eerst was ik sceptisch maar ik moet zeggen dat ik absoluut om ben en zeer blij ben dat ik dit boek heb aangeschaft.
Deze moeder van 4 weet waar zij het over heeft!
Ga dit boek zeker lezen als je op natuurlijke wijze wilt bevallen.
Callisto Bol.com

Via Gonny kwamen we bij het down to earth 'Bevallen op eigen kracht'. Dit boek heeft ons zeer goed geholpen. Het geeft een kritische kijk op de medicalisering rondom bevallen en over de strijd die vrouwen leveren met zichzelf en hun omgeving om natuurlijk en zonder ingrijpen te kunnen baren.
Jesse, vader uit doulapraktijk Eigenwijz van Conny Cappers

Wat een geweldig boek is dit. Een megagrote stap in het laten horen van je vrouwenkracht. (Mijn hemel wat is ons dat uit handen genomen). Je vertelt zo boeiend en zo precies hoe het jezelf verging. Zo gevoelig, zo kwetsbaar en daarom zo krachtig. Ik vind het moedig van je. Het is ook schokkend om het allemaal op een rijtje te hebben van hoe de praktijk is. Maar wat een werk heb je gedaan en wat een volharding. Echt een grote prestatie. Ik ben zeer onder de indruk, ook omdat je zo goed kunt voelen. Je merkt wel ik buitel ervan over mijn eigen woorden.
Anne Wilbrink

Het boek aangeschaft en vandaag in een keer uitgelezen. Fijn leesbaar, herkenbaar, heel toepasbaar ook. Die gaat bij ons in de wachtkamer!
Annemarie van Wijck, verloskundige

Vanmiddag is t boek binnengekomen en eigenlijk had ik nog echt wel wat dingen te doen vanavond maar ben aan het lezen geslagen en kan gewoon niet meer stoppen! Wat een goed boek! En wat ben ik blij dat ik deze tip heb gehad! Ik ben zwanger van ons eerste kindje en stond er vrij makkelijk in.. Ach t zal wel goed komen... Duizendend vrouwen doen het en er is nog nooit eentje blijven zitten dus ja dat moet wel goed komen dacht ik zo...
Bevallen in het ziekenhuis leek me prima ach en pijn bestrijding waarom ook niet...
Heb het boek nog niet uit en nu ben ik 180 graden gedraaid! Dit is mijn bevalling, mijn kind en mijn pijn straks en mijn kind dat ik wil gaan opvoeden op mijn manier komt ook zo op de wereld zoals ik dat wil en zoals ik denk dat goed voor ons is! Pijnbestrijding alleen maar ook echt alleen als het echt niet anders kan! En bang, totaal niet! Dit is natuurlijk en ik kan dit! Ik heb er nu al vertrouwen in dat het helemaal goed gaat komen!
Waanzinnig bedankt voor het schrijven van dit boek! Dit zou echt elke zwangere vrouw moeten lezen! helemaal top!!!
San Lieste, 30 weken zwanger van haar eerste kindje.

Ik heb een hele bibliotheek zwangerschapsboeken. Tot nu toe vind ik bevallen op eigen kracht (Wendy Schouten) het beste Nederlandse boek.
zwangerschapspagina.nl

Dit boek is op 3 manieren een enorme aanrader en aanvulling op alle boeken die geschreven zijn over bevallingen. Zowel voor aanstaande moeders als voor diegene die werken met zwangere en bevallende vrouwen.
De eigen ervaringen zijn naast ontroerend en herkenbaar vooral ook inspirerend. De auteur, Wendy Schouten, beschrijft kritisch en met humor waar ze tijdens haar eigen bevallingen heeft opgegeven aan zichzelf, waar ze ondersteuning heeft ervaren, wat ze heeft gemist en wat haar heeft geholpen om te bevallen op de meest veilige en bevredigende manier voor haar EN haar kinderen.
Het tweede deel van haar boek vertelt over het Nederlandse verloskundige systeem, en niet alleen over het verloskundig systeem maar ook over het stuk waar we onze autonomie, onze eigen stem over ons eigen lichaam hebben weggegeven waardoor we het zo moeilijk vinden om te ervaren wat goed voor ons is. En we ons steeds meer door een ander laten vertellen wat we moeten doen. In dit geval de verloskundige en de gynaecoloog.
In het laatste deel van het boek krijg je tips en inspiratie om op zoek te gaan naar jouw eigen unieke manier om te bevallen. Vanuit plezier en vertrouwen. In contact met je eigen lichaam en je kindje. Waardoor je de kans op een veilige en fijne bevalling zelf enorm vergroot.
Voor mij persoonlijk zijn de onderbouwing en de tips van de schrijfster zo goed, dat ik, als verloskundige/vroedvrouw nieuwe dingen geleerd heb, die van essentieel belang blijken te zijn voor de geboorte van moeder en kind.

En dat alles geschreven met humor en zelfspot zodat je niet stopt met lezen.
Een must read dus, voor elke aanstaande moeder die behoefte heeft om op haar eigen manier te bevallen.
Jolien Bolhuis Kooijman, vroedvrouw/verloskundige


Het boek van Wendy Schouten, 'Bevallen op Eigen Kracht' is zeer inspirerend, zij pleit voor verticaal bevallen!.
Rosalinde van de IJssel, begeleiding bij zwangerschap bij 'Beleef je Zwangerschap'

Wil je weten wat je zelf kunt bijdragen aan goed bevallen? Lees Bevallen op eigen kracht van Wendy Schouten. Aanrader!
Verloskundige praktijk Een goed begin op Twitter

Ik heb het in een ruk uitgelezen en daarbij gelachen en gehuild.
Hanna Joosten, levenscoach en kunstenares

Ik krijg goede reacties van mijn doula klanten en wateryoga cursisten en hoef meteen een hoop niet uit te leggen !!! Ze staan een stuk bewuster in hun zwangerschap... fijn hoor Wendy.....je boek doet zijn werk !!!! En wordt gevonden...en goed gelezen.... ook door de papa's
Erica Muller, werkt bij Oerbron, centrum voor natuurlijke geboorte en ontwikkeling

Lees het boek bevallen op eigen kracht eens (van W. Schouten), ik weet zeker dat dat je kan helpen in het verwerken van je bevalling.
zwangerschapspagina.nl

Het boek Bevallen op eigen kracht van Wendy Schouten vond ik een enorme eyeopener.
zwangerschapspagina.nl

Gonny leende me een boek "Bevallen op eigen kracht" uit, wat me ontzettend geïnspireerd heeft. Ik wist dat ik naar mijn eigen lichaam mocht en kon gaan luisteren. Ik voelde dat ik de natuur zijn eigen gang wilde laten gaan. Toen het ziekenhuis voorstelde om me in te laten leiden, heb ik daar toch van afgezien. Ik wilde dat mijn kindje er zelf klaar voor was, en dat mijn lichaam helemaal zelf de regie zou gaan bepalen.
Karin, cliënte doulapraktijk Eigenwijz van Gonny Cappers

Bevallen op eigen kracht' 'W. Schouten' geeft professionals betere kijk op behoeften van kritische consumenten.
Verloskundige Tine Oudshoorn op twitter

Dit boek beschrijft heel helder waar het om draait bij bevallingen en hoe een zwangere vrouw zelf haar bevalling positief kan beïnvloeden. Het zijn hele praktische tips waar je meteen mee aan de slag kunt. Hierdoor hoeven we niet meer een bevalling in te gaan met een afwachtende "ik hoop maar dat het goed gaat" houding, maar leren wat we zelf kunnen doen om het ten goede te beïnvloeden. Kortom, dit is een boek dat elke zwangere vrouw eigenlijk zou moeten lezen!
Autumngirl Den Haag op bol.com

woensdag 5 september 2012

catograaf

Op een dag in Nederland kwam mijn 10 jarige zoon blij uit school. 'Mam, ik ben ergens heel goed in! Ik had het hoogste cijfer van heel de klas.' 'O wat leuk', antwoordde ik verrast. 'Wat was het dan?' 'Weet ik niet', zei mijn zoon. 'Iets met catografie ofzo.'
'Bedoel je cartografie, met kaartlezen? Of geografie met aardrijkskunde?' 'Nee', zei hij beslist. 'Dat was het niet.'
'Wat moesten jullie dan doen?' probeerde ik via een andere weg, brandend van verlangen er achter te komen waar mijn zoon nu toch opeens een ster in bleek te zijn. 'O. dat weet ik niet meer' was zijn antwoord. En wat ik verder ook probeerde, hij kon me met de beste wil van de wereld geen aanwijzing geven over het vak waar hij zo goed in was. Einde oefening. Tot op heden tasten wij in het duister over het talent van onze huiscatograaf.
Vandaag kwam hij weer blij uit school. In de auto haalde hij een voorwerp uit zijn tas. 'Dit is het ding dat ik gemaakt heb', zei hij. Ik keek naar het voorwerp van draadijzer dat hij achteloos in zijn hand hield. 'Jeetje zeg, wat ontzettend mooi!', zei ik. 'Wat is het?' Het had wat weg van een kaarsenstandaard. 'Weet ik niet', zei mijn zoon. 'Gewoon een ding.' Ik vond dat hij wel een punt had. Niet alles hoeft met woorden geduid te worden. Zeker niet voor catografen die mooie dingen maken.

donderdag 31 mei 2012

Autonomie en soevereiniteit van vrouwen voor veiliger, klantgerichter, goedkopere en democratischer verloskunde.

In navolging van andere technisch hoog ontwikkelde landen slaan deskundigen en politici in Nederland naar aanleiding van het stuurgroepadvies 'Een goed begin' (jan. 2010) met oogkleppen op de heilloze weg in van een integraal medisch model van verloskundige zorg. De neiging vooruitgang te willen boeken door bevallen met nog meer techniek en regels te omkleden is een visie-loze Pavlov-reactie van technisch opgeleide deskundigen die leidt tot een agressieve vorm van verloskunde die vrouwen, kinderen en deskundigen geweld aan doet en vrouwen het recht ontneemt te kunnen kiezen voor professionele ondersteuning in het natuurlijke proces van bevallen. De verloskundige zorg kan veel grotere, stappen voorwaarts maken, in kwaliteit, veiligheid en klanttevredenheid, door de natuurlijke kracht, mogelijkheden en kennis van vrouwen centraal te stellen. 

 

(afb. International Human Rights in Chilbirth Congress 2012 Den Haag)

In 1999 bereidde ik mij voor op een thuisbevalling. Hoewel het de eerste keer was dat ik ging bevallen, was ik vol vertrouwen. Ik dacht: Ik ben sterk, lenig, goed in sport, een doorzetter en een ras-optimist. Boeken had ik niet nodig. Ik vertrouwde er op dat mijn lichaam wist wat het moest doen. Beatrijs Smulders, pleitbezorgster van de natuurlijke bevalling en boegbeeld der Nederlandse verloskundigen stond in mijn ogen symbool voor de Nederlandse verloskunde in het algemeen. Ik ging er dan ook van uit dat men alles op alles zou zetten mij te helpen op natuurlijke wijze te bevallen.

Dit positieve beeld spatte als een zeepbel uiteen toen mijn bevalling niet de louterende krachtmeting werd die ik me er van had voorgesteld maar een 36-uur durend medisch circus waarbij niemand, verloskundigen noch gynaecologen, ook maar één moment gericht was op mijn eigen mogelijkheden en inzichten, laat staan in wat ik wilde. Op routineuze wijze was iedereen om mij heen uitsluitend gericht op zijn of haar eigen technische taken en verantwoordelijkheden. De enige vorm van hulp die mijn verloskundige mij na 24 uur eenzaam ploeteren bood, was een ruggenprik onder de dreigende woorden: 'Beter dat, dan dat je zodirect geen kracht meer hebt je kind er zelf uit te persen'. In het ziekenhuis moest ik mijn kind er zonder enkel gevoel in mijn lijf op commando van een overijverige assistent-verloskunde tegen de zwaartekracht in uitpersen terwijl ik in een ongemakkelijke houding schuin achter mij op de monitor keek wanneer ik een wee had. Na een uur tevergeefs persen kreeg mijn kind het benauwd. Zijn hartslag daalde onder een kritiek punt. 'Hij moet er uit!' hoorde ik roepen en in een angstaanjagende panieksituatie werd ik binnen enkele minuten via pomp, schaar en hardhandig geruk van mijn kind verlost.

Aanvankelijk begreep ik het niet. Hoe kon mij, een vrouw in de kracht van haar leven, vastberaden natuurlijk te bevallen, dit overkomen? Had ik wel alles op alles gezet? Had mijn omgeving dat wel gedaan? Of had mijn lichaam gewoon gefaald zoals in het bevallingsverslag was terug te lezen: 'Trage ontsluiting bij langdurig gebroken vliezen' en 'corthonenpathologie'. Tot ik voor mijn tweede bevalling in 2001 'Actief bevallen' van Janet Balaskas las. In deze eye-opener stond precies wat je zelf kon doen om succesvol natuurlijk te bevallen: Actief worden, verticaal blijven en hurken bij de laatste weeën. Met deze eenvoudige tips beviel ik thuis sneller en eenvoudiger dan ik ooit voor mogelijk had gehouden. Ik wist precies wat te doen en in mijn zwakke momenten gaf mijn man mij dezelfde peptalk als die hij zijn teamgenoten zondags altijd op het rugbyveld gaf : 'Kom op, niet wegkruipen voor de pijn, ogen open en gaan!'. Dat gaf zo veel moed dat ik voor het eerst echt geloofde dat ik het kon. Ik zette muziek op, vastbesloten rondjes te blijven lopen totdat mijn kind geboren was, ook al duurde het nog 36 uur. Ondanks de pijn van de weeën walste ik vol zelfvertrouwen met geheven hoofd door de huiskamer terwijl mijn zoon binnen anderhalf uur in vliegende vaart geboren werd. Eureka! Bevallen ging helemaal niet over het opvolgen van technische adviezen van deskundigen. Het ging puur over jezelf, je eigen kracht en wat je daar mee deed! De belangrijkste voorwaarde daarbij bleek een vrolijke ongedwongen sfeer waarin (zelf)vertrouwen en plezier centraal stond.

Ik was verbaasd maar tegelijkertijd ook niet. Iedereen weet dat autonomie, verantwoordelijkheid en plezier op de werkvloer leidt tot betere prestaties. Voor bevallen geldt dit in de overtreffende trap. Een kind baren is arbeid op topniveau. Zowel fysiek als mentaal. In diverse talen komt dat nog altijd direct tot uitdrukking: In Vlaanderen is een vrouw bezig met 'de arbeid', in Engeland is zij 'in labour' en een Franse vrouw is bezig met 'le travail'. En net zoals een topvoetballer bij een WK finale nooit zal scoren zo lang hij voortdurend vragend naar de zijlijn kijkt, zal een barende vrouw de klus op deze manier ook nooit kunnen klaren. Op het moment suprême moet zij iedereen opzij schuiven om zelf te kunnen schitteren. Bij mijn volgende twee thuisbevallingen in 2003 en 2006 bleek dit inzicht weer even toepasbaar en succesvol en beviel ik tot verbazing van mijn verloskundigen sneller dan verwacht.

De allergrootste complicatie bij mijn eerste bevalling was niet trage ontsluiting, langdurig gebroken vliezen of corthonenpathologie geweest, maar het feit dat niemand, noch ikzelf, noch de mensen om mij heen ook maar iets had gedaan om het natuurlijke proces van bevallen fysiek of mentaal positief te ondersteunen. Integendeel, volgens Balaskas verkleinde ik met mijn inactieve onderuitgezakte houding mijn bekkenuitgang met wel 30%, minimaliseerde ik de zuurstofvoorziening voor mijzelf en mijn kind en leverde ik een 36 uur durend gevecht tegen de zwaartekracht waarin mijn verlamde onderlijf geen schijn van kans had. Al die tijd werd ik beschouwd met de angstige wantrouwende blikken die elke onderneming, laat staan een bevalling, bij voorbaat doen mislukken. Het natuurlijke proces van bevallen was op alle fronten tegengewerkt. Pijnbestrijding en technisch ingrijpen bleken hieruit uiteindelijk de enige uitweg.

Foutief begrip over bevallen binnen moderne verloskunde
Mijn ervaring staat niet op zichzelf maar is exemplarisch voor de manier waarop vrouwen in technisch ontwikkelde landen tegenwoordig bevallen. De moderne verloskunde heeft zich ontwikkeld als een vrouw-vreemde technische wetenschap die steeds meer los is komen te staan van de mogelijkheden, kennis, ervaringen en gevoelens van vroedvrouwen (Middelnederlands voor wijze vrouw) en vrouwen zelf. In de loop van een aantal eeuwen werd hun ervaringsgerichte gevoelsmatige kennis en kunde ten aanzien van het natuurlijke proces van bevallen door een overwegend mannelijk corps aan specialisten langzaam maar zeker naar de achtergrond verbannen. Hierdoor heeft deze vorm van zorg nooit de kans gehad zich gelijkwaardig te kunnen professionaliseren aan de wetenschappelijk gefundeerde probleemgerichte technisch gecontroleerde zorg van geneesheren. Dat vroedvrouwen, als hoedsters over het normale proces van bevallen, en vrouwen zelf niet in staat geweest zijn dit proces van medicalisering een halt toe te roepen, is niet het gevolg van een evenwichtige weging tussen een vroedvrouwen- en een medisch model van zorg maar is te wijten aan hun ongelijkheid in opleiding, geslacht en status ten opzichte van de hoog opgeleide geneesheren en mannen in het algemeen alsmede een tijdsgeest waarin de wrede natuur gewantrouwd werd en men techniek beschouwde als middel tegen elke kwaal.

Dit proces heeft uiteindelijk geleid tot een foutief begrip over het wezen van bevallen en een fundamentele systeemfout binnen de verloskunde waarbij de actieve, leidinggevende, zelfsturende rol rol die een vrouw nodig heeft om veilig en ongecompliceerd te kunnen bevallen is overgenomen door deskundigen. Teneinde deskundigen maximaal grip te geven op het proces van bevallen, baart het merendeel van de vrouwen tegen alle natuurwetten in: En plein-publique, onzeker, afhankelijk, op haar rug, tegen de zwaartekracht, met minimale support, in een vreemde omgeving met relatief of geheel onbekenden, verdoofd of anderszins gedrogeerd en meestal bang voor wat komen gaat. Daarmee zijn vrouwen de grip op zichzelf volledig kwijtgeraakt.

Passivering vrouwen diepste verloskundige crisis
Bevallen is nog nooit zo zwaar en pijnlijk geweest als nu en nooit eerder waren medische ingrepen en pijnbestrijding zo talrijk. De enorme hoeveelheid vrouwen die in Nederland tijdens hun bevalling met complicaties naar het ziekenhuis wordt verwezen is niet alleen een signaal dat deskundigen steeds voorzichtiger worden maar ook een uitdrukking van het gebrek aan zelfredzaamheid van vrouwen en de mate waarin zij worden tegengewerkt in het natuurlijke proces van bevallen. Tegennatuurlijke barenshoudingen en gebrek aan emotionele support veroorzaken ondragelijk lijden waardoor veel vrouwen pijnbestrijding, onder het motto 'De klant is koning', dankbaar omarmen. Maar pijnbestrijding is verre van klantvriendelijk. Het dient vooral het belang van ziekenhuizen en deskundigen in hun streven naar efficiency aangezien het de tijdsduur van een bevalling reduceert naar een persmoment van maximaal één uur. Voor vrouwen is het de slechtst denkbare service die er bestaat. Want als zij haar eigen gevoel en kracht niet meer kan gebruiken om haar kind geboren te laten worden, zullen anderen hun technische kracht moeten aanwenden om haar van haar kind te verlossen. Daarom loopt pijnbestrijding zo dikwijls uit op een kunstverlossing.

Zowel in Nederland maar ook mondiaal gezien vormt de passivering van de kennis en kunde van vrouwen zelf in hun bevalling de diepste onuitgesproken crisis binnen de verloskunde met consequenties die de betrokken beroepsgroepen bij lange na niet kunnen, willen of durven overzien.
Dagelijks worden duizenden vrouwen overal ter wereld ritueel verminkt omdat specialisten zichzelf en niet de fysiologie van vrouwen centraal stellen. Het inknippen van vrouwen is een even zinloos maar vanzelfsprekend deel van onze cultuur geworden als vrouwenbesnijdenis, echter niet vanuit religieuze maar vanuit wetenschappelijke vooringenomenheid. Opmerkelijk genoeg is er, ondanks de dominante pathologische visie op bevallen, wetenschappelijk gezien altijd voldoende basis geweest om aan te nemen dat een systeem gericht op de natuurlijke behoeften van vrouwen leidt tot meer veiligheid, tevredenheid en minder kosten. In binnen- en buitenland hebben gerenommeerde specialisten als Kloosterman, Smulders, Kitzinger, Balaskas, Tew, Odent, Lemaze, Dick-Reed, Klaus, Gaskin, Davis-Floyd, Goer en Caldeyro Barcia daar decennialang onophoudelijk de aandacht op gevestigd.

Pathologische visie en marktwerking werkt agressieve onveilige verloskunde in de hand
Desondanks houdt men vast aan een agressieve vrouwonvriendelijke verloskunde. De pathologische visie op bevallen is dominant en hardnekkig en deskundigen worden niet opgeleid met een kritische houding ten aanzien van het eigen handelen. Daarom worden complicaties doorgaans niet geweten aan de eigen methoden maar aan de haperende fysiologie van moeder en kind. Vrouwen lijden massaal aan voorliggende placenta's, smalle bekkens en luie baarmoeders en kinderen aan een 'verkeerde' ligging, gevaarlijke navelstrengen en te grote hoofden. Trots presenteert men onderzoek (Hannah trial okt. 2000)) waaruit blijkt dat men stuitliggers er maar beter direct uit kan snijden in plaats van langs de normale weg geboren te laten worden. Zonder zich er rekenschap van te geven dat men 'de normale weg' tegenwoordig op alle fronten tegenwerkt. Onderzoek dat zich baseert op een onnatuurlijke praktijk en in 95% van de gevallen wordt uitgevoerd door deskundigen die overtuigd zijn van de juistheid van een technisch gecontroleerd systeem zal, als een self-fullfilling prophecy, altijd in het voordeel van dit systeem pleiten en nooit een eerlijk beeld zal opleveren over de veiligheid van een professioneel systeem dat primair gericht is op natuurlijke ondersteuning. De onverwachte uitkomsten in de onderzoeken van het UMC en het AMC (nov./dec.2010) waaruit bleek dat bevallen bij een gynaecoloog veiliger was dan bij een verloskundige zouden ook in het licht van dit mechanisme moeten worden bezien. Want de zorg van verloskundigen is dusdanig uitgekleed en aan banden gelegd dat thuisbevallen vrijwel synoniem geworden is voor een onbewaakte ziekenhuisbevalling onder leiding van een HBO-gynaecoloog. Een slap aftreksel van een ziekenhuisbevalling dus. Wanneer medische zorg wordt fijngeslepen als een fonkelende diamant terwijl natuurlijk ondersteunende zorg aan vrouwen erodeert, is het begrijpelijk dat medici, ziekenhuizen en politici menen dat een integraal medisch model van zorg de beste manier is om de perinatale sterftecijfers in Nederland terug te dringen. Maar dat is niet logisch en verstandig. Want men weegt het voordeel van een integraal ondersteunend systeem niet mee. Onderzoek uit Amerika (Klaus, Kenell, Klaus 2006) liet zien dat inzet van een bevallingscoach het aantal keizersneden met 45%, het aantal tangverlossingen met 34%, de bevallingsduur met 25%, het gebruik van oxytocine met 50%,'gewone' pijnbestrijding met 31% en ruggenprikken met 10 tot 60% reduceerde. Spectaculaie cijfers die ons het potentieel tonen van een model waarin zelfredzaamheid centraal staat. Perverse prikkels moeten uit dit model geweerd worden want waar tijd geld is, worden vrouwen gebruuskeerd. Een keizersnede levert veel geld op in weinig tijd, pijnbestrijding levert tijdwinst op en schaalvergroting zoals groepspraktijken en geboortecentra leveren meer geld in minder tijd dan de kwalitatief hoogwaardiger één op één begeleiding.

Dictatuur van medische verloskunde
Vanuit de verwrongen visie dat niet vrouwen zelf maar deskundigen beschikken over de kennis en kunde die nodig is om veilig te kunnen bevallen, bejegent de moderne verloskunde vrouwen niet alleen agressief maar ook dictatoriaal. Verloskundigen en hoogzwangere vrouwen die zich weigeren te onderwerpen aan de onnatuurlijke praktijk van de moderne verloskunde worden zowel in Nederland als elders zwaar onder druk gezet door medische professionals en steeds vaker via justitie bewogen tot een medisch gecontroleerde bevalling. In Hongarije was er jarenlang sprake van een medische alleenheerschappij waarin de regering het vrouwen wettelijk onmogelijk maakte thuis te bevallen met professionele ondersteuning. Thuis bevallen is namelijk gevaarlijk volgens Hongaarse gynaecologen die onderhands veel extra geld voor ziekenhuisbevallingen vragen en daarmee de rijkste artsen van Hongarije zijn. Gynaecoloog/verloskundige en mensenrechtenactivist Agnes Gereb die vanuit humanitaire overwegingen doorging vrouwen thuis op natuurlijke wijze te ondersteunen werd onlangs veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf en vijf jaar ontheffing van haar beroep. Als misdadiger geboeid stond zij terecht in een oneerlijk proces waarin de sterfgevallen waar zij mee te maken kreeg haar persoonlijk werden aangerekend terwijl de oordelende kinderartsen, overtuigd van de onveiligheid van thuis bevallen, zelf nauwelijks verantwoording hoeven af te leggen over de sterfgevallen waar zij in het ziekenhuis bij betrokken zijn.

Gelukkig nemen vrouwen, overal waar de medische dictatuur totalitair dreigt te worden en critici de mond gesnoerd wordt, plotseling de macht over met opmerkelijke initiatieven. De Amerikaanse moeder Laura Kaplan Shanley schreef vanuit het gemedicaliseerde Amerika het waarachtige en compromisloze 'Unassisted Childbirth' waarin zij zelfbesturing, zelfbeschikking en afzondering als kernwaarden voor een veilige ongecompliceerde bevalling formuleert. De Hongaarse moeder Anna Ternovsky klaagde haar land in 2009 aan bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens wegens discriminatie en aantasting in de privé-sfeer. Hierop stelde het Hof in 2010 dat het recht op de beslissing om ouder te worden, een inherent recht bevat om de omstandigheden te kiezen waaronder men ouder wordt en dat de Hongaarse regering zijn plicht verzaakte in het faciliteren van thuisbevallingen. In Nederland stevenen artsen, ziekenhuizen en politiek af op eenzelfde totalitair systeem, met als argument dat de door hen zelf uitgeholde zorg van verloskundigen niets meer waard is. Kreten als 'keuzevrijheid' en 'De vrouw centraal' verhullen het ondemocratisch karakter van dit proces. Sinds 2011 biedt de GeboorteBeweging, een initiatief van vooruitstrevende verloskundigen, doula's (bevallingscoaches), moeders en anderszins geïnteresseerden tegenwicht via tal van activiteiten onder meer in de organisatie en uitvoering van het internationale congres 'Human Rights in Childbirth' in Den Haag (31mei-1 juni 2012). Hier staan de implicaties rondom de zaak Ternovsky centraal: Wie bepaalt waar en hoe vrouwen bevallen? Na 400 jaar medische onderdrukking eisen vrouwen hun rechten op. Wereldwijd maken doula's (bevallingscoaches) opmars omdat vrouwen steun willen en geen controle. Het is de verloren gegane stem van vrouwen zelf die de verloskunde weer in evenwicht kan brengen en haar kan laten inzien dat een autonome soevereine positie van vrouwen de uitgelezen weg is om veilig bevallen te paren aan een rechtvaardige samenleving.


maandag 28 mei 2012

Bevallen op eigen kracht, wat je zelf kunt doen om veilig en ongecompliceerd te bevallen

Na een zwangerschap van een jaartje of zes en een twee jaar durende bevalling ziet mijn boek dan toch eindelijk het levenslicht. Ik hoop van harte dat dit boek er aan bijdraagt dat alle jonge vrouwen die na mij bevallen vanzelfsprekend de ondersteuning krijgen die nodig is om op natuurlijke wijze veilig en ongecompliceerd te kunnen bevallen.

Het boek is een personal coach in boekvorm met een kritische beschouwing over de moderne verloskunde. Hoe kan het dat steeds meer vrouwen hun bevalling afhankelijk, onzeker en bang aangaan en waarom zijn ze verdrietig over het verloop ervan?

Vier bevallingen lieten mij zien dat een bevalling een topsport-ervaring is. Misschien wel de grootste uitdaging in je leven. Om dat succesvol te kunnen doormaken moet je op het toppunt van je kracht staan. Niet bang zijn maar juist onafhankelijk, verantwoordelijk, zelfverzekerd, vol van vreugde en je volledig bewust van je fysieke en mentale mogelijkheden. De gouden tips in dit boek helpen je daarbij. Ze bieden de praktische ondersteuning die je nodig hebt om op eigen wijze veilig en ongecompliceerd te kunnen bevallen.

De kritische beschouwing in dit boek draagt bij aan een realistischer beeld van de moderne verloskunde. Het maakt je bewust van je eigen rol en helpt in het stellen van persoonlijke grenzen. Want om succesvol te kunnen bevallen heb je niet alleen gouden tips nodig maar vooral ook heel veel ruimte, tijd en rust.

'Bevallen op eigen kracht, wat je zelf kunt doen om veilig en ongecompliceerd te bevallen'
isbn: 978-90-73310-75-9

Uitgeverij Nearchus c.v. Assen (€19.50)
Vanaf 30 mei 2012 verkrijgbaar bij de Haagse Boekerij in Den Haag of direct te bestellen bij ABC Boekenservice.
Binnenkort overal in Nederland verkrijgbaar.

zondag 22 april 2012

De GeboorteBeweging

Oorspronkelijke tekst van het artikel over de GeboorteBeweging in Weleda Verloskundigen Forum (april 2012).

Wendy Schouten, moeder van vier kinderen, publiciste en auteur van 'Bevallen op eigen kracht, wat je zelf kunt doen om veilig en ongecompliceerd te bevallen' (binnenkort bij uitgeverij Nearchus c.v.).

Door toenemende regelgeving en techniek krijgen vrouwen steeds minder ruimte om bij de bevalling hun natuurlijke impulsen te volgen en kunnen verloskundigen hen daarbij steeds minder goed ondersteunen. Het recht om te kiezen voor een natuurlijke geboorte in Nederland lijkt te verdwijnen. De nu ruim tweehonderd leden tellende Geboortebeweging wil het tij keren.

De GeboorteBeweging werd opgericht begin 2011, kort nadat onderzoek van het UMC de houdbaarheid van het Nederlands verloskundig model in media en politiek op scherp stelde. Uit dit onderzoek bleek, dat de perinatale sterfte bij bevallingen onder leiding van een verloskundige, hoger was dan bij bevallingen die plaats vonden onder leiding van een gynaecoloog. Hoewel het onderzoek in wetenschappelijk kring bekritiseerd werd, brachten diverse media het als een voldongen feit.
Voor de politiek was dit het moment om over te gaan tot actie. Internationaal onderzoek (Peristat 2003 en Peristat II 2008) zaaide al jaren onrust over het Nederlands verloskundig systeem, omdat de perinatale sterftecijfers in Nederland hoger zouden zijn dan in de meeste andere Europese landen. Hoewel er op de cijfers veel kritiek volgde en nooit eerder was aangetoond dat ze verband hielden met zelfstandig werkende verloskundigen, zette de politiek (in het kielzog van medisch specialisten) nu koers naar één overkoepelend medisch verloskundig systeem, waarbinnen verloskundigen voortaan opereren binnen de grenzen van medisch specialisten en ziekenhuizen. Een koerswijziging die niet zo zeer wetenschappelijk onderbouwd is maar vooral gesteund wordt door twee gedachten: Dat gescheiden beroepsgroepen met een uiteenlopende visie op bevallen, de continuïteit in de zorg geen goed doen. En dat het hoog tijd wordt dat Nederland, in navolging van de rest van Europa, een integraal medisch verloskundig model aanneemt.
Aanvankelijk leek de KNOV zich te voegen naar een dergelijk model van zorg, maar afgelopen herfst sprak - mede door de acties van de GeboorteBeweging - tweederde van de verloskundigen die aanwezig waren op de algemene leden vergadering van de KNOV, zich uit voor het herijken van de plannen voor integrale verloskundige zorg. Het nieuwe plan van de KNOV komt in juni 2012 in stemming.

Waar staat de GeboorteBeweging voor?
De Geboortebeweging is een heterogene groep vrouwen (en een enkele man), bestaande uit verloskundigen, moeders, kraamverzorgenden, verpleegkundigen, doula's (bevallingscoaches), zwangerschapstherapeuten, publicisten en anderszins geïnteresseerden, die zich zorgen maakt over de voortschrijdende medicalisering van bevallingen in Nederland. In plaats van een integraal verloskundig model van zorg, gebaseerd op techniek en controle, ziet zij liever een integraal vroedvrouwen model van zorg, gebaseerd op de natuurlijke kracht en mogelijkheden van vrouwen zelf.
De beweging komt op voor het recht van vrouwen om natuurlijk te bevallen en daarin hun eigen behoeften te volgen. Zij staat het idee voor dat een bevalling een actieve gebeurtenis is, waarbij een vrouw optimaal gebruik moet kunnen maken van haar eigen kracht en mogelijkheden. Intensivering van techniek en controle zoals een integraal verloskundig zorgmodel met zich meebrengt, beschouwt zij als onwenselijk, omdat het de cliënt beperkt in haar natuurlijke mogelijkheden en keuzevrijheid. Tevens beperkt het de zorgverlener in haar (of zijn) mogelijkheden de natuurlijke behoeften van vrouwen te ondersteunen en te respecteren. Dit is frustrerend en demotiverend voor de vrouw die bevalt, omdat dit stagnatie oplevert in het normale proces van bevallen met alle complicaties van dien.

Wat doet de Geboortebeweging?

Zij biedt tegenwicht aan de maatschappelijk geaccepteerde opvatting, dat intensivering van controle en techniek automatisch leidt tot meer veiligheid bij de bevalling. De leden gaan juist uit van het idee dat de zorg rondom bevallen beter én veiliger kan worden door het natuurlijke proces van bevallen optimaal te ondersteunen. Omdat dit de enige manier is waarop zowel de behoeften van de moeder, als de veiligheid van moeder en kind, gelijktijdig gewaarborgd kunnen worden. Hoewel er voor deze aanname talloze wetenschappelijke onderbouwingen zijn, vindt zij tot op heden weinig tot geen weerklank in politiek Den Haag.
Daarnaast is het streven, dat er een eind komt aan het éénzijdig positieve beeld dat door medisch specialisten en media wordt geschapen over “technisch gecontroleerd bevallen”. Met het delen en verstrekken van informatie wil zij dit beeld bijstellen en nuanceren, zodat zwangere vrouwen én beleidsmakers zich een meer waarheidsgetrouw beeld kunnen vormen over de inhoud van kwalitatief hoogwaardige zorg rondom bevallen. Het kan hierbij gaan om wetenschappelijke informatie maar de Geboortebeweging wil vooral ook een herwaardering creëren voor de kennis en wijsheid van vrouwen zelf. Naast de visie van technisch specialisten ziet zij de gevoelens en ervaringen van vrouwen zelf als vertrekpunt in het ontwikkelen van goede verloskundige zorg: de vrouw die bevalt centraal. Maar dan echt!

Contact
Zwangere vrouwen hebben toegang tot de informatie van de Geboortebeweging via de website in aanbouw www.geboortbeweging.nl. Op facebook vormt de beweging een gesloten groep waar informatie wordt verspreid en met elkaar gedeeld wordt. De beweging komt eens in de maand samen voor overleg en afspraken en neemt daarnaast geregeld zitting in landelijke en/of regionale overlegstructuren.

zondag 11 maart 2012

The Voice, Melodifestivalen en integratie


Zweden heeft sinds kort ook The Voice. The Voice Sverige. Elke vrijdagavond installeert ons gezin zich met chips, cola en het overdreven enthousiasme dat emigranten eigen is wanneer ze iets uit hun eigen cultuur terugzien, voor de buis om te zien hoe John de Mols succesvolle Talpa formule het hier in Zweden doet. Vrienden en bekenden bekijken deze onverwacht volkse uitspatting van ons met dezelfde argwaan die ik ook lange tijd koesterde wanneer mijn moeder de telefoon er op gooide omdat The Voice begon. Maar die komen er nog wel achter welk een ontroering en volksverbroedering dit programma in zijn mars heeft.

Qua jury zag alles er herkenbaar en veelbelovend uit. Geen dubbele stoel maar wel Carola als grande dame Angela en rockende krullebol Magnus Ulla als Marco. Geen Roel van Velzen en Nick en Simon maar in plaats daarvan de immer extravagant uitgedoste glamrocker Ola Salo en hiphopper Petter. Maar echt Oud-Hollands genieten werd het toch niet helemaal. Daarvoor hadden de kandidaten te vaak een geknepen stem (misschien door die strakke broekjes van Zweedse mannen?) of een kapsel als een platgereden das. Vermakelijk, maar het kon niet tippen aan de kwaliteit van de echte Voice.

Dat eeuwige één op één vergelijken is natuurlijk een typisch defect van oudere emigranten. Kinderen hebben daar geen last van. Die storten zich zonder voorbehoud op de meest huiveringwekkende culturele uitingen van hun nieuwe vaderland. Zo is mijn tienjarige zoon helemaal 'into' Melodifestivalen, de in Zweden groots opgezette voorrondes van het Eurovisie Songfestival waarvan alle ins en outs breed uitgemeten worden in de nationale pers. Waarom is me een beetje een raadsel. Het zal wel komen door de overweldigende Zweedse zege van het Eurovisie Songfestival in '74 waarbij ABBA in glitterende pakken het nooit meer geëvenaarde Waterloo ten gehore bracht. Daarmee werd Zweden naast producent van Säkerhets Tändstickors in één klap ook een muzikale grootmacht. Deze gebeurtenis lijkt, gezien de bijna on-Zweedse RAI-uno-achtige glamour and glitter, nog altijd haar stempel te drukken op het Melodifestival.

Ondertussen volg ik mijn zoons fanatieke betrokkenheid bij het melodifestival met stijgende verbazing. Van zijn zakgeld heeft hij de dure bijbehorende cd gekocht en maakt hij classificatielijstjes met een drift waarmee hij tot voor kort alleen de voetbalcompetitie bijhield. Het enige waar hij nog met mij over wil praten is wie ik beter vind: Sean Banan of Thorsten Flinck. Ik vind ze allebei even vreselijk en hoop dat zijn obsessie verdwijnt zodra het voetbalseizoen weer begint. Turkse en Marokkaanse ouders die hardnekkig vasthouden aan hun eigen taal en gebruiken begrijp ik opeens maar al te goed. Voor je het weet vervalt je kind in onherstelbaar vreemdsoortig gedrag waarmee hij zich in eigen land voorgoed diskwalificeert. Maar mijn zoon zit er niet mee. Die houdt niet vast aan Talpa's Voice. Die lacht zich een kriek om de Zweedse volksster Sean Banan en is ondertussen het best geïntegreerd van ons allemaal.

zondag 12 februari 2012

Verbeter je vrije trap: Schop een pilon van je broertjes hoofd

Zonder volwassenen in de buurt is spelen veel leuker. Dan kun je tenminste grappige en gevaarlijke dingen met je kleine broertje uithalen zonder dat er iemand begint te zeuren. En je verbetert er ook nog je vrije trap mee.

maandag 19 december 2011

Politiek moet keuzes maken in verdeling arbeid/zorg


'Pfff, acht pagina's wijdt de NRC aan de ondoordachte, al weer half ingetrokken oproep van Van Bijsterveldt. Zijn er geen echte onderwerpen?', twitterde Femke Halsema. Maar het is niet zo zeer die brief als wel de opwinding die zij veroorzaakt die interessant is. Er is, zoals Mirjam Sterk van het CDA bij Pauw en Witteman al aangaf, een open zenuw geraakt bij ouders die onzeker zijn over de verhouding tussen werk en zorg.

In haar open brief aan de tweede kamer stelt minister Bijsteveld ouderbetrokkenheid aan de orde als factor van belang voor goed functionerend onderwijs. Een uitstekend punt maar geheel begrijpelijk kwam haar dit op een stroom aan verontwaardigde reacties te staan. Ouders worden sinds de jaren zeventig op niet aflatende wijze bestookt met de opdracht beiden betaald werk buitenshuis te verrichten. Vrouwen worden al decennialang gehersenspoeld met het idee dat betaald werk en het hebben van een carrière waardevoller is dan het verzorgen van hun eigen kinderen. En dat het heel normaal is om hun baby's dwars tegen hun moederinstinct in huilend over te dragen aan jonge meisjes die net hun eerste scooter hebben gekocht. Wanneer het gros van de Nederlandse stellen deze situatie uiteindelijk schoorvoetend geaccepteerd heeft, kan het dan ook nauwelijks verbazen dat minister Bijsterveld met haar appèl op ouders een hoop ingehouden woede en frustraties over zichzelf afroept.

Het beeld dat de minister van ons moderne ouders schetst is mijns inziens correct. Wij willen alles, doen te veel en maken te weinig keuzes. Naast de verzorging van onze kinderen willen we werken, het liefst in een glanzende carrière, een leuk sociaal leven hebben, een paar keer per jaar op vakantie, hobby's uitoefenen en dan ook nog tijd voor onszelf. Dit uitgebreide wensenpakket drukt op de betrokkenheid van ouders bij hun kinderen. Het gegeven dat ouders tegenwoordig meer quality-time met hun kinderen doorbrengen, zoals onlangs in het NRC aangevoerd werd (Ouders besteden meer tijd aan hun kinderen dan ooit 01-12-11) doet daar weinig aan af. Want ouderbetrokkenheid ontwikkel je niet zo zeer in de uren dat je gericht fijne dingen met je kinderen doet maar juist in die uren dat de kinderen er volgens de auteurs van dit stuk 'maar een beetje bijhingen'. Verminderde ouderbetrokkenheid zit hem vooral in de afname van het aantal uren dat ouders en kinderen samen op vanzelfsprekende wijze ongedwongen met elkaar doorbrengen. Samen naar school lopen, fietsen, de afwas doen, samen de kamer opruimen, schoonmaken. Juist in het alledaagse samenleven leer je de ander kennen en vallen terloopse maar belangrijke signalen eerder op. Want hoe je het ook wendt of keert, een ouder die de hele dag voor haar of zijn kinderen zorgt, ziet sneller en beter waar dingen spaak lopen dan een ouder op kantoor. Dat zal niemand kunnen ontkennen. Wij bieden tegenwoordig bij lange na niet meer de supervisie en continue zorg van de traditionele huisvrouw. Daarbij krijgen we tegenwoordig ook nog eens een stuk minder kinderen wat onze natuurlijke professionaliteit ten opzichte van het opvoeden heeft verkleind. Dit alles vermindert onze mogelijkheden invloed uit te oefenen op het leven van onze kinderen. Dat hoogopgeleide ouders er desondanks beter in slagen om hun kinderen te ondersteunen in hun schoolwerk dan laagopgeleide ouders zal niemand verbazen.

Op zich is de open brief van minister Bijsterveld en alle reacties die zij daarmee ontlokt razend interessant. Want het voert ons terug naar de maatschappelijke discussie over de verdeling arbeid zorg. Hoe veel tijd wensen wij als maatschappij te besteden aan het onbezoldigd verzorgen van onze kinderen en aan betaald werk buitenshuis? En wie is verantwoordelijk voor de opvoeding van onze kinderen? Wie biedt er supervisie en continuïteit in hun leven? Het is een schemergebied geworden omdat docenten kinderen in hun klas tegenwoordig vaak langer op een dag zien dan hun ouders. Maar een appèl aan ouders is een volledig misplaatste manier om de onthechting tussen ouders en hun kinderen te herstellen. Want het is de overheid zelf die haar in gang heeft gezet door ouders jarenlang aan te sporen beiden buitenshuis te werken en hun geld in het weekend te spenderen in immer opengestelde koopgoten en meubelboulevards. In Zweden zag ik wat de langetermijn-effecten zijn van het volledig en systematisch doorvoeren van dit principe: Ouders die alleen nog maar via de mail meekrijgen wat er overdag met hun kind gebeurt, op opvoedcursus gaan en zelfs dan nog weinig grip krijgen op de wegen van hun kinderen. En veel kinderen die ongelukkig of ontevreden zijn met zo weinig aandacht van degenen die hen het meest na staan. Het onoplosbare gepest op scholen, de gothic kapsels en hoofden vol piercings wekten op mij de indruk van een nationale schreeuw om meer aandacht van betrokken volwassenen. Wij kunnen een dergelijke situatie in Nederland voorkomen door de zorg voor onze kinderen weer meer als een serieuze taak op te gaan vatten. Ouders die beiden meer aanwezig zijn in het leven van hun kinderen zijn daarbij misschien een betere optie dan een wedergeboorte van de traditionele huisvrouw. Ferry Haan schreef vorige week een schitterend betoog (Vaders, roep je zoon nou eens tot de orde, Volkskrant 03-12-11) waarin hij vaders oproept meer verantwoordelijkheid op te eisen in de opvoeding van hun zonen en hen beter te begrenzen. Voor een dergelijke positieve ontwikkeling op grote schaal is het niet in de eerste plaats aan de ouders als wel aan de overheid om duidelijke keuzes te maken. Want je kunt nu eenmaal niet alles hebben mevrouw Bijsterveld: Fulltime werkende ouders en ouders die volledig betrokken zijn bij het leven van hun kinderen.

De belangrijkste oorzaak van de onthechting tussen ouders en kinderen is het waanidee van het tweeverdienersmodel. Het vervreemd kinderen en ouders van elkaar en verslechtert de communicatie tussen ouders en scholen. Een appèl dat ouders oproept nog een stapje harder te gaan lopen is ondoordacht omdat het ouders alleen maar onnodig belast en de wortel van het probleem niet aanpakt. De school van mijn kinderen draagt ouderbetrokkenheid hoog in het vaandel. Sinds jaar en dag sta ik bijna wekelijks in één van de klassen van mijn vier kinderen af te wassen of te stofzuigen. Verder zijn er gezamelijke ouderactiviteiten tijdens jaarfeesten, bezoek ik regelmatig schoolvoorstellingen en waar het nodig is bak ik met liefde een brood of een taart. Toen ik nog met baby's rondliep vroeg ik me wel eens vertwijfeld af waarom ik op school zo vaak aan het werk was terwijl mijn kinderen thuis door de stofwolken kropen. Maar goed, ik deed het voor de goede zaak en zo leerde je nog eens andere ouders kennen.

Toen ik vijf jaar later met mijn gezin in Zweden terecht kwam, merkte ik dat het er daar op school heel anders aan toe ging. Op doordeweekse dagen werd er geen beroep gedaan op ouders die daar bijna allemaal een volledige baan hebben. De juf deed haar afwasje zelf en in het weekend maakten de ouders de klassen schoon of naaiden samen het kerstcadeau voor hun kind. Op deze manier leerden ouders elkaar net zo goed kennen en bleven zij ook op de hoogte van de ontwikkelingen binnen de school zonder dat het hen doordeweeks belastte. Met vier jonge kinderen vond ik het een verademing om gewoon rustig naar huis te kunnen gaan na een schooldag. Het voelde een stuk humaner dan het Hollandse gezwoeg van altijd maar alles moeten kunnen combineren. Zweden heeft daarin, anders dan Nederland, wel een duidelijke keuze gemaakt.

Echter de communicatie tussen school, ouders en kind is er een stuk slechter aan toe dan in Nederland. Met verbazing heb ik deelgenomen aan ouderavonden waar een vader probeerde te achterhalen wie zijn dochter een denigrerende klap op haar kont had gegeven en een moeder probeerde te achterhalen wie haar zoon ergens in de bosjes een klap had gegeven. Zonder uitzondering onoplosbare problemen waar niemand meer de vinger achter kon krijgen. Het versterkte mijn idee dat een goede samenwerking tussen ouders, leerkrachten en kinderen het meest gebaat is bij een aanwezige betrokken ouder thuis die opmerkt wat hem of haar bezig houdt. Misschien roept dit een wat oubollig beeld op omdat vrouwen én mannen decennia lang tegen deze 'truttigheid' gestreden hebben. Maar nu de negatieve effecten van het tweeverdienersmodel zich steeds meer aftekenen en de wereld in crisis verkeert, wordt het misschien tijd om het taboe op het (gedeelde) kostwinaarsmodel te doorbreken en het weer eens met een frisse blik te heroverwegen.

Als de overheid daadwerkelijk vooruitgang wil boeken in ouderbetrokkenheid moet zij ouders niet oproepen nog meer te doen dan zij al doen maar consequenties verbinden aan dat wat zij wil bereiken. De te volgen logica daarbij is glashelder: Ouderbetrokkenheid neemt toe naarmate ouders meer betrokken zijn bij het leven van hun kind.

vrijdag 2 december 2011

Sinterklaasjournaal is zoveelste verruwing van jeugdcultuur (NRC 01-12-2011/NRCnext 02-12-2011)



Piet in paniek!


Oorspronkelijke tekst artikel in NRC
01-12-2011 en NRCnext 02-12-2011.





Niets ten nadele van Diewertje Blok, maar waarom bestaat het Sinterklaasjournaal? Zijn er werkelijk ouders die het leuk vinden dat hun kleuter vier weken lang zijn bed nat plast uit pure stress omdat Sinterklaas het nieuwe boek met alle kindernamen kwijt is geraakt?

Ik weet nog goed hoe ik als vijfjarige trillend naar voren liep om bij die ontzagwekkende man op schoot te mogen zitten. En ik was heus niet bang uitgevallen. Kinderen zijn nu, 35 jaar later, niet wezenlijk anders. Mijn zoontje van vijf gilt het uit als hij 's avonds een Piet tussen de berkenboompjes voor ons huis meent te zien. Kinderen zijn hyper genoeg van zichzelf rond Sinterklaas. Waarom dan een actualiteitenprogramma dat de natuurlijke stressfactor van kinderen nog meer aanzwengelt?
Volkskrant berichtte licht cynisch over Gooise vrouwen die op cursus konden tegen Sinterklaas-stress. Vanzelfsprekend kunnen de meeste Nederlanders hun tijd en geld wel beter besteden maar feit is dat kinderen tegenwoordig onevenredig veel Sinterklaas-stress te verwerken krijgen en dat ouders daar vaak nog maar moeilijk tegenwicht aan kunnen bieden.

Het elfjarig bestaan van het Sinterklaasjournaal doet een succesformule vermoeden maar in de praktijk is het programma totaal ongeschikt voor kinderen. Want voor hen die er nog in geloven is het onbegrijpelijk, verwarrend en verontrustend en voor hen die het wel volgen is het oninteressant.
Daarmee schaart het Sinterklaasjournaal zich onder een veelheid van programma's en verhalen voor kinderen die, volkomen misplaatst, geschoeid zijn op een leest van volwassen behoeften. Want waar volwassenen smullen van actualiteiten en zo veel mogelijk afwisseling en spanning en sensatie, hebben kinderen in de leeftijd van 4, 5, 6 jaar oud juist behoefte aan fantasievolle harmonieuze verhalen volgens een herkenbaar voorspelbaar patroon. Dat geeft ze het vertrouwen dat ze de wereld om hen heen beginnen te begrijpen. Vandaar ook dat ze je tot vervelens toe 'de gele taxi' uit de gouden boekjes reeks onder je neus schuiven. Vreselijk irritant om voor te lezen maar het herhaaldelijk terugkerende jie-ie-ie-reng! en reng-drrrrrrrrrrrrrrrrr! van de remmende en optrekkende taxi geeft kleuters blijkbaar precies de rust waardoor ze in slaap vallen.

De traditionele manier waarop Sinterklaas dertig jaar geleden werd gevierd, was nog afgestemd op de behoeften van kinderen. Mogelijk omdat ouders toen nog meer deel uitmaakten van de wereld van hun kinderen. Het ging altijd als volgt: Een intocht met de boot, kinderen stonden zwaaiend op de kade, Sint en Piet wuifden en de vlaggetjes waaiden al heen en al weer. Daarna gaven Sint en Piet iedereen een hand en deelden snoepgoed uit. De ouders vertelden van tevoren hoe het zou gaan en zo ging het ook. Daarna keerden de kinderen tevreden en vol verwachting naar huis terug.

Het Sinterklaasjournaal gaat volledig in tegen de kinderlijke behoefte aan herkenning harmonie en vastigheid. Het is elke keer anders, er gaat van alles mis en er is altijd wel één of ander conflict wat uitgevochten moet worden. Omdat jonge kinderen dit, anders dan volwassenen, nauwelijks kunnen relativeren, haalt het hun hele wereldbeeld overhoop met als gevolg dat zij wekenlang hyperactief door het huis stuiteren.

Het Sinterklaasjournaal staat lang niet alleen in zijn hyperactiverende effect op kinderen. De moderne cultuur voor kinderen op televisie en in boeken zijn het laatste decennium in rap tempo ruwer en schreeuweriger geworden. Een voorbeeld daarvan is Barbapappa. Een aantal jaar geleden hadden ze de t.v. serie daarvan ge-updated. In plaats van die ouderwetse softe pastelkleuren hadden ze nu lekkere knalkleuren gekregen. Opeens waren het niet meer de vredelievende natuurminnende wezens die zich afkeerden van de eentonigheid van het moderne stadsleven om zich in hun organisch vormgegeven woningen, earth-ships avant-la lettre, terug te trekken in de vrije natuur. Nee, ze waren veranderd in streetwise hangjongeren die elkaar uitscholden voor sukkel en dreigend hun boze zwarte wenkbrauwen opzetten naar elkaar. De flower power idealen van het Frans/Amerikaanse echtpaar Tison/Taylor werden opgeofferd aan een ruwer geworden tijdsgeest. Iemand zal gemeend hebben dat kinderen zichzelf daardoor vandaag de dag beter kunnen identificeren met de Barba-schepsels zonder zichzelf te verdiepen in het effect daarvan op jonge kijkers.

Met Disney hetzelfde laken een pak. Als rechtschapen liefhebbende opa's deden onze vaders hun kleinkinderen respectievelijk de Disney boekenreeks en een abonnement op de Donald Duck cadeau. Dat vonden wij natuurlijk lief van ze. Maar wat die opa's niet wisten is dat veel Disney figuren er sinds de jaren 70 heel wat a-socialer op zijn geworden. Hoewel Donald al decennia lang uit zijn vel springt, was hij vroeger toch vooral een zielige pechvogel die door zijn compassievolle neefjes voortdurend belangeloos uit de brand werd geholpen. Tegenwoordig is hij daarentegen een egoïstische hedonist die zijn neefjes liever kwijt dan rijk is zodat hij in alle rust van zijn vrije tijd kan genieten. Zie daar weer zo'n moderne volwassen behoefte geprojecteerd in de belevingswereld van het kind. Die neefjes zijn trouwens ook al lang niet meer zo vriendelijk en vergevingsgezind als vroeger maar hangen met hun Nintendo als obstinate jongeren verveeld op de bank terwijl ze broeden op een wraakactie op hun oom. Zelfs een verhaal over de lieve eekhoorntjes Knabbel en Babbel is niet meer compleet zonder dat zij een fikse aanvaring gehad hebben en hun notenvooraad ernstig bedreigd is. Moderne Disneyverhalen staan bol van de emotionele explosies en ernstige conflicten. Een moment van blinde paniek lijkt het basisingrediënt te zijn voor een geslaagd verhaal. Waarom? Wie heeft dat bedacht? Hoe is dat gekomen? Want de Disneyboekjes van 30 jaar geleden zijn een stuk leuker om voor te lezen. Zonder uitzondering zijn het harmonieuze verhaallijnen met vriendelijke karakters die kleine overzichtelijke avonturen beleven. Sneeuwwitje die het huisje van de dwergen veegt of een humoristisch verhaal over een eekhoorntje dat aan allemaal verschillende dieren vraagt of het misschien zijn moeder is. Tegenwoordig kan zo'n eekhoorn een schop onder zijn hol krijgen als hij het waagt zo'n idiote vraag te stellen aan een zebra. Maar de humor en aardigheid waarmee deze oude verhalen geschreven zijn maakt dat zelfs mijn zonen van 10 en 12 er nog bij komen zitten als ik ze aan de jongsten voorlees.

De impact van de moderne cultuur voor kinderen is enorm en met alle moderne media nauwelijks meer uit het dagelijks leven te weren. Daarom is de verruwing daarvan ook zowel voor kinderen als voor ouders onwenselijk. In de eerste plaats omdat ouders hun kinderen liever een harmonieus vriendelijk verhaal voorlezen. Maar ook omdat het er aan bijdraagt dat kinderen het normaal gaan vinden elkaar uit te schelden en bij elke tegenslag emotioneel te exploderen. In de Randstad is het ondertussen heel normaal dat lieve welopgevoede kinderen elkaar teringnerd noemen.

Juist in Nederland hebben kinderen behoefte aan rustige verhalen. Toen we nog in Zweden woonden, keken we af en toe met het hele gezin naar het jeugdjournaal. Wat ons daarbij opviel en verbaasde was de geëxalteerdheid van het programma. Waarom deden de presentatoren zo hyperactief en overdreven? Konden ze niet normaal doen? En waarom moesten kinderen altijd schreeuwen of iets geks doen als ze hun verhaal deden. En vanwaar die hyperactieve tunes met epileptisch aandoende visuele ondersteuning? Kon dat niet wat minder allemaal? In Nederland hadden we ons daar nooit zo over verbaasd maar vanuit de rust van het Zweedse platteland maakte het opeens een belachelijke indruk.

Terug in Nederland verbaasde ik me over de hyperactiviteit van Nederlandse kinderen. Je kon ze geen vraag stellen zonder een cartoonesk geschreeuw als antwoord te krijgen. En tot mijn schrik brulden mijn eigen kinderen binnen drie maanden nog het hardst van iedereen. Na het afzwemmen van mijn dochter begreep ik dat ze ook moeilijk anders kunnen. In een circusachtig spektakel met balonnen, muziek, ronddansende nijlpaarden en instructrices die honderdvijftig kinderen als stewardessen de gewenste bewegingen voordeden, sprak de opperbadmeester de nerveuze zwemmertjes als een volleerd quizmaster door zijn microfoon opzwepend toe. Ondertussen rende een badjuffrouw gillend langs de kant om de ouders voor elk nieuw onderdeel een warm applaus te vragen. Hoe kan een kind hier ontspannen onder blijven? Volwassenen in Nederland zijn op een overspannen manier bezig kinderen in alles wat ze doen te entertainen. Daar worden ze gillend gek van. Een bevriend psycholoog die ook veel in Scandinavië komt, omschreef het als volgt: 'Input is output. Nederlandse kinderen krijgen veel meer indrukken te verwerken dan Zweedse kinderen en dat moet er linksom of rechtsom weer uit. Als dat niet kan via beweging dan gaat het via geluid.' Het leek mij een plausibele verklaring.

Dit betekent wel dat we juist in Nederland heel gedoseerd en weloverwogen moeten omgaan met datgene wat we onze kinderen aanreiken. Nederlandse kinderen hebben er meer dan waar dan ook baat bij om tot rust te komen. Daarom zou het fijn zijn als de producenten van moderne cultuur kinderen weer kunnen verblijden met fijne harmonieuze verhalen. Kinderen vinden dat heus niet saai of ouderwets. Dat is een volwassen idée fixe waar onze kinderen alleen maar last van hebben. Misschien willen wij als volwassenen zelf graag ontsnappen aan de saaiheid en sleur van ons bestaan door bungee-jumpen of het lezen van thrillers. Maar voor kinderen is het gewone leven al bijzonder en spannend genoeg. Kinderen zijn gevoelsmatig niet afgestompt maar staan nog volledig open en kunnen vol verbazing kijken naar een vlucht overvliegende zwaluwen die wij niet eens opmerken. Daarom aan ons de taak kinderen subtiele beschaafde verhalen voor te schotelen.


vrijdag 25 november 2011

Vroedvrouw Rebekka Visser wint Gouden Ooievaar-award

Persbericht Geboortebeweging 25 november 2011
foto: Dirk-Jan van Dijk

Jaarlijks reikt vrouwenblad Libelle een medische award uit aan een persoon met speciale verdiensten in de zorg. Dit jaar zocht Libelle de beste verloskundige van Nederland. Lezeressen konden hun stem uitbrengen op drie geselecteerde kandidaten. Winnares met 60% van de stemmen werd Rebekka Visser (42), vroedvrouw van praktijk Springtij te Usquert in Noord-Groningen.

Rebekka, genomineerd in de categorie “vooruitstrevende samenwerking met gynaecologen”, onderscheidt zich door haar bijzondere inzet voor meer autonomie en inspraak door vrouwen bij hun bevalling. Haar motto: “Vrouwen moeten zelf de regie kunnen houden”

“Baren kun je prima zelf” staat er op de website van haar praktijk Springtij te lezen. Het tekent haar visie op bevallen. Voor Rebekka is een vrouw die gaat bevallen een actieve partij. Haar technische kennis en kunde stelt zij bescheiden in dienst van de natuurlijke deskundigheid van haar cliënt. Om goed te kunnen bevallen, moet een vrouw gebruik kunnen maken van haar eigen mogelijkheden en zelf de regie voeren. Rebekka ziet het als haar taak vrouwen daarin te steunen. Daarom begeleidt zij een beperkt aantal cliënten intensief en gaat zij bij overdracht naar de tweede lijn altijd mee naar het ziekenhuis. Op die manier ziet zij er op toe dat de wensen van haar cliënt ook in een omgeving met stricte protocollen gehoord en gerespecteerd worden. Zij wil graag meer inspraak aan het ziekenhuisbed en bespreekt dit onderwerp regelmatig met gynaecolgen. “Want een betere samenwerking met de zwangere zelf vergroot de kans op een goede bevallingservaring, óók als er complicaties zijn.”

Rebekka Visser brengt haar vooruitstrevende visie niet alleen onder de aandacht in haar werk als verloskundige maar ook in diverse neven-activiteiten. Op haar blog 'vroedvrouw en radicaal' breekt zij een lans voor de zelfredzaamheid van vrouwen bij hun bevalling en stelt kritische vragen over de werkwijze van verloskundigen en gynaecologen. In december 2010 initiëerde zij de petitie “Recht op autonome keuze voor zwangeren” gericht aan minister Schippers van Volksgezondheid. Hiermee wil zij het zelfbeschikkingsrecht opeisen voor zwangere vrouwen ten aanzien van de omstandigheden waaronder zij bevallen. Tevens vervult zij een prominente rol binnen de Geboortebeweging die begin 2011 werd opgericht en is uitgegroeid tot een breed platform van verloskundigen, doula's, moeders en andere geïnteresseerden die zich willen inzetten voor het behoud van de natuurlijke bevalling.

In een reactie vanuit haar praktijk Springtij in Usquert zegt Rebekka: “Ik had nooit verwacht dat ik hiervoor in aanmerking zou komen, zowel de nominatie als de prijs verrasten mij enorm! Ik vind het fantastisch om te merken dat iets waar ik me hard voor maak kennelijk zo leeft onder de mensen die hebben gestemd. Een bevalling kun je maar één keer doen. Ik hoop dat meer vrouwen zich durven uit te spreken bij de verloskundige en de gynaecoloog, zodat ze tevreden op hun bevalling kunnen terugkijken.”

http://www.vroedvrouwenradicaal-rebekka.blogspot.com/
http://www.springtij.com/welkom.html

donderdag 24 november 2011

Plastic Panda's en bijensterfte


Bas Haring heeft een boek geschreven: Plastic Panda's, over het uitsterven van de natuur. Toen hij zich naar aanleiding daarvan in Trouw afvroeg of het erg is dat soorten verdwijnen en of zijn Iphone niet dezelfde intrinsieke waarde heeft als een aap, kwam hem dat op een lawine van kritiek te staan. Blijkbaar vonden velen dat inderdaad heel erg. Want een wetenschapper als Haring wist toch ook wel dat de biodiversiteit van ons ecologisch systeem een fijn afgestemd mechanisme is? En dat de mensheid al onverschillig genoeg was? Was het niet immoreel dat hij daar als publiek figuur nog een schepje bovenop deed? Men vond van wel.

Wetenschapsjournalist Rob Buiter verwoordde het treffend:

Biodiversiteit is als de fijnmazige hangmat waarin Haring ligt te filosoferen en te genieten van de varkentjes bij zijn Ransdorper boerderijtje. Als ik daar een paar knoopjes uit wegknip, merkt hij inderdaad niets. Waarschijnlijk blijft hij zelfs bij honderd knipjes nog wel gewoon hangen. Maar op een gegeven moment houdt het toch echt op en ligt hij tot zijn schrik, en blijkbaar verbazing, in de modder naast zijn varkens.


Daar belandt Haring waarschijnlijk eerder dan hij denkt. Zo meldde journalist Koos Dijksterhuis dat de Europese landbouwcommissie verontrust is over de aanhoudende bijensterfte. Want zonder bijen heeft Europa geen vruchten. En zonder vruchten kunnen Europeanen zich niet volwaardig voeden. De Europese landbouwcommissie wil het probleem onder controle brengen door de bijen geneesmiddelen toe te dienen. Maar wat men maar niet onder ogen wil komen is dat hun ziekte juist verband houdt met onze onstuitbare drang tot technische controle. De bijen zijn door exploitatie en chemicalien in hun kasten en op hun voeding net zo verzwakt als onze gekke koeien en pestvarkens.

In plaats van dat de Europese landbouwcommissie en de FAO doordenderen op het pad van technische controle en innovatie moeten we juist ophouden met ingrijpen. Stop! Doe niets meer! Geef de natuur de ruimte! Laat haar zijn zoals zij is. Zet een stap achteruit. Desnoods worden we allemaal nog maar 35 jaar. De vraag is alleen: Wie brengt deze impopulaire onbaatzuchtige boodschap? Wie stelt zich op als advocaat van de natuur? De verzuurde berkjes voor ons huis? Het gras tussen onze stoeptegels? De olifanten op de Savannen? Een ding is zeker: Op Bas Haring hoeven we niet te rekenen.

vrijdag 4 november 2011

Tijd voor eten op school


Niet eerder kreeg ik zo veel bijval als naar aanleiding van het artikel in NRC (27 aug. 2011: Geen kleffe boterham voor pubers op school) waarin ik de belabberde eetcultuur op Nederlandse scholen belicht. Ouders uit het hele land, voedingsdeskundigen, werkers in de gezondheidszorg en diverse stichtingen en organisaties mailden of belden mij om hun zorgen hierover met mij te delen. Het probleem dat ik schetste, wordt blijkbaar in vele lagen van de Nederlandse bevolking gevoeld en herkend.

In de provincie Noord-Holland is men inmiddels overgegaan tot actie. Kinderen op de Hannie Schaft school in Haarlem die gebruikmaken van de TSO (tussenschoolse opvang) laten hun broodtrommeltje sinds afgelopen dinsdag thuis. In het tot restaurant omgetoverde BSO lokaal genieten zij nu vier dagen per week van lekkere soep, vers gebakken broodjes en een fruittoetje.
Dit pilot-project is een samenwerking tussen de stichting Tijd voor Eten en biologische cateraar Het Rijk van de Keizer en wordt gefinancierd door de provincie Noord-Holland. Acht andere scholen in Noord-Holland zullen het voorbeeld van de Hannie Schaft school de komende tijd volgen. Tijd voor eten streeft naar implementatie van dit model op 24 scholen binnen 3 jaar en op 120 scholen binnen 10 jaar.

Als Zuid-Hollander volg ik de ontwikkelingen met jaloerse blikken want mijn kinderen komen nog altijd hongerig, uitgedroogd, moe en chagerijnig uit school omdat zij geen zin hebben of tijd krijgen om de inhoud van hun broodtrommeltjes op te eten. Gisteren kwam er weer een van tien jaar oud strontvervelend thuis. Bij nadere inspectie bleek dat hij tussen half negen 's ochtends en half vier 's middags twee happen bruin brood had gegeten. En in plaats van naar trompetles te gaan, graaide hij met zijn blik op oneindig hysterisch in een kilozak studentehaver waarvan de helft binnen een minuut zonder te kauwen in zijn keelgat verdween. Arm, arm kind. Het krijgt gewoon de kans niet zich behaaglijk te voelen. Het enige wat je er als ouder tegenover kunt stellen is je kinderen 's ochtends vroeg en 's middags na school intensief bijvoeren. Ouders met tijd, geld en verstand van zaken doen dat met speltpannekoeken, vers fuit en rauwkost maar er zijn ook heel veel ouders die een roze koek in het brooddoosje een makkelijker en snellere oplossing vinden.

Laat onze nationale overheid een voorbeeld nemen aan dit Noord-Hollandse initiatief. Want hoe kunnen we ooit verwachten dat onze kinderen later goed voor zichzelf en elkaar gaan zorgen als zij die zorg zelf nooit hebben gekregen?

dinsdag 25 oktober 2011

Horen vleeseters zich te verontschuldigen?

Koeien mogen weer naar buiten op de Warmonderhof, opleiding voor biologisch dynamische landbouw en veehouderij (door Rick Sloot fotografie).

Even wat anders. Vleeseten. Horen vleeseters zich onderhand te verontschuldigen voor hun gedrag? Die vraag stelde Wilma Kieskamp Trouw-lezers afgelopen weekend. Mijn korte reactie daarop staat vandaag in Trouw. Bij deze de oorspronkelijke tekst.

Niet de vleeseter dient zich te verontschuldigen voor zijn gedrag maar een overheid die het mogelijk maakt dat haar burgers zichzelf dagelijks voor een prikkie vlees uit de intensieve veehouderij voorschotelen. Al minstens vijftien jaar lang koop ik uitsluitend vlees en zuivel uit de biologisch (dynamische) veehouderij en al die tijd verbaas ik mij er over dat ik hierin een vrije keuze heb. Het bevorderen van het welzijn en de gezondheid van aarde, mens, plant en dier is toch politiek? Net als bij het vliegen en autorijden is het in eerste instantie aan de overheid om haar burgers te begrenzen in hun schadelijke gedrag. We geven onze kinderen toch ook niet de hele dag snoep omdat zij daar zin in hebben? Wanneer men de biologisch dynamische veehouderij tot norm verheft krijgt vlees weer een eerlijke prijs waardoor burgers er vanzelf matiger mee om zullen gaan. Het enige wat daar voor hoeft te gebeuren is dat de overheid weer morele verantwoordelijkheid neemt in plaats van dat zij zich opstelt als een landelijke penningmeester.

vrijdag 14 oktober 2011

Bevallen: Wat als het mis gaat?

Ik ben hard bezig mijn boek Bevallen op eigen kracht drukklaar te krijgen. Over enige tijd verschijnt het bij uitgeverij Nearchus c.v., een antroposofische uitgeverij die vanaf het begin overtuigd was van de waarde van mijn manuscript en zich graag wilde inzetten om dit vernieuwende geluid naar buiten te brengen.

Voordat Nearchus c.v. en ik elkaar hadden gevonden, had ik contact met een aantal grotere commerciële uitgevers. De meesten van hen vonden mijn boek leuk of interessant maar konden er niet goed mee uit de voeten dat ik geen arts of verloskundige was. 'Alles goed en aardig Wendy, maar je bent gewoon maar een vrouw die vier bevallingen heeft doorgemaakt. Op basis daarvan kun je vrouwen toch niet zo maar tips geven over bevallen. Want: wat als het mis gaat? Zodirect wordt het boek nog uit de handel gehaald! Nee, Jomanda-achtige toestanden daar zitten we niet op te wachten.'

De vraag 'Wat als het mis gaat' is natuurlijk heel legitiem en ik pretendeer ook niet dat hij onbelangrijk is maar mijn boek is juist een reactie op de dominantie van die vraag binnen de moderne verloskunde. Het probleem van de moderne verloskunde is namelijk dat er een beetje te veel mensen bezig zijn met de vraag: Wat als het mis gaat? Het gevolg daarvan is de voortschrijdende medicalisering van het normale menselijke proces dat bevallen is waaraan dagelijks duizenden vrouwen en kinderen onnodig lijden.

Met Bevallen op eigen kracht wil ik niet ingaan op de vraag 'Wat als het mis gaat' maar juist op de vraag: 'Wat kunnen wij vrouwen zelf doen om te zorgen dat het goed gaat?' vanuit de overtuiging dat de vraag 'Wat als het misgaat' daardoor minder aan de orde is. Volgt u het nog?

Het is namelijk juist die vraag die de verloskunde uit het oog is verloren en die haar op een dwaalspoor gebracht heeft. En het is juist de ervaringsgerichte gevoelsmatige kennis van vrouwen zelf die haar weer de goede richting op kan krijgen.

maandag 3 oktober 2011

Een witte Petrof met gouden letters


Soms verras je jezelf. Dan doe je opeens iets wat je helemaal niet van jezelf verwacht. Zo was ik er van overtuigd dat ik nooit nooit nooit van mijn leven een matwitte jaren-80 piano met gouden letters en gouden pedalen zou kopen. Maar nu heb ik dat toch gedaan. En telkens als ik er naar kijk, denk ik aan Spandau Ballet en de schoudergevulde zusjes Maywood en vraag ik me af wat ik er aan kan doen dat ik daar niet meer aan denk. Een leuk Scandinavisch kleedje er over, kindertekeningen er boven of misschien toch helemaal over laten spuiten?

Hij was niet eens goedkoop die piano. En ik was ook absoluut niet van plan hem te kopen. Maar soms neemt het leven een onverwachte wending. Op een dag kwam mijn pianostemmer langs. Zoals gebruikelijk aten we appeltaart en spraken over Franse filosofen. Toen ik aangaf inmiddels wel aan een betere piano toe te zijn, tipte hij mij een buitenkansje: een prachtige klassieke zwarte Schimmel. Af te halen bij een alleraardigste 82-jarige pianorestaurateur in Den Haag die mij en de kinderen samen met zijn vrouw graag ontving.

Nou vind ik een dergelijke sociale gang van zaken veruit te verkiezen boven lukraak 100 piano's op marktplaats afscrollen dus zette ik mijn kinderen op de warmste herfstdag sinds 1908 in onze bloedhete aircoloze auto en reed naar het centrum van Den Haag. Aan de telefoon had de restaurateur al melding gemaakt van een witte piano die eigenlijk nog beter was dan de zwarte Schimmel maar dat had ik wijselijk genegeerd. Een witte piano, brrrrrr. No way.

Toen we parkeerden kwamen de restaurateur en zijn vrouw al naar buiten om ons de weg te wijzen. We werden hartelijk ontvangen met thee, koude limonade en bonbons. De kinderen namen plaats in grote leren fauteuils en werden overladen met vragen en complimentjes. Onder de indruk van deze onverwacht koninklijke behandeling, stamelden ze aardige dingen terug als:'Wat is het hier mooi opgeruimd' en 'Wat heeft u een mooie gouden spiegel'.

Toen de limonade op was mocht de oudste de piano proberen. 'Als ik u een goed advies mag geven dan zou ik die witte Petrof nemen mevrouw' fluisterde de restaurateur samenzweerderig in mijn oor. 'Njaa, stamelde ik, ik weet niet' naarstig op zoek naar een excuus om onder die witte uit te komen. Toen begon mijn zoon op de witte te spelen, een vrolijk snel deuntje over een Olga aan de Wolga dat hij pas op school geleerd had. De restaurateur en zijn vrouw keken geamuseerd toe hoe hij de hele melodie uit zijn hoofd speelde en er lekker op los improviseerde. Ik moest inderdaad toegeven dat de piano een mooie warme klank had. Daarna liep mijn zoon naar de zwarte Schimmel en begon aan een soort medley van Rod Stewart. Tot mijn schrik klonk deze piano een stuk scheller en onvriendelijker dan de witte Petrof. O wat erg, ik zat klem. Wat moest ik doen? En die zwarte Schimmel had ook nog van die mooie klassiek gebogen pootjes met bijbehorende kruk terwijl de schuine belijning van het onderstel van die witte me deed denken aan een platenhoes van Duran Duran.

Bij het afscheid sprak ik veilig af om één en ander eerst nog even met mijn man te overleggen. Maar tot mijn eigen stomme verbazing besloot ik op hetzelfde moment om de lelijke witte piano te kopen. Waarom in hemelsnaam? Ik weet het niet. Omdat mijn pianostemmer zo aardig en betrouwbaar is en omdat die mensen zo ontzettend aardig waren tegen mij en de kinderen en omdat het geluid van die piano zo warm en vriendelijk is. En omdat ik hecht aan een menselijke natuurlijke gang van zaken. En omdat ik graag geloof dat sommige dingen onvermijdelijk zijn. Zoals een witte Petrof met gouden letters.

vrijdag 16 september 2011

Goddank, er komt weer schaarste


Het mag niet, maar ik word zo blij van politici die somber over hun miljoenennota gebogen zitten. Hoera het is crisis! Eindelijk een einde aan de financiële vooruitgang en de bijbehorende nonsens waarmee wij onze tijd verdrijven zoals drie luxe vakanties per jaar en twee auto's voor de deur. Eindelijk verlost van de luxueuze rompslomp die onze levens teistert.
We denken dat het crisis is en dat we zorgelijk en treurig moeten zijn maar wees blij, dit is het uur van de waarheid. Eindelijk mogen we weer buffelen voor ons geld. Back to basics. Ons lichaam gebruiken waarvoor het gemaakt is: Noeste fysieke arbeid. Ik hoop op houthakken of uren met mijn kinderen lopen naar een waterput. Niemand zit meer achter zijn laptop, want wat heb je daar aan als de nood aan de man is en er eenden geschoten moeten worden? Een golf van sociale warmte zal ons treffen. De crisis laat zien dat onze welvaart van 1980 tot 2011 één grote illusie was en dat we onze tijd verkeerd besteed hebben. Dit is het moment waarop ik mijn hele leven heb gewacht. Het doorprikken van de ballon waarin wij leven en dood aan het zoveelste terrasje voor een kopje thee met appeltaart.

Terwijl ik dit schrijf, spuugt Jasperina de Jong er in mijn hoofd een vet aangezet 'BAH' uit en zing ik de rest van haar liedje vrolijk hardop verder:

Camembert en patrijs
En likeurbonbons
Alles trommelgarant
Alles vol met champignons.
Bah!
Stikkend in de zalm
En pate met malaga
En de diepvries a la creme
En de paprika
Wij arme misdeelden.
Ik walg van de weelde.
Ik walg van de wijn en de kaasfondue
En ik walg van Wina Born in de Avenue.
't Zit me allemaal tot boven in de strot
En ik bid: o God,
Geef me de gruwel met krenten weer
En de sappige worm in me juttepeer
En in plaats van de Berend-Boudewijkwis
Een preek over hel en verdoemenis

De onzin van amandelen knippen en andere schadelijke praktijken binnen de reguliere geneeskunde

'Nederlandse ouders moeten afleren meteen de amandelen te laten knippen bij hun kind als het regelmatig verkouden is. Want het knippen van amandelen is helemaal geen garantie dat het kind minder vaak ziek is.'

Wat nu? Deze hoogst opmerkelijke uitspraak van het UMC werd vorige week in diverse media naar buiten gebracht. Alsof het de ouders zelf zijn die op het onzalige idee gekomen zijn de amandelen van hun kind te verwijderen. Alsof de geneeskunde een vrijplaats is volgens het principe: U vraagt, wij knippen. Alsof ouders zich de ogen uit hun kop moeten schamen dat ze hun arme kindertjes, soms verschillende keren achter elkaar (want het klierweefsel herstelt zich tegen de verdrukking in) naar de snijbank geleid hebben.

Het is natuurlijk andersom. Artsen hebben ouders decennialang verkeerd voorgelicht en dientengevolge verkeerd gehandeld. Het heeft mij in mijn prille jeugd verschillende amandeloperaties opgeleverd, keel en neus. Ik was vaak verkouden en praatte door mijn neus. Natuurlijk werd dat gewoon veroorzaakt door storend medicijngebruik, de dampen van de Gist-Brocades en de grote grijze rookwolk van mijn vaders sigaretten waar niemand toen nog iets op aan te merken had. Maar het was toch echt de KNO-arts die mijn ouders er op wees dat mijn amandelen er uit moesten.

Daarna was ik nog steeds altijd verkouden en praatte ik nog steeds door mijn neus. De conclusie dat amandelen knippen niks uithaalt, trok ik al meer dan 30 jaar geleden. Gelukkig ben ik met mijn kinderen nauwelijks bij reguliere artsen geweest waardoor het hele amandel-circus aan mij voorbij gegaan is. Maar om mij heen werden kinderen van vrienden en bekenden nog altijd bij bosjes geknipt. In Nederland vinden er jaarlijks enkele tienduizenden ingrepen plaats. Stel dat zijn er 30.000 à 40.000 gedurende dertig jaar, dan zit je, met een correctie voor dubbele ingrepen, zo aan een half tot één miljoen kinderen die een compleet overbodige operatie hebben ondergaan.

Een Mea culpa aan de kant van de geneeskunde lijkt me nog wel het minste wat je in dit geval mag verwachten. 'Sorry mensen, we hebben jarenlang verkeerd gehandeld, het spijt ons. We beloven beterschap.' Maar in plaats daarvan hebben de ouders het nu gedaan. Een kinderachtig afwentelen van verantwoordelijkheid. Maar men ziet de bui natuurlijk al hangen. Want langzaam wordt
duidelijk dat die amandelen daar helemaal niet voor niets zitten. Nee, natuurlijk niet! Welk orgaan zit er nu voor niets in een lichaam? Wat een hybris van de artsenarij om te veronderstellen dat zij de schepping doorzien. Naar mijn bescheiden kennis zijn amandelen functioneel klierweefsel met een belangrijke rol in het menselijk afweersysteem. Het boek 'Vaccinatie' van Viera Scheibner vermeldt een onderzoek van Paffenbarger (1957) dat een opmerkelijk statistisch verband legt tussen het verwijderen van amandelen en het ontwikkelen van de ziekte polio. Een Mea culpa steekt natuurlijk nogal magertjes af wanneer aan het licht komt dat men jarenlang uiterst nuttig materiaal uit kinderlichamen heeft verwijderd.

Dit is niets minder dan de zoveelste medische blunder van jewelste op een rij. De geschiedenis staat er bol van: Kraamvrouwenkoorts, DES-dochters, vaccinaties met onvoorziene bijwerkingen zoals onlangs de gevallen van narcolepsie na het Mexicaanse griepvaccin. Het is maar een greep uit de enorme onoverzichtelijke brij. De wetenschappelijke geneeskunde is één langlopend medisch experiment van technische interventie in het menselijk systeem waarvan men de langetermijn- effecten niet overziet. Voor zover mogelijk worden de schadelijke effecten hiervan meestal vakkundig weggepoetst of wordt de verantwoordelijkheid ontdoken door er in bedekte termen over te communiceren. Zoals nu, door ouders subtiel als verantwoordelijken aan te wijzen.

Volgens een arts van het UMC moeten ouders meer kennis opdoen, zodat ze samen met de artsen een weloverwogen beslissing kunnen nemen over de beste aanpak van de klachten. Ik hoop dat deze arts er op doelt dat ouders weer moeten leren hoe ze de neus en oren van hun verkouden kind eenvoudig kunnen genezen door zout water in de neus te druppelen. Nog veel belangrijker is het echter, dat artsen zelf weer leren dit soort eenvoudige middelen toe te passen voordat ze met grof geschut als antibiotica en operaties gaan schieten. Wanneer ouders dan ook weer de tijd gaan nemen om hun zieke kind goed te verzorgen zodat het herstel voorspoedig verloopt en het afweersysteem tot volle bloei kan komen, zal blijken dat ondersteuning van het natuurlijke afweersysteem een uiterst eenvoudige, doeltreffende en goedkope manier is om de volksgezondheid te bevorderen. Met uiteraard minder inkomsten voor artsen en farmaceutische industrie. Maar dat nemen we graag op de koop toe.

Behalve dat ouders meer kennis moeten opdoen, zou men zich ook eens kunnen verdiepen in de vraag hoe het mogelijk is dat onzinnige schadelijke praktijken als die van het amandelen knippen zo lang stand houden. In dezelfde periode dat het amandelen knippen oprukte, nam ook het verwijderen van baarmoeders met de helft toe (1971-1981:19.000 naar 28.000). En hoe zit het tegenwoordig met al die pendelende teelballen en vernauwde voorhuiden? Jonge jongens worden er op grote schaal aan geopereerd. In hoeverre zijn dat ook problemen waar kinderen vanzelf overheen groeien? Laten we alsjeblieft niet wachten tot artsen zelf het antwoord op deze vragen geven. Want dan zijn we zo weer dertig jaar en een miljoen verminkte kinderen verder.