Posts tonen met het label opvoeding en onderwijs. Alle posts tonen
Posts tonen met het label opvoeding en onderwijs. Alle posts tonen

zondag 10 maart 2019

Ouders eisen mobielverbod op school



Draadloze communicatie is een schadelijke milieufactor, zo toont ruim driekwart van al het wetenschappelijke onderzoek naar radiofrequente straling tussen 1990 en 2017 . 

De huidige blootstellingsnormen zijn 20 jaar verouderd en beschermen niet tegen ernstige biologische schade. 

Scholieren behoren tot een risicogroep omdat hun lichaam kwetsbaarder is voor straling terwijl hun blootstelling daaraan op school extreem is. 


   Draadloze techniek, een schadelijke milieufactor op school

Het lijkt zo handig allemaal, draadloos internet en werken op Chromebooks, iPads en mobieltjes. Geen gezeul met boeken, agenda’s en loodzware tassen. Duurzaam, praktisch en toekomstgericht zo klinkt het overal. Het punt is, het is niet veilig.  De Nederlandse overheid prioriteert gebruikersgemak en economische winst al jaren boven gezondheid en verzuimt scholen te informeren over de risico’s. Om blijvende gezondheidsschade te voorkomen zijn dringend maatregelen nodig.

De Raad van Europa en Resolutie 1815
Wereldwijd kan geen wetenschapper of instituut een veilig gebruik van draadloze technologie garanderen. Tegelijkertijd toont de meerderheid van al het onderzoek aan dat dit een milieufactor is met ernstige negatieve biologische effecten, vaak al ver onder de huidige blootstellingsnorm.  Desondanks worden bekabelde netwerken mondiaal op grote schaal vervangen door draadloze netwerken. Niet voor niets riep de Raad van Europa haar lidstaten daarom al in 2011 via Resolutie 1815  op om burgers beter te beschermen tegen de aantoonbare gezondheidsschade van draadloze techniek. Concrete aanbevelingen luidden:

‘Minimaliseer blootstelling aan draadloze techniek, met name die van kinderen die het meest risico lijken te lopen op het ontwikkelen van hersentumoren’

‘Geef voorrang aan bekabelde netwerken op school en zorg voor een strikte regulering van het gebruik van mobiele telefoons’

‘Ontwikkel vanuit de ministeries van Onderwijs, Milieu en Volksgezondheid gerichte informatiecampagnes die docenten, ouders en kinderen voorlichten over de risico’s van het gebruik van mobiele telefoons en andere draadloze apparaten.

Scholen maken ongeïnformeerde beslissingen
De Nederlandse overheid heeft deze oproep naast zich neergelegd en is tegen al haar aanbevelingen in een samenwerking aangegaan met de Telecomindustrie om Nederland te voorzien van een innovatief landelijk draadloos netwerk.  Het belichten van de gezondheidsrisco’s is hierbij opgeofferd aan gebruikersgemak en economisch voordeel.  De afgelopen jaren zijn schoolbesturen en directies massaal overgestapt op draadloze netwerken zonder dat de ministeries van Onderwijs en Volksgezondheid hen informeerden over de gezondheidsrisico’s hiervan.  Het resultaat is dat scholieren anno 2018 blootgesteld worden aan een milieufactor die een dagelijkse aanslag vormt op hun gezondheid, gedrag en leervermogen.  Een risicovol en onverantwoordelijk experiment.

Breed spectrum aan ziektebeelden
Wat laat het onderzoek precies zien? In het Bio-Initiatiefrapport , bestaande uit 27 wetenschappers en artsen, zijn alle onderzoeken naar de gezondheidseffecten van draadloze techniek (radiofrequente straling) tussen 1990 en 2017 opgenomen. Het zijn er 833 waarvan ruim driekwart biologische verstoringen laat zien, variërend van mild tot zeer ernstig. Hierbij gaat het zowel om onafhankelijk als door de industrie gefinancierd onderzoek en om dierstudies, epidemiologisch onderzoek en lange overzichtsstudies. Blootstelling aan draadloze techniek leidt tot een breed spectrum aan ziektebeelden w.o. : Verminderde weerstand met symptomen van griep en verkoudheid, hoofdpijn, slaapstoornissen, vermoeidheid, allergieën, astma, huidproblemen, oxidatieve stress op celniveau, beschadiging van het DNA, de hersenen en het zenuwstelsel, vrije radicalen in levend weefsel, degeneratieve ziektes als Alzheimer en Parkinson, spierziekten als MS, geheugen- concentratie- en gedragsstoornissen,  problemen met zicht en gehoor, hartfalen, kanker (met name hersentumoren) en onvruchtbaarheid.  Veel van deze effecten zijn aantoonbaar ver onder de huidige ‘veilige’ blootstellingsnorm. Deze wetenschappelijke feiten worden helaas bevestigd in de dagelijkse praktijk van bouwbiologen en meetspecialisten. Bij mensen die slapen in waarden boven 0,10miliwattm2  (in NL 45.000 keer onder de toegestane norm voor mobieltjes en 200.000 keer onder de toegestane norm voor zendmasten) zien zij vrijwel altijd chronische gezondheidsklachten en slaapproblemen die  onmiddellijk verdwijnen als stralingsbronnen verwijderd en/of afgeschermd worden.

Relatie met kanker overtuigend genoeg aangetoond
In 2011 classificeerde de World Health Organisation (WHO) draadloze apparatuur als milieufactor nog in de categorie ‘mogelijk kankerverwekkend’.  Ondertussen zijn we honderden studies verder en leverde een langlopend staatsgefinancierd onderzoek van het National Toxicology Programme in de VS  een duidelijke relatie tussen hersentumoren en mobiel bellen. Een beeld dat in 2017 bevestigd werd in grote overzichtsstudies uit Zweden en India (Carlberg, Hardell PCM5376454 ; Prasad e.a. PMID 28213724).  Daarom stelde Dr. Anthony Miller , Emeritus hoogleraar, oncoloog en voormalig adviseur van de WHO en de International Agency of Research for Cancer in juli 2017 dat draadloze technologie op dit moment, net als tabak, asbest en dioxines, thuishoort in de hoogste klasse kankerverwekkende milieufactoren.

Wetenschappers verenigen zich wereldwijd
Om tegenwicht te bieden aan mondiaal falend overheidsbeleid, hebben 237 wetenschappers uit 41 landen zich inmiddels verenigd in de EMF Alliance. In 2015 riep zij de WHO en de VN op burgers, en met name kinderen, beter te beschermen tegen gezondheidsschade door draadloze technologie. Het appèl werd mede ondertekend door 105 internationale organisaties.  Als blijkt dat deze oproep niet leidt tot de bescherming waar scholieren wereldwijd recht op hebben volgt daarop in 2017 het Reijkjavik-appèl,  een internationale oproep van ruim 100 wetenschappers, artsen en gezondheidsinstanties aan scholen en schoolbesturen voor stralingsvrije scholen zonder draadloze techniek mét bekabelde netwerken. 

Scholen: Hoge stralingsniveau’s, kwetsbare doelgroep
Het Reijkjavik-appèl komt voort uit het besef dat scholieren een verhoogd risico lopen op blijvende gezondheidsschade door radiofrequente straling.  Metingen laten zien dat de stralingsniveau’s nergens hoger zijn dan in een moderne schoolklas waar scholieren er ook nog eens langdurig aan blootgesteld worden. Bovendien zijn kinderen vele malen kwetsbaarder voor schade door straling dan volwassenen, zo bleek in 2016 uit een vuistdik rapport van het Franse overheidsorgaan voor voedselveiligheid, arbo en milieu ANSES. In dit rapport wordt gewaarschuwd voor fysieke, cognitieve en psychische schade bij kinderen door draadloze techniek. Hun hersenen en ruggenmerg absorberen veel meer straling terwijl de zogeheten SAR-waarden (Specific Absorption Rates) van mobiele telefoons, bedoeld om het lichaam te beschermen tegen straling, nooit ontwikkeld zijn voor kinderen.

De extreme stralingsniveau’s in schoolklassen zijn het gevolg van de hoge dichtheid aan draadloze apparaten per m2 waarbij 30 tot 60 verbonden mobiele apparaten (telefoons, tablets, chromebooks) op 35m2 eerder regel dan  uitzondering is. Een tweede factor is de onwetendheid van schoolleidingen en docenten ten aanzien van het veilig gebruik van draadloze techniek. Men heeft doorgaans geen notie van de stralingsniveau’s die men draadloos in de klas veroorzaakt, laat staan dat men weet op welke manieren men blootstelling kan verminderen of voorkomen.

Klaslokalen: Factor 16 tot 500.000 boven biologisch veilige norm
Gemeten stralingsniveau’s in klassen met draadloze apparatuur  variëren globaal tussen ca. 0,05 en 1600 miliwattm2. De straling piekt wanneer er Dect-telefoons in de klas staan,  data gezocht of gedownload worden en/of wanneer de modus voor Wifi of mobiel dataverkeer aan staat terwijl het basisstation matig tot slecht bereikbaar is. De straling is op zijn sterkst dichtbij het apparaat.
Het Bio-initiatief rapport stelt vast dat  gezondheidsschade aantoonbaar is vanaf 0,03 mWm2 en dat men een factor 10 lager , dus 0,003mW2, als een biologisch veilige grens moet hanteren.  Dat is een factor 10 boven de normale achtergrondstraling van de aarde.  Volgens deze norm verspreidt slechts één draadloos apparaat in een klas al een schadelijke hoeveelheid straling, laat staan 30 of 50! De straling in een moderne klas overschrijdt in het gunstigste geval 100 keer deze biologisch veilige norm en in het slechtste geval ruim 500.000 keer! Hieruit volgt de ongemakkelijke conclusie dat draadloze technologie in haar huidige vorm niet veilig gebruikt kan worden. En dat invoering van een algeheel verbod op het gebruik van draadloze techniek de enige manier is waarop gezondheidsschade op school gegarandeerd voorkomen kan worden.

Huidige blootstellingsnorm  willekeurig gekozen en verouderd
De huidige blootstellingsnormen voor draadloze technologie zijn in 1998 met veel voorbehoud en willekeur vastgesteld door de International Commission on Non-Ionizing Radiation Protection, een raad bestaande uit 24 wetenschappers en artsen. Deze verouderde norm voorkomt dat een plastic zak gevuld met water binnen 6 minuten niet meer dan 1 graad Celsius opwarmt maar biedt, zoals inmiddels veelvuldig aangetoond, geen enkele garantie  tegen biologische verstoringen op langere termijn. Paulo Vecchia, voormalig directeur van het ICNIRP benadrukte al in 2005 dat deze normen geen medische garanties boden en dat het laatste woord er nog niet over gezegd was. In 2008 werden de normen door het Europees Parlement in een vrijwel unanieme stemming bestempeld als ‘verouderd’ waarop bijna alle Europese landen hun blootstellingsnormen aanpasten naar de laatste inzichten. Gek genoeg deed Nederland niets. Terwijl dit land met haar hoge bevolkings- en stralingsdichtheid een aanpassing van de norm het meest nodig had van alle Europese landen.

Situatie op school
Inmiddels vertonen steeds meer scholieren en docenten dagelijks de symptomen die in studies in verband gebracht worden met de korte termijn effecten van draadloze techniek zoals hoofdpijn, verminderde weerstand, concentratie- en gedragsstoornissen, chronische vermoeidheid en slaapproblemen.  Het zijn dezelfde symptomen als die waarmee steeds meer waardevolle leraren via een Burn-out afvloeien uit het onderwijs. Scholieren hebben die mogelijkheid niet, die hebben leerplicht. De fysieke en geestelijke druk die zij als gevolg van overbestraling ervaren maakt hen tot ‘lastige, drukke kinderen met concentratie- leer- en gedragsstoornissen’.

Beleid in andere landen
Steeds meer overheden realiseren zich de ernst en omvang van de situatie en treffen maatregelen om scholieren te beschermen. 
Zo dienden de Milieupartij en de Sociaal-Democraten in het Zweedse parlement respectievelijk in 2013 en 2016 een motie in voor het recht van scholieren op een stralingsvrije school zonder draadloze technologie.  En hoewel stralingsvrije scholen nog lang geen algemeenheid zijn, groeide de media-aandacht voor het onderwerp in heel Scandinavië wat er aan bijdroeg dat honderden scholen in Zweden, Noorwegen, Denemarken en Finland de afgelopen jaren overschakelden naar een algeheel mobielverbod waarbij telefoons overdag stralingsvrij in metalen kluisjes bewaard worden.  
In Frankrijk, waar Wifi op kleuterscholen om gezondheidsredenen al jaren bij wet verboden is, kondigde de Franse minister van onderwijs een nationaal mobielverbod aan voor het basis- en voortgezet onderwijs vanaf medio 2018.  Mobiele telefoons worden niet alleen verboden tijdens de lessen maar ook in de pauzes. Hoewel media deze maatregel vooral belichten vanuit de noodzaak tot meer concentratie op school, komt het besluit niet lang nadat twee Franse overheidsorganen rapporten publiceerden over de negatieve gezondheidseffecten van draadloze techniek.  In 2015 kwam het Franse overheidsorgaan voor draadloze communicatie ANFR naar buiten met het schandaal dat 9 van de 10 mobiele telefoons de maximaal toegestane stralingslimieten overschreden. En in 2016 kwam het eerder genoemde ANSES met concrete aanbevelingen om kinderen beter te beschermen tegen schade door draadloze technologie. Hiermee kan de invoering van een nationaal mobielverbod in Frankrijk niet meer los gezien worden van het toegenomen bewustzijn over de negatieve gezondheidseffecten van draadloze techniek.

Het nationale mobielverbod in Frankrijk wakkerde ook in Engeland de publieke discussie over de gezondheidsrisico’s van mobieltjes op school aan.  De Daily Mail stelt zich in juni 2018 de hamvraag die al veel te lang vermeden wordt als zij kopt ‘As more countries ban it from the classroom….Is Wifi giving our children cancer?

Naast Frankrijk en Zweden komen overal ter wereld steeds meer nationale en regionale overheden in beweging om burgers en met name scholieren beter te beschermen tegen de risico’s van draadloze technologie, getuige de lange lijst aan beleidsmaatregelen wereldwijd op de website van de Environmental Health Trust van Dr. Devra Davis. Overheden in België, Duitsland, Denemarken, Finland, Oostenrijk, Engeland, Italië, Spanje, Roemenië, Rusland,  Ierland, Cyprus, Athene, Turkije, Israël, Australië, VS, Nieuw-Zeeland, Canada, Taiwan, Namibië, Tanzania, Chili en Argentinië  verlaagden blootstellingslimieten op scholen, organiseerden parlementaire enquetes of regionale hoorzittingen over de risico’s van draadloze technologie op school en zorgden voor informatiecampagnes voor ouders, docenten en schoolleidingen. Vaak is het aangepaste beleid een direct gevolg van de druk en protesten die onderwijsbonden en/of ouderorganisaties uitgeoefend hebben.
Helaas doet Nederland vooralsnog niets. Het heeft het probleem nog niet eens erkend en wijt de problemen van leerlingen op school hooguit aan de verstrooiende en sociaal belastende werking van social media .

Geen controlerende overheid, expansieve industrie  
Het is een wonder te noemen dat draadloze techniek ondanks de aanzwellende wetenschappelijke kritiek toch binnen een paar jaar massaal omarmd is als ‘pedagogsch verantwoord lesmateriaal’.  Het is het gevolg van het actieve samenwerkingsverband tussen overheid en Telecomindustrie bij de uitrol van een landelijk draadloos netwerk.  Daarbij heeft de overheid haar onafhankelijk controlerende rol in het beschermen van de volksgezondheid verloren. De overheid ontving in 2000 zo’n dikke 7 miljard Euro van de Telecomindustrie in ruil voor het vrijgeven van het luchtruim. Daarbij bedongen de Telecomproviders dat de overheid geen aandacht zou vestigen op de mogelijke negatieve gezondheidseffecten (Straling Ongezond, Zembla 2007 deel 3).  Met deze deal prioriteerde de Nederlandse overheid  het economische belang op korte termijn boven het beschermen van de volksgezondheid op lange termijn. Zij verzuimde het voorzorgsprincipe na te leven zoals dat in de Europese milieuwetgeving omschreven staat. En zij verzuimde haar burgers, in lijn met de oproep van Raad van Europa uit 2011, voor te lichten over de risico’s van draadloze techniek. En hoewel de meerderheid van al het onderzoek naar deze techniek laat zien dat zij leidt tot biologische verstoringen, wijzen de adviesorganen van de Nederlandse overheid deze onderzoeken categorisch af op basis van zelfgeformuleerde criteria van kwaliteit. Hierdoor verdedigen Stichting Kennisplatform Elektromagnetische Velden, De Gezondheidsraad en het Antennebureau tot op de dag van vandaag de onhoudbare stelling  ‘Dat er geen enkele aanwijzing is dat draadloze techniek schade veroorzaakt..’ Zodoende ontstaan er bij de overheid ook geen kritische vragen die de samenwerking met de Telecomindustrie verstoren.

Gebrek aan transparantie
Opvallend is dat de zogenaamde onafhankelijke adviesorganen van de overheid niet de openheid en transparantie bieden als de wetenschappers van het Bio-initiatiefrapport. Waar die laatsten openlijk onderzoekslijsten publiceren, delen de adviesorganen van de overheid slechts haar eigen conclusies met het publiek in zogeheten ‘kennisberichten’. Hoe de overheid tot die kennis gekomen is, valt voor het publiek niet goed te achterhalen. Dus waar burgers de uitspraken van het Bio-initiatiefrapport zelf kunnen toetsen, moet zij de adviesorganen van de overheid op haar woord geloven.

Slecht geïnformeerde keuzes leiden tot ongezond gedrag
In afwezigheid van een zorgzame en beschermende overheid heeft een industrie met expansiedrift scholen met succes kunnen toevoegen aan hun afzetmarkt. Een dikke buit die zij binnengehaald hebben door overheden en scholen het draadloze leren als ‘het leren van de toekomst’ voor te spiegelen.  
In deze situatie maken ouders, scholen, docenten en beleidsmedewerkers al jarenlang onvolledig geïnformeerde en onverantwoordelijke beslissingen ten aanzien van het gebruik van draadloze techniek op school.  Klokkenluider Dr. Barrie Trower is een voormalig microgolf wapenexpert van de Engelse Koninklijke Marine en spioneerde voor de Engelse geheime dienst. Na zijn pensioen waarschuwt hij regeringen overal ter wereld voor de ernstige gezondheidsrisico’s die kinderen lopen door het gebruik van draadloze techniek. Hij noemt het installeren van Wifi in scholen een criminele daad gezien het feit dat de frequentie dezelfde is als het zogenaamde Moscow signal dat in de koude oorlog als wapen ingezet werd om het immuunsysteem van Amerikaans ambassadepersoneel in Moskou op afstand mee te verzwakken. Op deze manier zijn Amerikaanse ambassadeleden en hun gezinnen met succes vermoord. Bij limieten onder de huidige blootstelligslimiet.  Tegenwoordig is dit zelfde signaal een consumentenproduct dat in klaslokalen direct boven de hoofden van kinderen hangt.  Het grote publiek heeft hier geen weet van. En daarom is het nu algemeen geaccepteerd dat kinderen Wifi-routers en zelfs Wifi-versterkers naast hun bed hebben staan en onbekommerd rondlopen met een mobiel tegen hun hoofd en een laptop of tablet op schoot. Telecom reclames tonen dit dagelijks in een sfeer van gezellig familiegeluk. De meeste ouders en docenten en zelfs artsen kennen de risico’s niet en zo wordt kinderen al op jonge leeftijd ongezond gedrag aangeleerd dat aantoonbaar tot gezondheidsschade leidt.  

Afhankelijke media
Helaas functioneren de media hierin niet meer als onafhankelijke waakhond.  Zij werden de afgelopen jaren in toenemende mate afhankelijk van inkomsten via draadloze abonnee’s  en reclame-inkomsten uit de Tech-sector.  Hoewel de wetenschappelijk kritische geluiden over draadloze techniek voortdurend binnekomen bij de landelijke persbureau’s, halen zij sinds 2006 nog maar zelden de landelijke media. De gezamelijke stilte van overheid en media geeft burgers het idee dat het wel okee zal zijn met draadloze techniek. ‘Anders hadden ze er wel iets over gehoord of gelezen’, zo redeneert men niet geheel onlogisch.

Sluipreclame
Het laatste restje wantrouwen onder burgers, ouders, docenten en schooldirecties wordt vakkundig weggepoetst door het bedrijfsleven met professioneel ogende blogs. Zoals dat van Juf Debbie. Het lijkt een persoonlijk blog van een  geëngageerde juf die tussen haar sociaal bewogen artikelen jubelt over de verdiensten van Gynzy Chromebooks en tablets in de klas.  Het is niets meer dan een reclame-tool van Gynzy dat docenten over de drempel helpt bij de aanschaf van draadloze techniek in de klas. Dat Juf Debbie helemaal niet bestaat zal de meeste onschuldige lezers volkomen ontgaan.  

Conclusie en eisen
Technologie is alleen maar slim en duurzaam zo lang zij gezond gebruikt kan worden. Dat is bij draadloze netwerken niet het geval. Het bewijs hiervoor is overvloedig aanwezig. Daarmee is het gebruik ervan op school in strijd met het recht van scholieren op een veilige leeromgeving en de bijzondere zorgplicht die scholen hebben. Bij schadelijke milieufactoren als tabak, alcohol, asbest en hoogspanningsleidingen is de overheid pas in beweging gekomen na een overtuigende hoeveelheid doden. Een onverantwoordelijk en onethisch beleid dat nu zonder voorbehoud wordt losgelaten op schoolgaande kinderen. Daarom eisen wij als ouders dat het voorzorgsprincipe in werking gesteld wordt. Onmiddelijk. Omdat elke dag telt. Onderzoek uit 2015 laat zien dat vrouwtjesratten die dagelijks een kwartier in de buikstreek worden blootgesteld aan het signaal van een mobiele telefoon, na twee weken nog maar de helft van al hun eicellen overhebben. (Bakacak a.o. pubmed 2015)  Wat zegt dat over het risico dat kinderen en docenten op school lopen? Wij willen dat antwoord niet afwachten maar willen verantwoordelijke bestuurders die een totaalverbod invoeren op draadloze technologie op school. Hierbij worden mobieltjes overdag verbannen uit de school en/of in stralingswerende kluisjes bewaard, wordt Wifi op school verboden en zijn scholen verplicht bekabelde netwerken te gebruiken en leerlingen te leren zo veilig mogelijk om te gaan met draadloze technologie. Dit is onze minimale eis. Omdat het de enige manier is waarop scholen de veiligheid en gezondheid van onze leerplichtige kinderen kunnen garanderen. En dat is wel het minste waar zij recht op hebben.   


auteur Wendy Schouten, moeder van vier tieners van 13, 15, 17 en 19

woensdag 14 februari 2018

Nationale Ouderstaking



Tuin van een Zweedse kleuterschool in Järna. In Zweden hebben kleuters geen 'leerdoelen' maar zijn zij vrij om het leven in al haar facetten en op een voor kleuters passende wijze te ontdekken.


Gisteren was Jennifer Pettersson mij op bezoek. Voor haar podcastserie 'Opgejaagd' bij de VPRO interviewde ze me over het Zweedse onderwijssysteem en de crisis waarin het Nederlandse onderwijs zich bevindt. Afgelopen weekend schreef ze er uitgebreid over in Volkskrant Magazine.

Docenten staken voor meer loon en lastenverlichting. Maar wie komt er op voor onze kinderen en voor ons als ouders? Wat wordt er geboden in ruil voor leerplicht, uren huiswerk, dure bijles, overvolle klassen en een dientengevolg autoritair en straffend onderwijssysteem?

(Middelbare) scholieren draaien werkweken die de ARBO-wetgeving nooit zou goedkeuren en worden daar logischerwijs niet de leukste versie van zichzelf van. Ik spreek uit ervaring want zag dat het in Zweden wel mogelijk is., groot worden zonder huiswerk, straf en met een eigen leven naast school. Je kinderen houden dan mooi wat tijd over om thuis vrolijk een handje uit te steken met het uitruimen van de vaatwasser en het hanteren van de stofzuiger. 


In Nederland is dat heel anders. Hier krijg ik alleen nog maar boos en afwijzend gegrom bij elk verzoek van huishoudelijke aard. Ik begrijp het want mijn kinderen zijn overbelast en worden overdag op school naar hun gevoel vijandig bejegend. Dat maakt hen humeurig en minder sociaal dan ik ze ken. Zo zonde en nergens voor nodig!

De waarheid is dat Nederland rijk genoeg is om scholieren dezelfde kwaliteit en vrije tijd te bieden als Zweden. Echter zij doet het niet en kiest er voor haar geld anders te besteden. Wel eist zij van docenten, leerlingen en ouders een haast onmogelijke inzet aan tijd en financiële bijdragen.

Uitbuiting dus.

Het was een mooie zonnige ochtend en we hadden een een geanimeerd gesprek bij pasta met pesto.  Jennifer en ik concludeerden dat er een grens is overschreden en dat 

het de hoogste tijd is voor een massale ouderstaking. We laten onze kinderen niet meer naar school gaan voordat huiswerk, straf en overvolle klassen afgeschaft zijn en we kwaliteitsgaranties krijgen waar we als ouders mee kunnen leven. Wij zeggen NEE tegen een leerplicht die eenrichtingsverkeer is en waarbij we alleen maar calvinistisch lasten dragen zonder nog lusten te ervaren. Het is ons niet goed genoeg. Onze kinderen en wijzelf verdienen veel beter. 

Ik kan iedereen aanraden om de prachtige podcast-serie van Jennifer te beluisteren. Ik vind dat zij die uitzonderlijk mooi gemaakt heeft, schilderachtig, gevoelig en genuanceerd. Een kunstwerkje met typisch Zweedse accenten. De Zweden hebben namelijk een rijke luistertraditie met enorm veel kwalitatief hoogwaardige radio-programma's.. De toon ervan is in het algemeen veel vriendelijker, vrouwelijker, bescheidener en minder schreeuwerig dan die van veel Nederlandse radioprogramma's.  Ik heb daar enorm van genoten toen we nog in Zweden woonden en hoop dat we in de toekomst meer van dergelijke Zweedse radiokwaliteit kunnen verwachten.

Mijn bijdrage aan Jennifers podcast is te horen op 24.35 via deze link. Maar je moet ze echt allemaal gaan luisteren omdat je er, al genietend, een hele hoop wijzer van wordt. 


Deze Zweedse middelbare scholieren kwam ik op een middag tegen in het bos waar zij paddestoelen plukten. Het Zweedse schoolsysteem kent nauwelijks huiswerk. Kinderen hebben recht op vrije tijd en niet iedereen kan thuis in gelijke mate beschikken over deskundige huiswerkbegeleiding. Als je mensen gelijke kansen wilt geven kun je daarom geen huiswerk opgeven maar moet je er voor zorgen dat het werk overdag gedaan wordt onder begeleiding van docenten






woensdag 18 februari 2015

Antipestprogramma's?












Op de voorpagina van TROUW lees ik dat staatssecretaris Dekker van Onderwijs het heeft over 'effectieve antipestprogramma's', methodes waarvan wetenschappelijk is bewezen dat ze werken.
Waarom worden antipestmethoden door politici zo serieus genomen? Zien zij niet dat deze programma's, ongeacht de kwaliteit, een vorm van sociale chirurgie zijn waarbij het gezwel verwijderd wordt zonder de oorzaak daarvan aan te pakken? 
Pesten ontstaat bij gebrek aan positieve leiding van volwassenen. Zowel in kwaliteit als in kwantiteit. Zo eenvoudig is het. Kinderen gaan niet klieren als zij intensief begeleid worden door volwassenen die voldoende aandacht hebben voor compassie en verbinding en conflicten positief kunnen hanteren. Maar één leraar die slechts is opgeleid voor cognitieve vorming, 30 kinderen klaarstoomt voor de CITO-toets en de helft van zijn tijd kwijt is aan ambtelijke rapportages heeft geen tijd en competentie voor het ondersteunen van sociale processen.
Een overheidscomissie heeft inmiddels 61 ant-pestprogramma's bestudeerd en er 48 afgekeurd, er worden speciale 'pestprofessoren' aangesteld. Wat een geld en tijd gaat er verloren. Politici en ambtenaren zouden zich al deze moeite kunnen besparen door een paar simpele investeringen: Meer  aandacht voor sociale processen op docentenopleidingen, minder kinderen per docent en minder ambtelijke taken voor leraren. Enne...o ja, geef die kinderen, net als in de andere EU-landen, overdag gewoon een warme maaltijd. Het kost maar 2 Euro per dag per kind en ze worden er een stuk gezelliger van.

vrijdag 15 november 2013

Thuisonderwijs (Brieven Trouw 15-11-2013)





















'Goed punt!' dacht ik toen ik onderstaande brief vandaag in Trouw las. Bleek dat ik hem zelf had geschreven. 

Grappig: Uit internationaal onderzoek blijkt dat kinderen die thuisonderwijs krijgen niet achterblijven. Naar aanleiding daarvan adviseren deskundigen staatssecretaris Dekkker om het thuisonderwijs te behouden. Wel moeten ouders die het geven gaan voldoen aan regels. Waarom? Is het niet fantastisch dat deze ouders er zonder regelgeving in slagen hun kinderen naar hetzelfde niveau te tillen als hun leeftijdsgenootjes op school? Is dat niet juist een signaal dat de regelgeving op scholen een stuk minder kan? Blijkbaar zijn we er in ons land niet gerust op als dingen vanzelf goed gaan.

dinsdag 8 oktober 2013

Alleen een man in de klas kon mijn zoon kalmeren (NRC 06-10-2013)

Het onderwijs onderdrukt en kleineert jongens door hun spierkracht, agressie en moed te negeren en onderdrukken. Frustrerend, zowel voor de jongens in kwestie als voor de docenten. Jongens zijn niet stout maar stoutmoedig. Het onderwijs kan nog wat leren van het voetbal.

Als peuter sloeg mijn zoon hinderlijke leeftijdsgenoten genadeloos tegen de vlakte. Hem een 'sorry' ontfutselen bleek onmogelijk. Een klap was voor hem een prima middel om je territorium af te bakenen. 'Kijk eens wat je gedaan hebt, dat kindje huilt en heeft heel erg pijn' begon een juf meestal hoopvol. Maar voor tranen of emotionele pressie was hij ongevoelig. 'Moet ie maar ophouden als ik het zeg', antwoordde hij hooguit. In het gunstigste geval zei juf dan: 'De volgende keer moet je mij roepen, dan kunnen we er over praten.' Maar hij keek wel uit. Hij dopte liever zijn eigen boontjes en praten was wel het laatste waar hij op zat te wachten.

Het was het begin van een schoolcarriere waarin mijn zoon negen jaar lang dagelijks de afkeuring van zijn onderwijzeressen over zich afriep. Hij was niet het dociele kind dat zij graag zagen maar een speels beweeglijk dier niet van zins zich te laten kooien in een klaslokaal of vrouwen te volgen die 'verdrietig' werden als hij een in hun ogen minder geslaagd grapje maakte. Pogingen hem te socialiseren langs de weg van het empathisch gesprek mislukten keer op keer. Dit alles bezorgde hem dagelijks strafregels en kruisjes op het bord en mij een wekelijkse gang naar de juf. Wat was er met hem aan de hand? Hij gedroeg zich a-sociaal, onaangepast. Ik begreep het niet. Mijn oudste zoon was met dezelfde opvoeding een model-leerling.

Zo kritisch als mijn zoon op school beschouwd werd, zo bejubeld werd hij op het voetbalveld. Zijn negatieve karaktertrekken (hyperactief, a-sociaal, koppig, eigenwijs, weinig empathisch en onbereikbaar) werden door trainers, ouders en medespelers in een positief daglicht gesteld (dynamisch, onafhankelijk, wilskrachtig, onnavolgbaar, koelbloedig en onverstooorbaar.). Mijn zoons zwakke kanten op school bleken zijn sterke kanten in het voetbal. Langs de lijn zag ik helemaal geen onwillig afgesloten kind maar een open jongen die zich afstemde op zijn medespelers en elke opmerking van zijn trainer registreerde. Ik zag iemand die niet perse zelf hoefde te scoren maar grenzen wilde verleggen en het groepsbelang wilde dienen. En ik zag iemand die zijn emotie goed kon uitschakelen waardoor hij de bal kalm en berekenend in de kruising schoot als dat nodig was.

De discrepantie tussen de twee werelden waarin mijn zoon al jaren leeft is enorm. In het ene kamp een lastpak, in het andere kamp een held. Dat geeft te denken. Niet in de laatste plaats omdat er veel zijn zoals mijn zoon. Jongens uitgerust met het genetisch materiaal van een krijger. Jongens die hun krachten willen meten en vanaf hun 11e, 12e klaar staan om samen met hun vaders, ooms, broers en neven een zwijn in het bos te scoren. Echter, het gebrek aan empathie dat nodig is om dat zwijn zonder al te veel stress de keel door te snijden wordt door leerkrachten doorgaans magertjes gewaardeerd en het uurtje gym per week volstaat bij lange na niet om de energie van deze krijgers in banen te leiden. Daarmee zadelt de maatschappij en het onderwijs in het bijzonder zichzelf op met een probleem. De, toch al overbelaste, docenten worden doodmoe van deze jongens die zich op hun beurt misplaatst en waardeloos voelen. Het onderwijs zou zich tijd en moeite kunnen getroosten door beter naar het voetbal te kijken waarin de krijgersnatuur van jongens gerespecteerd en gekanaliseerd wordt. Kinderen kunnen best (of misschien zelfs beter!) leren rekenen door drie plus zeven keer een bal naar elkaar te schoppen. De gedachte dat het intellect en de sociale vaardigheden van jongens beter gevormd worden in een gedisciplineerde sportieve omgeving is van alle tijden en plaatsen. Kijk naar de gymnasia in het oude Griekenland, de Engelse kostscholen en de judoscholen in Japan.

Als we niet terug willen naar de autoritaire tucht uit de jaren 50, zijn kleinere klassen een voorwaarde voor goed onderwijs. Dat is in ieders belang maar in dat van jongens in het bijzonder. Zij hebben, vergeleken met meisjes, meer directe aansturing nodig. Meer leraren dus en dan het liefste mannen! Want de 85% vrouw in het basisonderwijs gaat er te vaak van uit dat de jongens in hun klas gedragsproblemen hebben terwijl zij gewoon gefrustreerd zijn door gebrek aan beweging, te weinig aansturing en een te vrouwelijke manier van communiceren. Hierdoor worden meer jongens dan nodig afgeserveerd naar een opleiding onder hun kunnen of naar een traject waarin therapeuten of medicijnen als Ritalin soelaas moeten bieden. Een aantal keer bezweek ik bijna aan de druk die onderwijzeressen op mij uitoefenden om mijn zoon als patient te beschouwen. Hem van een etiketje voorzien leverde een directe win-win-situatie op voor de juf en mij. Zij kreeg meer tijd c.q. budget en ik meer begrip en aandacht voor mijn zoon waardoor hij misschien eindelijk stopte met nagelbijten en mouwkluiven. Bovendien begreep ik, net als zijn juffen, zelf vaak ook niets van het gedrag van mijn alfamannetje. Misschien was er inderdaad wat mis met hem. Maar wat ben ik blij dat ik, mede dankzij de onverzettelijkheid van mijn eigen alfaman, nooit gezwicht ben voor die druk. Hij begreep mijn zoon beter dan ik en vond, terecht, dat we hem niet het gevoel hoefden te geven te falen omdat zijn onderwijzeressen er niet uitkwamen met hem. Maar nog blijer ben ik met de nieuwe meester van mijn zoon. Want na 7 jaar valt ons eindelijk de 15% man in het basisonderwijs ten deel. Mijn zoon is een jongen van weinig woorden maar over zijn meester raakt hij niet uitgepraat. 'Als je niet luistert, pakt hij je hoofd beet of knijpt hij in je arm, best hard' zegt hij trots. 'En hij speelt gitaar en zingt een beetje hoog en schor en dat klinkt echt heel mooi. En weet je', zegt hij verbaasd, 'deze meester wordt helemaal niet kwaad als ik een grapje maak, hij grinnikt er om en gaat dan gewoon door met zijn verhaal'. Nog altijd zit mijn zoon overdag meer stil dan gezond voor hem is maar 's ochtends komt hij zingend van de trap naar beneden, 's middags begint hij ongevraagd aan zijn huiswerk en voor het eerst in zijn tienjarige schoolloopbaan gaat hij fluitend naar school.


Wendy Schouten, moeder van drie zonen (7,12 en 14) en een dochter (10).



woensdag 27 maart 2013

Excellentie levert weinig op (Trouw, Podium 26-03-2013)

Pupillen van Eton College, Photograph: Christopher Furlong/Getty Images
Pupillen van Eton College, Photograph: Christopher Furlong/Getty Images

'We moeten meer investeren in excellente werknemers, docenten en leerlingen.'

Dit geluid zingt rond in alle media en lijkt verworden tot een nationaal geloof. Maar waar is het op gebaseerd? Gaat het soms goed met landen als Engeland en Amerika waar de excellente bovenklasse van de samenleving haar intellectuele talenten viert in elitaire bolwerken als Eton, Cambridge of Harvard? Laat de economische crisis in die landen juist niet zien dat het belang van intellectuele vorming en persoonlijk succes schromelijk wordt overschat? 

Interessant is in elk geval dat in de lijst van meest toonaangevende kenniseconomieën (global competitiveness report 2012-2013 van het World Economic Forum) Finland en Zweden voorlopen (resp. 3e en 4e plaats) op Nederland, Engeland en Amerika (resp. 5e, 7e en 8e plaats). En laat dit nou net twee landen zijn waar niet excellentie maar plezier en sociale samenhang in werk en onderwijs voorop staan. Hier streeft men, anders dan staatssecretaris Dekker, niet in de eerste plaats naar een 'ambitieuze en opbrengstgerichte leercultuur' maar naar één waar men betrokken en geïnteresseerd samenwerkt binnen redelijke grenzen. Hoogbegaafde kinderen halen hier misschien niet het maximale uit hun intellectuele mogelijkheden. Maar is dat erg? Weegt dat op tegen het feit dat zij hier meer uit hun fysieke en sociale mogelijkheden halen via beweging in de buitenlucht, voldoende rust en training van sociale vaardigheden? Ik geloof uiteindelijk van niet. Er valt zelfs veel voor te zeggen om bolleboosjes niet in een hoogbegaafdenklasje te zetten maar ze hun buurman te laten helpen met zijn sommen zodat hij ze ook snapt. Dat maakt de bolleboos socialer en de buurman slimmer.

De opmars van plusklasjes is een uitwas van een competetieve individualistische maatschappij waarin de intellectuele ontwikkeling van kinderen centraal staat en steeds ambitieuzere ouders een plekje onder de zon voor hun kroost opeisen. Het is beschamend in alle media te lezen dat hoogbegaafde kinderen in Nederland verwaarloosd worden en zwakbegaafden gepamperd terwijl de klassen in het speciaal onderwijs overvol zitten en onderbemand zijn. Hebben redacteuren mogelijk meer affiniteit met de problematiek van hoogbegaafden dan met die van kinderen met een rugzakje? 
Hoe dan ook, plusklassen leiden tot niets anders dan segregatie en verdere individualisering van onze samenleving. Dat moeten we niet willen. Ons land is harder toe aan verbinding dan aan differientatie. De werkelijke problemen in het onderwijs liggen in onze gemeenschappelijke basis. Die is nu te mager zowel voor de rugzakjes als de middenmoters als de bolleboosjes. Als er naar Scandinavisch model, twee of meer leerkrachten voor de klas staan in plaats van één, komen alle leerlingen, sociaal, emotioneel en intellectueel beter tot hun recht, of zij nu extra aandacht nodig hebben vanuit een achterstand dan wel een voorsprong. In Zweden nemen zelfs kinderen met het syndroom van Down deel aan regulier onderwijs. Zo vormt het schoolleven weer een reële afspiegeling van de maatschappij waarin kinderen rekening leren houden met elkaar in plaats van elk hun individuele traject te bewandelen. En ja, dat maakt bolleboosjes misschien wat minder excellent maar wel een stuk plezieriger in de omgang.



maandag 11 februari 2013

Opvoedkundig debat Trouw

In Trouw ontspon zich de afgelopen weken een uitgebreid opvoedkundig debat.

Naar aanleiding van het verschijnen van haar boek Waarom ik geen strenge moeder ben (terwijl ik dat wel zou willen zijn) verscheen er in Trouw een interessant artikel van de auteur en journaliste Iris Pronk: Waarom is 'nee' zeggen zo moeilijk?

Na een anti-autoritaire 'laissez-faire' opvoeding neemt zij zich voor zelf juist een strenge ouder te worden. Eentje met veilige duidelijke grenzen en regels en bedtijden en tafelmanieren en dankuwel en alstublieft. Twee dochters verder komt ze tot de conclusie dat streng zijn haar niet lukt, sterker nog, dat ze een bovengemiddeld toegeeflijke ouder is.

In het artikel deelt Iris haar fascinatie en bewondering voor strenge ouders Sjoerd en Ludeke die in tegenstelling tot haarzelf wél uitgesproken streng en consequent zijn in de opvoeding van hun trio van bijna zes, drie en één. Ze hanteren een scala aan stricte regels als: Wie na een waarschuwing toch van tafel loopt is klaar met eten. Zijn of haar bord met eten wordt dan demonstratief boven de vuilnisbak leeggekieperd en: Als papa en mama tijdens het eten de eierwekker zetten (om een gesprek te kunnen voeren) mogen jullie pas weer praten nadat de wekker is afgegaan. Toen strenge vader Sjoerd de dochter van journaliste Pronk in haar bijzijn voor straf de gang op stuurde dacht zij bewonderend: 'Wauw, die durft, andermans kind corrigeren waar de moeder bij is.' Pronk vergelijkt de opvoeding met een tuin die alleen kan bloeien wanneer er consequent met vaste hand gesnoeid wordt.

Naar aanleiding van dit artikel vroeg Trouw om lezersreacties.
Hieronder mijn bijdrage (in Trouw katern Tijd leven en doen van 26 januari)


Liefdevol begrenzen

Toegeeflijkheid en gebrek aan pedagogisch kader teistert ons moderne ouders. Journaliste Iris Pronk zoekt de oorzaak daarvan vooral in haar anti-autoritaire opvoeding. Mogelijk. Of hebben onze problemen vooral te maken met het feit dat we meer tijd wensen te besteden aan studie en baan dan aan de professionalisering van ons ouderschap? Grenzen stellen is één van de moeilijkste uitdagingen in het leven van ouders. Als we allemaal nog maar anderhalf kind krijgen en daarbij weinig tijd investeren in opvoeden, dan worden we daar niet vanzelf beter in. Reflexmatig teruggrijpen naar ouderwetse strengheid lijkt dan misschien een antwoord maar dat is het niet. Want getuigen de rigide leefregels en het 'viezenwoordenschrift' van strenge ouders Sjoerd en Ludeke niet van eenzelfde onvermogen om hun kinderen op normale wijze grenzen bij te brengen? Deze ouders hebben hun tuintje weliswaar op orde maar laten zich weinig verwonderen over de pracht aan wilde onbekende bloemen in hun tuin. Dan maar liever toegeeflijk Iris! Kinderen liefdevol leren begrenzen kost gewoon veel tijd en aandacht.

Trouw vervolgde het thema opvoeden met de uitkomsten van het Trouw opvoedonderzoek 2013 (op instigatie van Dolph Kohnstamm als reprise van het dertig jaar eerder gedane opvoedonderzoek onder lezers van Ouders van nu). 

De belangrijkste conclusie van dit onderzoek was dat ouders anno nu hun kind liever zelfstandig en zelfbewust zien dan gehoorzaam en bescheiden zoals in 1983. Ouders willen een stevig kind dat niet over zich heen laat walsen. Daarbij zijn ouders volgens onderzoekspaar Dolph en Rita Kohnstamm steeds toleranter geworden ten opzichte van de onbescheidenheid, ongehoorzaamheid en onbeheerstheid van hun kind. Zij stellen dat de toegeeflijkheid onder ouders de pan uitgerezen is waarbij ouders vooral van andere ouders vinden dat zij hun kinderen te vrij laten (60% van de ondervraagden).

Naar mijn idee spiegelen deze uitkomsten onze samenleving. Want is het persoonlijke niet politiek?
Sinds 1983 is onze maatschappij individualistischer en kapitalistischer geworden.  In Nederland lijkt persoonlijk succes tegenwoordig de sleutel te zijn tot een gelukkig bestaan. Daartoe moet je je manifesteren, je onderscheiden van de rest om je plekje in de maatschappij te veroveren. Een bescheiden inschikkelijke houding komt daarbij slecht van pas. Tegelijkertijd worden ouders vooral aangemoedigd geld te verdienen en zo min mogelijk tijd te besteden aan de opvoeding van hun kinderen. Dat leidt tot kleinere gezinnen waarin kinderen weinig rekening met elkaar hoeven houden en ouders die er minder dan vroeger aan toekomen de deskundigheid te verzamelen die hun gezag als ouder vanzelfsprekend en geloofwaardig maakt.


zondag 13 januari 2013

De in de jeugd onderdrukte energie is de voedingsbodem voor zinloos geweld en massahysterie.

In dichtbevolkte, overgeorganiseerde stedelijke gebieden wordt de natuurlijke energie van jonge kinderen beknot. Volwassenen staan voortdurend op de rem omdat wij de voorkeur geven aan vrij autoverkeer boven het vrije verkeer van onze jeugd en vinden dat zij zich al in een onnatuurlijk vroeg stadium moet aanpassen aan onze overgeorganiseerde omgeving.

Om de energie van onze kinderen de vrije loop te kunnen laten en hen een gezonde ongeremde ontwikkeling
te kunnen bieden verhuisden wij naar het Zweedse platteland. Martin Simek verruilde Nederland voor Calabrië in Zuid-Italië waar hij woont met zijn vrouw en twee zoontjes. In De Groene Amsterdammer (dec.2012) verwoordt hij treffend:

'De energie van kinderen moet bewaard blijven, daar moet de wereld het van hebben. Als je de natuurlijke energie onderdrukt, zoekt hij een uitlaatklep. De in de jeugd onderdrukte energie is de voedingsbodem voor zinloos geweld en massahysterie.'

woensdag 9 januari 2013

Zweden blijven investeren in kinderopvang

Afgelopen winter ontving ik in Järna journalist Frank Gersdorf van Het Financieele Dagblad. In de ijzige koude (-25 Graden Celsius) brachten wij een bezoek aan förskola (kleuterschool) Flätan, de warme huiselijke school van mijn jongste zoon waar ik met veel plezier enige tijd als kok/leidster werkte.

Hieronder de link naar zijn artikel over de niet aflatende overheidssteun voor kinderopvang in Zweden.

https://docs.google.com/file/d/1AskG5wOnnWB1-Ef3LYjvYsDEem0WfwOftrL5NdADz4BUhNIBZj5ipMirRHkX/edit


dinsdag 8 januari 2013

Zweeds onderwijs draait niet om lesstof maar om ontwikkeling en welbevinden kind

In Zweden wordt van schoolkinderen in evenwichtige mate het lichaam, de geest en de sociale- en creatieve vaardigheid getraind. Daarbij staat het welbevinden en de ontspanning van docenten en leerlingen centraal.
Korte schooldagen, veel beweging in de buitenlucht, een dagelijkse gevarieerde en soms zelfs biologische warme maaltijd op school, ruimschoots personeel voor de klas, speciale aandacht voor omgangsvormen, en lange vakanties maken dat mogelijk. Daarbij is het onderwijs meer gericht op deelname en minder op prestaties waardoor docenten en leerlingen al hun tijd en energie kunnen besteden aan de lesinhoud in plaats van aan toetsen en rapportages.

Zou het, met het oog op de Zweedse situatie, niet heel goed kunnen dat het Nederlands onderwijs efficiënter functioneert wanneer meer tijd besteed wordt aan het welzijn van leerlingen en docenten en inhoudelijke kwaliteit van de lesstof en minder tijd aan kennis vergaren en meetkundige doelen behalen? De Finse situatie met de beste onderwijsprestaties op Europees niveau en de minste hoeveelheid lesuren lijkt deze aanname te steunen.

Lees hieronder mijn visie op het Zweedse onderwijs in het Onderwijsblad van december 2012.

https://docs.google.com/open?id=1bWNudhl_urFGzphv3wzpl8xpyGAhn_63DjRFaLovhdFzzTVIg_J5XcHKxfXG

maandag 19 december 2011

Politiek moet keuzes maken in verdeling arbeid/zorg


'Pfff, acht pagina's wijdt de NRC aan de ondoordachte, al weer half ingetrokken oproep van Van Bijsterveldt. Zijn er geen echte onderwerpen?', twitterde Femke Halsema. Maar het is niet zo zeer die brief als wel de opwinding die zij veroorzaakt die interessant is. Er is, zoals Mirjam Sterk van het CDA bij Pauw en Witteman al aangaf, een open zenuw geraakt bij ouders die onzeker zijn over de verhouding tussen werk en zorg.

In haar open brief aan de tweede kamer stelt minister Bijsteveld ouderbetrokkenheid aan de orde als factor van belang voor goed functionerend onderwijs. Een uitstekend punt maar geheel begrijpelijk kwam haar dit op een stroom aan verontwaardigde reacties te staan. Ouders worden sinds de jaren zeventig op niet aflatende wijze bestookt met de opdracht beiden betaald werk buitenshuis te verrichten. Vrouwen worden al decennialang gehersenspoeld met het idee dat betaald werk en het hebben van een carrière waardevoller is dan het verzorgen van hun eigen kinderen. En dat het heel normaal is om hun baby's dwars tegen hun moederinstinct in huilend over te dragen aan jonge meisjes die net hun eerste scooter hebben gekocht. Wanneer het gros van de Nederlandse stellen deze situatie uiteindelijk schoorvoetend geaccepteerd heeft, kan het dan ook nauwelijks verbazen dat minister Bijsterveld met haar appèl op ouders een hoop ingehouden woede en frustraties over zichzelf afroept.

Het beeld dat de minister van ons moderne ouders schetst is mijns inziens correct. Wij willen alles, doen te veel en maken te weinig keuzes. Naast de verzorging van onze kinderen willen we werken, het liefst in een glanzende carrière, een leuk sociaal leven hebben, een paar keer per jaar op vakantie, hobby's uitoefenen en dan ook nog tijd voor onszelf. Dit uitgebreide wensenpakket drukt op de betrokkenheid van ouders bij hun kinderen. Het gegeven dat ouders tegenwoordig meer quality-time met hun kinderen doorbrengen, zoals onlangs in het NRC aangevoerd werd (Ouders besteden meer tijd aan hun kinderen dan ooit 01-12-11) doet daar weinig aan af. Want ouderbetrokkenheid ontwikkel je niet zo zeer in de uren dat je gericht fijne dingen met je kinderen doet maar juist in die uren dat de kinderen er volgens de auteurs van dit stuk 'maar een beetje bijhingen'. Verminderde ouderbetrokkenheid zit hem vooral in de afname van het aantal uren dat ouders en kinderen samen op vanzelfsprekende wijze ongedwongen met elkaar doorbrengen. Samen naar school lopen, fietsen, de afwas doen, samen de kamer opruimen, schoonmaken. Juist in het alledaagse samenleven leer je de ander kennen en vallen terloopse maar belangrijke signalen eerder op. Want hoe je het ook wendt of keert, een ouder die de hele dag voor haar of zijn kinderen zorgt, ziet sneller en beter waar dingen spaak lopen dan een ouder op kantoor. Dat zal niemand kunnen ontkennen. Wij bieden tegenwoordig bij lange na niet meer de supervisie en continue zorg van de traditionele huisvrouw. Daarbij krijgen we tegenwoordig ook nog eens een stuk minder kinderen wat onze natuurlijke professionaliteit ten opzichte van het opvoeden heeft verkleind. Dit alles vermindert onze mogelijkheden invloed uit te oefenen op het leven van onze kinderen. Dat hoogopgeleide ouders er desondanks beter in slagen om hun kinderen te ondersteunen in hun schoolwerk dan laagopgeleide ouders zal niemand verbazen.

Op zich is de open brief van minister Bijsterveld en alle reacties die zij daarmee ontlokt razend interessant. Want het voert ons terug naar de maatschappelijke discussie over de verdeling arbeid zorg. Hoe veel tijd wensen wij als maatschappij te besteden aan het onbezoldigd verzorgen van onze kinderen en aan betaald werk buitenshuis? En wie is verantwoordelijk voor de opvoeding van onze kinderen? Wie biedt er supervisie en continuïteit in hun leven? Het is een schemergebied geworden omdat docenten kinderen in hun klas tegenwoordig vaak langer op een dag zien dan hun ouders. Maar een appèl aan ouders is een volledig misplaatste manier om de onthechting tussen ouders en hun kinderen te herstellen. Want het is de overheid zelf die haar in gang heeft gezet door ouders jarenlang aan te sporen beiden buitenshuis te werken en hun geld in het weekend te spenderen in immer opengestelde koopgoten en meubelboulevards. In Zweden zag ik wat de langetermijn-effecten zijn van het volledig en systematisch doorvoeren van dit principe: Ouders die alleen nog maar via de mail meekrijgen wat er overdag met hun kind gebeurt, op opvoedcursus gaan en zelfs dan nog weinig grip krijgen op de wegen van hun kinderen. En veel kinderen die ongelukkig of ontevreden zijn met zo weinig aandacht van degenen die hen het meest na staan. Het onoplosbare gepest op scholen, de gothic kapsels en hoofden vol piercings wekten op mij de indruk van een nationale schreeuw om meer aandacht van betrokken volwassenen. Wij kunnen een dergelijke situatie in Nederland voorkomen door de zorg voor onze kinderen weer meer als een serieuze taak op te gaan vatten. Ouders die beiden meer aanwezig zijn in het leven van hun kinderen zijn daarbij misschien een betere optie dan een wedergeboorte van de traditionele huisvrouw. Ferry Haan schreef vorige week een schitterend betoog (Vaders, roep je zoon nou eens tot de orde, Volkskrant 03-12-11) waarin hij vaders oproept meer verantwoordelijkheid op te eisen in de opvoeding van hun zonen en hen beter te begrenzen. Voor een dergelijke positieve ontwikkeling op grote schaal is het niet in de eerste plaats aan de ouders als wel aan de overheid om duidelijke keuzes te maken. Want je kunt nu eenmaal niet alles hebben mevrouw Bijsterveld: Fulltime werkende ouders en ouders die volledig betrokken zijn bij het leven van hun kinderen.

De belangrijkste oorzaak van de onthechting tussen ouders en kinderen is het waanidee van het tweeverdienersmodel. Het vervreemd kinderen en ouders van elkaar en verslechtert de communicatie tussen ouders en scholen. Een appèl dat ouders oproept nog een stapje harder te gaan lopen is ondoordacht omdat het ouders alleen maar onnodig belast en de wortel van het probleem niet aanpakt. De school van mijn kinderen draagt ouderbetrokkenheid hoog in het vaandel. Sinds jaar en dag sta ik bijna wekelijks in één van de klassen van mijn vier kinderen af te wassen of te stofzuigen. Verder zijn er gezamelijke ouderactiviteiten tijdens jaarfeesten, bezoek ik regelmatig schoolvoorstellingen en waar het nodig is bak ik met liefde een brood of een taart. Toen ik nog met baby's rondliep vroeg ik me wel eens vertwijfeld af waarom ik op school zo vaak aan het werk was terwijl mijn kinderen thuis door de stofwolken kropen. Maar goed, ik deed het voor de goede zaak en zo leerde je nog eens andere ouders kennen.

Toen ik vijf jaar later met mijn gezin in Zweden terecht kwam, merkte ik dat het er daar op school heel anders aan toe ging. Op doordeweekse dagen werd er geen beroep gedaan op ouders die daar bijna allemaal een volledige baan hebben. De juf deed haar afwasje zelf en in het weekend maakten de ouders de klassen schoon of naaiden samen het kerstcadeau voor hun kind. Op deze manier leerden ouders elkaar net zo goed kennen en bleven zij ook op de hoogte van de ontwikkelingen binnen de school zonder dat het hen doordeweeks belastte. Met vier jonge kinderen vond ik het een verademing om gewoon rustig naar huis te kunnen gaan na een schooldag. Het voelde een stuk humaner dan het Hollandse gezwoeg van altijd maar alles moeten kunnen combineren. Zweden heeft daarin, anders dan Nederland, wel een duidelijke keuze gemaakt.

Echter de communicatie tussen school, ouders en kind is er een stuk slechter aan toe dan in Nederland. Met verbazing heb ik deelgenomen aan ouderavonden waar een vader probeerde te achterhalen wie zijn dochter een denigrerende klap op haar kont had gegeven en een moeder probeerde te achterhalen wie haar zoon ergens in de bosjes een klap had gegeven. Zonder uitzondering onoplosbare problemen waar niemand meer de vinger achter kon krijgen. Het versterkte mijn idee dat een goede samenwerking tussen ouders, leerkrachten en kinderen het meest gebaat is bij een aanwezige betrokken ouder thuis die opmerkt wat hem of haar bezig houdt. Misschien roept dit een wat oubollig beeld op omdat vrouwen én mannen decennia lang tegen deze 'truttigheid' gestreden hebben. Maar nu de negatieve effecten van het tweeverdienersmodel zich steeds meer aftekenen en de wereld in crisis verkeert, wordt het misschien tijd om het taboe op het (gedeelde) kostwinaarsmodel te doorbreken en het weer eens met een frisse blik te heroverwegen.

Als de overheid daadwerkelijk vooruitgang wil boeken in ouderbetrokkenheid moet zij ouders niet oproepen nog meer te doen dan zij al doen maar consequenties verbinden aan dat wat zij wil bereiken. De te volgen logica daarbij is glashelder: Ouderbetrokkenheid neemt toe naarmate ouders meer betrokken zijn bij het leven van hun kind.

vrijdag 2 december 2011

Sinterklaasjournaal is zoveelste verruwing van jeugdcultuur (NRC 01-12-2011/NRCnext 02-12-2011)



Piet in paniek!


Oorspronkelijke tekst artikel in NRC
01-12-2011 en NRCnext 02-12-2011.





Niets ten nadele van Diewertje Blok, maar waarom bestaat het Sinterklaasjournaal? Zijn er werkelijk ouders die het leuk vinden dat hun kleuter vier weken lang zijn bed nat plast uit pure stress omdat Sinterklaas het nieuwe boek met alle kindernamen kwijt is geraakt?

Ik weet nog goed hoe ik als vijfjarige trillend naar voren liep om bij die ontzagwekkende man op schoot te mogen zitten. En ik was heus niet bang uitgevallen. Kinderen zijn nu, 35 jaar later, niet wezenlijk anders. Mijn zoontje van vijf gilt het uit als hij 's avonds een Piet tussen de berkenboompjes voor ons huis meent te zien. Kinderen zijn hyper genoeg van zichzelf rond Sinterklaas. Waarom dan een actualiteitenprogramma dat de natuurlijke stressfactor van kinderen nog meer aanzwengelt?
Volkskrant berichtte licht cynisch over Gooise vrouwen die op cursus konden tegen Sinterklaas-stress. Vanzelfsprekend kunnen de meeste Nederlanders hun tijd en geld wel beter besteden maar feit is dat kinderen tegenwoordig onevenredig veel Sinterklaas-stress te verwerken krijgen en dat ouders daar vaak nog maar moeilijk tegenwicht aan kunnen bieden.

Het elfjarig bestaan van het Sinterklaasjournaal doet een succesformule vermoeden maar in de praktijk is het programma totaal ongeschikt voor kinderen. Want voor hen die er nog in geloven is het onbegrijpelijk, verwarrend en verontrustend en voor hen die het wel volgen is het oninteressant.
Daarmee schaart het Sinterklaasjournaal zich onder een veelheid van programma's en verhalen voor kinderen die, volkomen misplaatst, geschoeid zijn op een leest van volwassen behoeften. Want waar volwassenen smullen van actualiteiten en zo veel mogelijk afwisseling en spanning en sensatie, hebben kinderen in de leeftijd van 4, 5, 6 jaar oud juist behoefte aan fantasievolle harmonieuze verhalen volgens een herkenbaar voorspelbaar patroon. Dat geeft ze het vertrouwen dat ze de wereld om hen heen beginnen te begrijpen. Vandaar ook dat ze je tot vervelens toe 'de gele taxi' uit de gouden boekjes reeks onder je neus schuiven. Vreselijk irritant om voor te lezen maar het herhaaldelijk terugkerende jie-ie-ie-reng! en reng-drrrrrrrrrrrrrrrrr! van de remmende en optrekkende taxi geeft kleuters blijkbaar precies de rust waardoor ze in slaap vallen.

De traditionele manier waarop Sinterklaas dertig jaar geleden werd gevierd, was nog afgestemd op de behoeften van kinderen. Mogelijk omdat ouders toen nog meer deel uitmaakten van de wereld van hun kinderen. Het ging altijd als volgt: Een intocht met de boot, kinderen stonden zwaaiend op de kade, Sint en Piet wuifden en de vlaggetjes waaiden al heen en al weer. Daarna gaven Sint en Piet iedereen een hand en deelden snoepgoed uit. De ouders vertelden van tevoren hoe het zou gaan en zo ging het ook. Daarna keerden de kinderen tevreden en vol verwachting naar huis terug.

Het Sinterklaasjournaal gaat volledig in tegen de kinderlijke behoefte aan herkenning harmonie en vastigheid. Het is elke keer anders, er gaat van alles mis en er is altijd wel één of ander conflict wat uitgevochten moet worden. Omdat jonge kinderen dit, anders dan volwassenen, nauwelijks kunnen relativeren, haalt het hun hele wereldbeeld overhoop met als gevolg dat zij wekenlang hyperactief door het huis stuiteren.

Het Sinterklaasjournaal staat lang niet alleen in zijn hyperactiverende effect op kinderen. De moderne cultuur voor kinderen op televisie en in boeken zijn het laatste decennium in rap tempo ruwer en schreeuweriger geworden. Een voorbeeld daarvan is Barbapappa. Een aantal jaar geleden hadden ze de t.v. serie daarvan ge-updated. In plaats van die ouderwetse softe pastelkleuren hadden ze nu lekkere knalkleuren gekregen. Opeens waren het niet meer de vredelievende natuurminnende wezens die zich afkeerden van de eentonigheid van het moderne stadsleven om zich in hun organisch vormgegeven woningen, earth-ships avant-la lettre, terug te trekken in de vrije natuur. Nee, ze waren veranderd in streetwise hangjongeren die elkaar uitscholden voor sukkel en dreigend hun boze zwarte wenkbrauwen opzetten naar elkaar. De flower power idealen van het Frans/Amerikaanse echtpaar Tison/Taylor werden opgeofferd aan een ruwer geworden tijdsgeest. Iemand zal gemeend hebben dat kinderen zichzelf daardoor vandaag de dag beter kunnen identificeren met de Barba-schepsels zonder zichzelf te verdiepen in het effect daarvan op jonge kijkers.

Met Disney hetzelfde laken een pak. Als rechtschapen liefhebbende opa's deden onze vaders hun kleinkinderen respectievelijk de Disney boekenreeks en een abonnement op de Donald Duck cadeau. Dat vonden wij natuurlijk lief van ze. Maar wat die opa's niet wisten is dat veel Disney figuren er sinds de jaren 70 heel wat a-socialer op zijn geworden. Hoewel Donald al decennia lang uit zijn vel springt, was hij vroeger toch vooral een zielige pechvogel die door zijn compassievolle neefjes voortdurend belangeloos uit de brand werd geholpen. Tegenwoordig is hij daarentegen een egoïstische hedonist die zijn neefjes liever kwijt dan rijk is zodat hij in alle rust van zijn vrije tijd kan genieten. Zie daar weer zo'n moderne volwassen behoefte geprojecteerd in de belevingswereld van het kind. Die neefjes zijn trouwens ook al lang niet meer zo vriendelijk en vergevingsgezind als vroeger maar hangen met hun Nintendo als obstinate jongeren verveeld op de bank terwijl ze broeden op een wraakactie op hun oom. Zelfs een verhaal over de lieve eekhoorntjes Knabbel en Babbel is niet meer compleet zonder dat zij een fikse aanvaring gehad hebben en hun notenvooraad ernstig bedreigd is. Moderne Disneyverhalen staan bol van de emotionele explosies en ernstige conflicten. Een moment van blinde paniek lijkt het basisingrediënt te zijn voor een geslaagd verhaal. Waarom? Wie heeft dat bedacht? Hoe is dat gekomen? Want de Disneyboekjes van 30 jaar geleden zijn een stuk leuker om voor te lezen. Zonder uitzondering zijn het harmonieuze verhaallijnen met vriendelijke karakters die kleine overzichtelijke avonturen beleven. Sneeuwwitje die het huisje van de dwergen veegt of een humoristisch verhaal over een eekhoorntje dat aan allemaal verschillende dieren vraagt of het misschien zijn moeder is. Tegenwoordig kan zo'n eekhoorn een schop onder zijn hol krijgen als hij het waagt zo'n idiote vraag te stellen aan een zebra. Maar de humor en aardigheid waarmee deze oude verhalen geschreven zijn maakt dat zelfs mijn zonen van 10 en 12 er nog bij komen zitten als ik ze aan de jongsten voorlees.

De impact van de moderne cultuur voor kinderen is enorm en met alle moderne media nauwelijks meer uit het dagelijks leven te weren. Daarom is de verruwing daarvan ook zowel voor kinderen als voor ouders onwenselijk. In de eerste plaats omdat ouders hun kinderen liever een harmonieus vriendelijk verhaal voorlezen. Maar ook omdat het er aan bijdraagt dat kinderen het normaal gaan vinden elkaar uit te schelden en bij elke tegenslag emotioneel te exploderen. In de Randstad is het ondertussen heel normaal dat lieve welopgevoede kinderen elkaar teringnerd noemen.

Juist in Nederland hebben kinderen behoefte aan rustige verhalen. Toen we nog in Zweden woonden, keken we af en toe met het hele gezin naar het jeugdjournaal. Wat ons daarbij opviel en verbaasde was de geëxalteerdheid van het programma. Waarom deden de presentatoren zo hyperactief en overdreven? Konden ze niet normaal doen? En waarom moesten kinderen altijd schreeuwen of iets geks doen als ze hun verhaal deden. En vanwaar die hyperactieve tunes met epileptisch aandoende visuele ondersteuning? Kon dat niet wat minder allemaal? In Nederland hadden we ons daar nooit zo over verbaasd maar vanuit de rust van het Zweedse platteland maakte het opeens een belachelijke indruk.

Terug in Nederland verbaasde ik me over de hyperactiviteit van Nederlandse kinderen. Je kon ze geen vraag stellen zonder een cartoonesk geschreeuw als antwoord te krijgen. En tot mijn schrik brulden mijn eigen kinderen binnen drie maanden nog het hardst van iedereen. Na het afzwemmen van mijn dochter begreep ik dat ze ook moeilijk anders kunnen. In een circusachtig spektakel met balonnen, muziek, ronddansende nijlpaarden en instructrices die honderdvijftig kinderen als stewardessen de gewenste bewegingen voordeden, sprak de opperbadmeester de nerveuze zwemmertjes als een volleerd quizmaster door zijn microfoon opzwepend toe. Ondertussen rende een badjuffrouw gillend langs de kant om de ouders voor elk nieuw onderdeel een warm applaus te vragen. Hoe kan een kind hier ontspannen onder blijven? Volwassenen in Nederland zijn op een overspannen manier bezig kinderen in alles wat ze doen te entertainen. Daar worden ze gillend gek van. Een bevriend psycholoog die ook veel in Scandinavië komt, omschreef het als volgt: 'Input is output. Nederlandse kinderen krijgen veel meer indrukken te verwerken dan Zweedse kinderen en dat moet er linksom of rechtsom weer uit. Als dat niet kan via beweging dan gaat het via geluid.' Het leek mij een plausibele verklaring.

Dit betekent wel dat we juist in Nederland heel gedoseerd en weloverwogen moeten omgaan met datgene wat we onze kinderen aanreiken. Nederlandse kinderen hebben er meer dan waar dan ook baat bij om tot rust te komen. Daarom zou het fijn zijn als de producenten van moderne cultuur kinderen weer kunnen verblijden met fijne harmonieuze verhalen. Kinderen vinden dat heus niet saai of ouderwets. Dat is een volwassen idée fixe waar onze kinderen alleen maar last van hebben. Misschien willen wij als volwassenen zelf graag ontsnappen aan de saaiheid en sleur van ons bestaan door bungee-jumpen of het lezen van thrillers. Maar voor kinderen is het gewone leven al bijzonder en spannend genoeg. Kinderen zijn gevoelsmatig niet afgestompt maar staan nog volledig open en kunnen vol verbazing kijken naar een vlucht overvliegende zwaluwen die wij niet eens opmerken. Daarom aan ons de taak kinderen subtiele beschaafde verhalen voor te schotelen.


vrijdag 4 november 2011

Tijd voor eten op school


Niet eerder kreeg ik zo veel bijval als naar aanleiding van het artikel in NRC (27 aug. 2011: Geen kleffe boterham voor pubers op school) waarin ik de belabberde eetcultuur op Nederlandse scholen belicht. Ouders uit het hele land, voedingsdeskundigen, werkers in de gezondheidszorg en diverse stichtingen en organisaties mailden of belden mij om hun zorgen hierover met mij te delen. Het probleem dat ik schetste, wordt blijkbaar in vele lagen van de Nederlandse bevolking gevoeld en herkend.

In de provincie Noord-Holland is men inmiddels overgegaan tot actie. Kinderen op de Hannie Schaft school in Haarlem die gebruikmaken van de TSO (tussenschoolse opvang) laten hun broodtrommeltje sinds afgelopen dinsdag thuis. In het tot restaurant omgetoverde BSO lokaal genieten zij nu vier dagen per week van lekkere soep, vers gebakken broodjes en een fruittoetje.
Dit pilot-project is een samenwerking tussen de stichting Tijd voor Eten en biologische cateraar Het Rijk van de Keizer en wordt gefinancierd door de provincie Noord-Holland. Acht andere scholen in Noord-Holland zullen het voorbeeld van de Hannie Schaft school de komende tijd volgen. Tijd voor eten streeft naar implementatie van dit model op 24 scholen binnen 3 jaar en op 120 scholen binnen 10 jaar.

Als Zuid-Hollander volg ik de ontwikkelingen met jaloerse blikken want mijn kinderen komen nog altijd hongerig, uitgedroogd, moe en chagerijnig uit school omdat zij geen zin hebben of tijd krijgen om de inhoud van hun broodtrommeltjes op te eten. Gisteren kwam er weer een van tien jaar oud strontvervelend thuis. Bij nadere inspectie bleek dat hij tussen half negen 's ochtends en half vier 's middags twee happen bruin brood had gegeten. En in plaats van naar trompetles te gaan, graaide hij met zijn blik op oneindig hysterisch in een kilozak studentehaver waarvan de helft binnen een minuut zonder te kauwen in zijn keelgat verdween. Arm, arm kind. Het krijgt gewoon de kans niet zich behaaglijk te voelen. Het enige wat je er als ouder tegenover kunt stellen is je kinderen 's ochtends vroeg en 's middags na school intensief bijvoeren. Ouders met tijd, geld en verstand van zaken doen dat met speltpannekoeken, vers fuit en rauwkost maar er zijn ook heel veel ouders die een roze koek in het brooddoosje een makkelijker en snellere oplossing vinden.

Laat onze nationale overheid een voorbeeld nemen aan dit Noord-Hollandse initiatief. Want hoe kunnen we ooit verwachten dat onze kinderen later goed voor zichzelf en elkaar gaan zorgen als zij die zorg zelf nooit hebben gekregen?