woensdag 18 februari 2015

Antipestprogramma's?












Op de voorpagina van TROUW lees ik dat staatssecretaris Dekker van Onderwijs het heeft over 'effectieve antipestprogramma's', methodes waarvan wetenschappelijk is bewezen dat ze werken.
Waarom worden antipestmethoden door politici zo serieus genomen? Zien zij niet dat deze programma's, ongeacht de kwaliteit, een vorm van sociale chirurgie zijn waarbij het gezwel verwijderd wordt zonder de oorzaak daarvan aan te pakken? 
Pesten ontstaat bij gebrek aan positieve leiding van volwassenen. Zowel in kwaliteit als in kwantiteit. Zo eenvoudig is het. Kinderen gaan niet klieren als zij intensief begeleid worden door volwassenen die voldoende aandacht hebben voor compassie en verbinding en conflicten positief kunnen hanteren. Maar één leraar die slechts is opgeleid voor cognitieve vorming, 30 kinderen klaarstoomt voor de CITO-toets en de helft van zijn tijd kwijt is aan ambtelijke rapportages heeft geen tijd en competentie voor het ondersteunen van sociale processen.
Een overheidscomissie heeft inmiddels 61 ant-pestprogramma's bestudeerd en er 48 afgekeurd, er worden speciale 'pestprofessoren' aangesteld. Wat een geld en tijd gaat er verloren. Politici en ambtenaren zouden zich al deze moeite kunnen besparen door een paar simpele investeringen: Meer  aandacht voor sociale processen op docentenopleidingen, minder kinderen per docent en minder ambtelijke taken voor leraren. Enne...o ja, geef die kinderen, net als in de andere EU-landen, overdag gewoon een warme maaltijd. Het kost maar 2 Euro per dag per kind en ze worden er een stuk gezelliger van.

maandag 12 januari 2015

Vrijplaats Rugby Club Delft (Uit: 40 jaar RC Delft)

De eerste keer dat ik hem zag vond ik hem maar een patsertje. Twee jaar jonger dan ik, maar wat een grote mond had hij, in een leren jack dat veel te veel glom om echt stoer te zijn. 
Desondanks toog ik met wat vrienden naar Rugby Club Delft om hem op het jaarlijkse stratentoernooi te zien rugbyen. Mijn afkeer sloeg om in verliefdheid toen hij vuile rugbyliederen scandeerde in de troonzaal van kasteel Heemstede. De branie waarmee hij het 100 koppig publiek van onze school ertoe bewoog zijn act mee te doen, wekte mijn bewondering, zijn niet aflatende inspanning anderen aan het lachen te maken, mijn sympathie. Soms kwam ik hem tegen in de stad. Meestal bevond hij zich in een gezelschap waar geen pijl op te trekken was. Mannen van 16 tot 60, van boomlang tot klein, van breed tot smal, van loodgieter tot professor en van spijkerjackie tot smoking met gele das. De verbindende factor in dit onsamenhangende gezelschap was dat het om de haverklap een daverend lachsalvo uitstootte. De mannen van Rugby Club Delft. Behoorlijk intimiderend als groep maar stuk voor stuk erg aardig. Stoer zonder zich daar op voor te staan.

Mijn liefde voor het patsertje bleek wederzijds maar kon aanvankelijk moeilijk wedijveren met de liefde voor zijn club. Op subtiele wijze poederde hij mij af om speelruimte te behouden (Nee joh! Ik ben helemaaaaal niet verliefd op je, nooit geweest trouwens!). Teleurgesteld trok ik mij terug in het Amsterdamse waar ik, trainend bij Amstelveen en Ascrum, al snel nieuwe rugbyers om mij heen verzamelde. Het leek me dat je rugby best als leidraad in je leven kon nemen, als een soort kwaliteitskeurmerk. Weet je wel, rugbyers waren gemiddeld genomen beschaafd, grappig, niet al te serieus en sterk zonder kapsones. Wat wil een mens nog meer? Ik feestte er op los totdat Zeno het welletjes vond, mij schaakte in een pick-up truck en mee terugnam naar Delft.

Vanaf mijn 22e kwam ik wekelijks op Rugby Club Delft. Daar liepen nog meer mannen uit de woest aantrekkelijke Winkels clan: Harry de voorzitter, Club-bard Ad, Obbe aanstormend international (en wat neefjes die toen nog geen mannen genoemd konden worden wegens hun leeftijd en voetballerij!). Ik ontmoette er sympathieke, bijzondere en excentrieke mensen die samen een een zeldzaam verbonden volkje vormden. De club was en is nog steeds een oase in de gevestigde orde van de maatschappij waar het een ieder met een goed idee vrij staat dat in de praktijk te brengen. Dat kan zijn: Een groene zeepglijbaan, een varkensrace, een geweldige Elvis-imitatie, een groepswork-out op een benzinestation een taartenbakwedstrijd of een onbegrijpelijke performance van 'Le Directeur'. Onlangs werd Dirck-Jan nog op marktplaats te koop aangeboden, als oude prop, om het idee van mensenhandel te omzeilen.

Op een zaterdagavond, mijn dienst als nachtportier zat erop, besloot ik even langs de club te fietsen. Los Chaos, de clubband met meer leden dan de club rijk is, zou optreden en er was een Engels legerteam op bezoek. Dat beloofde veel goeds. Het eerste wat ik zag toen ik nietsvermoedend de deur openzwaaide was de vrouw van Henk van Houten die door de kantine walste met een compleet naakte soldaat in haar armen. De witte plooirok van Henks immer gesoigneerde vrouw zwierde sierlijk in het rond net als het geslachtsdeel van haar 40 jaar jongere danspartner. Ze leek niet dronken, de vrouw van Henk. Haar haar zat strak in de lak, haar rode blousje netjes dichtgeknoopt en haar lippen glommen alsof ze ze net in de toilet had gestift. Stoïcijns leidde zij haar soldaat naar alle uithoeken van de dansvloer waar zich nog meer blote soldaten ophielden. Ze kletsten of dansten met een biertje in de hand terwijl de rest van de bezoekers gewoon aangekleed was. In een poging mij ervan te verzekeren dat ik niet de enige was voor wie deze aanblik ongewoon was, keek ik om mij heen. Maar wie ik ook aankeek, men knikte men mij slechts gemoedelijk toe. 'Hee ook hier? Gezellig he!' Deze bijeenkomst was al uren aan de gang en iedereen scheen er volkomen mee op zijn gemak.

Dat naaktlopen kleeft wel een beetje aan rugby. Heb ik weinig moeite mee gehad. Mijn vader, een notoir naturist, ontving Zeno op zijn eerste afspraakje bij hem thuis doodleuk in zijn nakie. Dus wat streakers hier en daar of een Zumba (voor rugbyers geen Zuid-Amerikaanse work-out maar een striptease-ritueel waarin een teamgenoot om wat voor een reden dan ook naakt de bar bestijgt) was voor mij business as usual. Toch is RCD geen plek voor ordinaire naaktlopers. Ik ken geen spel dat intelligenter, gevariëerder, gedifferentiëerder en gelaagder is dan rugby. In haar wezen is het een sympathiek en sociaal spel doordat het van haar spelers diversiteit aan kracht en inzicht vraagt. Met andere woorden: Voor elk type mens is er wel een plaatsje onder de rugby-zon. En dan is er de eendracht, het 'schouder-aan-schouder-gevoel', de wetenschap dat het team je altijd dekt als je iets stoms doet. Ja, rugby is werkelijk een humane en liefdevolle tak van sport.

Wij gingen eigenlijk naar de rugby zoals mijn opa en oma naar de kerk gingen. In plaats van een preek kregen wij wekelijks een wedstrijd met natuurwetten over kracht, leiderschap, doorzetten, strijd en eerlijkheid. Interessante materie die elders in het leven minder belicht werd. Net als in de kerk was er het ceremonieel rondom de inhoud: Het poortje van spelers waarin men zijn tegenstander toeklapt, het respectvol samenzijn met toespraken, giften en gezang (hoewel iets minder vroom dan psalmen).
Rugby Club Delft is een eigentijdse kerkgemeente maar dan rauwer, misschien eerder een Indianenclan waar mensen de naam dragen van het voorwerp dat hun ziel reflecteert: Snickers, Pak vla, Pino, Kliko, Poephoofd, Tegel, Plavuis, de Bolle, de Maori bullet of Paling. Net als bij zo'n Indianenstam zijn er aan het begin van de dag twee vragen mogelijk: 'Moeten we op jacht of gaan we feest vieren?' En als zij op jacht gaan, dan is dat niet op koopjes in de mediamarkt of op een oldtimer maar echt, buiten op het gras waar zij worstelen met de de elementen aarde, water, lucht en vuur. Daarna komen zij terug, gloriërerend of hun nederlaag incasserend, maar altijd samen.

Toen kwamen er kinderen en Zeno praatte mij als een rugbycaptain door mijn weeën heen. Vol zelfmedelijden zat ik op de bank maar Zeno kende geen genade. Hij had dit varkentje eerder gewassen. 'Sta op en pak die pijn Wendy! Je bent er bijna en dan moet je doorgaan tot je bij die trylijn bent! Ogen open, kop omhoog en kijk me aan!' Aangemoedigd door dit enorme vertrouwen werden de kinderen geboren. Ik drukte ze niet op de grond maar aan de borst en zo werden ze groot. It takes a village to raise a child. Rugby Club Delft was die village. Daar gingen onze kinderen zich te buiten aan onalledaags wild spel. Een speeltuintje werd geplaatst maar de scrumbok was natuurlijk leuker. Welwillende ouders waren altijd bereid een handje toe te steken in de opvoeding (En nu GVD die tackelkussens opruimen schorem!) Soms probeerde (meestal) een moeder verandering aan te brengen in de grove mores van weleer. 'Niet met je voeten op die tafel', hoorde je dan. Wist zij veel dat een telg uit het geslacht der Amorisons nog geen week eerder een liter bier in vergaande staat van ontbinding over diezelfde tafel gespruwd had, om het vervolgens bijeen te schrapen, terug in het glas te vegen en in één teug weer tot zich te nemen.

Ach, opvoeden is eigenlijk geen issue als je samen met kinderen sport. Dan ben je zo dicht bij ze, in wat ze doen en waar ze van houden dat instructies eenvoudig beklijven. De moeder van Maarten verzuchtte eens: 'Ik heb als docent zo veel cursussen gevolgd over leiderschap maar ze hadden me beter op rugbytrip kunnen sturen. Ongelofelijk hoe zo'n troep jonge honden in de pas loopt als ze intrinsiek gemotiveerd zijn.' En zo is het, als kinderen met hun ouders mee op jacht mogen, worden ze vanzelf groot. En daarom houd ik zo van Rugby Club Delft, het is een enclave waar het leven lichter, makkelijker en eenvoudiger verloopt dan in de wereld daaromheen. Als je geen zin meer hebt in die vaat die je vanaf het aanrecht aangaapt dan koers je richting RCD om even legitiem naar de einder te turen of gewoon wat in het wilde weg te ouwehoeren. Niet dat er niet gewerkt wordt trouwens, ik ken geen andere plek waar men zo gecommiteerd bezig is als op Rugby Club Delft, zowel in het veld als daarbuiten. Een training aan zes turven, een mozaïek in de wc, tosti's maken, bier tappen, trainingsschema's opstellen, een nieuwe keuken aanleggen, tafels zagen, het dak bedekken, tegelen in de kleedkamers. Iedereen geeft wat hij heeft zonder voorbehoud. Het is storten in een bodemloze put maar wat een goed gevoel geeft dat. Op Rugby Club Delft leeft jong en oud harmonieus samen vanuit een gedeelde liefde voor de jacht, het avontuur en het 'schouder-aan-schouder-gevoel'. Dat is wat ons drijft.

Bovenstaand artikel schreef ik voor het lustrumboek van Rugby Club Delft dat onlangs verscheen naar aanleiding van haar 40-jarig jubileum. Dit prachtig vormgegeven boek vol epische beelden en verhalen uit 40 jaar RCD is voor 12,50 te verkrijgen bij Rugby Club Delft.



vrijdag 21 november 2014

Talking about safe birth


'Don't tell us what safe birth is about as long as we haven't fully explored the potention of womens authonomy in birth as well as the tremendous risks of trying to controll that process. In the meantime, we should watch women a lot closer and take their wishes a lot more seriously.'



maandag 21 juli 2014

FLOW 2014: Langzaam leven in Zweden: 'Wie Feriën in Büllerbu' en 'Don't hurry be happy'


In FLOW-magazine deze maand dubbel aandacht voor ons leven in Zweden. In de Duitse FLOW mijn artikel 'Wie Feriën in Büllerbu.

In de Nederlandse FLOW interviewt journaliste Irene Ras mij in haar artikel 
'Don't hurry, be happy'.














Duitse FLOWnr.4 2014

vrijdag 20 juni 2014

Feel-good Amish-inspiratie voor een gelukkig en eenvoudig gezinsleven


Amish familie in Pennsylvania













Een droom van velen: Een gelukkig, eenvoudig bestaan leiden.

Voor de Amish lijkt het simpel. In Midden-Amerika leven zij in besloten gemeenschappen volgens 300 jaar oude tradities. Kinderen gaan alleen naar de basisschool omdat dat voldoende voorbereiding biedt voor de Amish 'way of life' Men gebruikt geen electriciteit omdat technologie maar afleidt van de werkelijk belangrijke en vreugdevolle zaken van het leven. Men besteed tijd aan de basale dingen van het leven, het huishouden, landarbeid, het naaien van kleding, het bouwen van huizen en vervaardigen van meubels. Al het werk van de Amish komt de gemeenschap en haar onderlinge verbondenheid ten goede. Wat dat oplevert is te zien in onderstaande documentaire waarin Britse jongeren de Amish lifestyle verkennen. De vreugde, waardigheid, onschuld bescheidenheid en liefde die de Amish in deze documentaire tonen, zijn ontwapenend en bijna ongekend in onze tijd. Ze doen de onbeholpenheid en geëxalteerde maniertjes van hun stadse leeftijdgenoten verbleken. Uitspraken van de Amish over hun ervaring met technologie  ('Ik voel me opgejaagd' 'Ik voel me leeg') demonstreren haarscherp de mankementen van onze moderne samenleving. Er valt natuurlijk best het één en ander af te dingen op het Amish bestaan maar de blijmoedigheid van de Amish vind ik enorm inspirerend en zorgt er voor dat ik al dagen met een intens tevreden gevoel rondloop over mijn eigen beperkte bestaan. Mooi en ontroerend is het einde van de documentaire waarin de Londenaren vertellen hoe het bezoek aan de Amish hun leven diepgaand beinvloed heeft.

Klik op onderstaande link om de documentaire te bekijken. Engels gesproken, Zweedse ondertiteling.
Leva som Amish (Leven zoals de Amish) van SVT Sverige

Ook mooi (Nederlands ondertiteld) is onderstaande documentaire die de EO onlangs uitzond. Iets minder sterk dan bovenstaande film omdat dit Amish gezin meer gebruik maakt van de moderne maatschappij dan de gezinnen uit de eerste documentaire. Je ziet ze boodschappen doen in een grote Amerikaanse supermarkt en pizza eten in een fastfood restaurant. Hun Amish leefwijze krijgt daarmee een zweem van 'cherry-picking'. Desalniettemin is de liefde en aandacht voor elkaar in dit gezin een genot om naar te kijken. Bijzonder om te zien, is hoe de vrouwelijke documentairemaker de vrouw des huizes maar blijft doorzagen over haar vermeende inferioriteit. Op de vraag: 'Maar wat vind je er dan zelf van dat jij bijna al het huishouden op je neemt en je man dient?' antwoord zij met een brede zelfverzekerde glimlach: 'I think it's perfect'

Amish A secret life 
 


maandag 16 juni 2014

Jaloezie als inspiratiebron? (Trouw Brieven 16-06-2014)

Illustratie: Alberto Ruggieri via Getty Images















Wat een onaangenaam gedachtegoed verspreiden Sebastien Valkenberg (Tr. 02-06 jl.) en Pieter Hoexum (Tr. 13-06 jl).door te stellen dat ongelijkheid een inspiratiebron kan zijn. Dat laatstgenoemde Nietzsche en Kant van stal haalt om aan te tonen dat na-ijver een drijfveer is van (met name economisch) wenselijk gedrag laat vooral het failliet zien van deze oude denkers voor onze moderne tijd. Laten we hopen dat de denkers van de toekomst hun inspiratie halen uit verhevener idealen. De wil om goed te doen bijvoorbeeld, voor zichzelf en hun naasten. Nee, doe mij dan toch maar Jezus.  


woensdag 21 mei 2014

Vertrouw bij geboorte meer op kracht vrouw (Parool, Het laatste woord 19-05-2014)


Frozen flash-mob Museumplein Amsterdam 18-05-2014 Tegen conservatieve medicaliserende overheidsbeleid in geboorte-zorg.










Welke vorm van geboorte-zorg is het veiligst? Al jaren woedt daarover een verhitte discussie in Nederland. Uit Europees onderzoek in 2003 en 2008 kwam naar voren dat de babysterfte in Nederland relatief hoog was. 
Sindsdien koerst onze overheid onder druk van ziekenhuizen en specialisten af op een zorgsysteem waarin vrouwen steeds intensiever medisch begeleid worden. De vraag is: Waarom? Want het is beslist twijfelachtig of Nederland wel zo’n hoge babysterfte heeft, laat staan dat is aangetoond of een medisch model van zorg daar het beste antwoord op is. 

Onlangs nuanceerden zes specialisten de hoge babysterfte in Nederland door er op te wijzen dat 78 procent van de Nederlandse babysterfte onder vroeggeboren baby’s is. Sterfte die geen verband houdt met zorg bij de bevalling maar eerder met het feit dat andere landen sterfte voor 24 of 28 weken niet meetelt en dat Nederland minder aan prenatale screening doet. Wat betreft de sterftecijfers rondom de uitgerekende datum is Nederland Europees gezien een middenmoter waaruit niet afgeleid kan worden of een thuisbevalling veilig is of niet, aldus hoogleraar eerstelijnszorg Victor Pop deze maand in de Volkskrant. 

Desondanks zag de Nederlandse overheid aanleiding om de geboorte-zorg op de schop te nemen. Het College Perinatale Zorg kreeg in 2011 de opdracht de verondersteld hoge sterftecijfers terug te dringen. Maar het College vervalt samen met ziekenhuizen en specialisten in een conservatieve reflex om geboortes steeds meer onder medisch toezicht te stellen.
De wetenschappelijke verloskunde draait al 200 jaar om de onderzoeksvraag: ‘Wat kunnen wij specialisten via controle en medische interventie betekenen voor vrouwen?’ Wonderlijk, gezien het feit dat dat bevallen voor 95 tot 100 procent draait om de natuurlijke kracht en mogelijkheden van vrouwen. Toch veroordeelt deze vraag bijna alle vrouwen in technologisch ontwikkelde landen er toe hun kind op volstrekt onnatuurlijke wijze te baren. Zo worden zij liggend op hun rug gedwongen hun kind er tegen de zwaartekracht in uit te persen. Vanzelfsprekend lukt hen dat zelden op eigen kracht. 

Deze passieve vorm van verlossen met de zorgverlener in een actieve glansrol is een volledig geaccepteerde praktijk geworden. De inefficiëntie en het gevaar ervan komen nauwelijks tot uitdrukking in wetenschappelijk onderzoek maar worden afgewenteld op de meest kwetsbare groepen binnen de geboortezorg: vrouwen, kinderen en verloskundigen. Problemen die zich voordoen in het ziekenhuis worden bijna zonder uitzondering geweten aan de falende fysieke toestand van moeder en kind of aan tekortschietende hulp van de verloskundige. ‘Vacuümextractie door uitputting’, ‘cortonenpathologie’ of ‘keizersnede wegens stuitligger’ is er dan te lezen in het bevallingsrapport. De gynaecoloog is in dit scenario altijd de redder in nood (’Gelukkig maar dat u in het ziekenhuis was mevrouw, anders had u het nooit gered.’) en de verloskundige het zwarte schaap (’U had veel eerder naar het ziekenhuis moeten komen!’). De kern van het probleem echter is dat natuurlijk bevallen onmogelijk wordt binnen een systeem dat slechts technische verlossingen faciliteert. 

Er zijn tal van veelbelovende onderzoeken die laten zien dat we grotere stappen voorwaarts kunnen maken in veiligheid, humaniteit en kostenbesparing met een systeem dat de eigen kracht en mogelijkheden van vrouwen centraal zet. Met name uit Amerika, waar de negatieve bijwerkingen van de extreme medicalisering (hogere moedersterfte en hogere sterftecijfers rondom de bevalling) zich al veel scherper hebben afgetekend dan in Nederland. Zo leidde de inzet van een simpele bevallingscoach tot een spectaculaire verlaging van zware medische ingrepen, waaronder de helft minder keizerssneden. Heel wat beter dan de halve promillen vooruitgang die we nu langs de oude weg boeken. Zo lang men daar niet naar kijkt, is de Nederlandse verloskunde niet meer dan een geloof in technische controle en medische interventie. 
Dat maakt de koers van onze overheid voor een integraal medisch model van zorg ook zo conservatief en weinig innovatief. Gebruik maken van de eigen kracht van vrouwen in geboortezorg is vooruitstrevend, visionair, energiebesparend, duurzaam, humaan en geëmancipeerd. Nederland heeft hier de kans om mondiaal een voortrekkersrol te vervullen en zich aan te sluiten bij het progressieve menselijke beleid waarvoor ook Canada en Nieuw-Zeeland inmiddels gekozen hebben.


dinsdag 29 april 2014

Trapglijbaan op Kickstarter bij NOS Jeugdjournaal







Vandaag lanceerde het NOS-jeugdjournaal ons nieuwste gezinsproject:


DE TRAPGLIJBAAN

Onze trapglijbaan presenteren wij op crowdfunding-site Kickstarter die vandaag voor het eerst geopend werd voor ideeën op de Nederlandse markt. 
Presentator Joris Marseille en cameraman Roel Rekko van het jeugdjournaal kwamen vandaag samen met onze kinderen twee teststadia van de trapglijbaan filmen en uittesten. 

Het idee voor de trapglijbaan ontstond doordat onze kinderen telkens alle matrassen op de trap gooiden en dan naar beneden roetsjten. Leuk wild spel binnenshuis waarin ze lekker hun overtollige energie kwijt konden. Alleen vonden we het een beetje zonde van de matrassen en dat opruimen van die bedden was ook minder. Dus vandaar.

Vind je dit product een superleuk idee en wil je het aan het eind van het jaar ontvangen? Teken dan in op deze link van Kickstarter.

Het filmpje is gemaakt door Zico Winkels, mijn oudste zoon.

Trailer van de uitzending NOS Jeugdjournaal


maandag 16 december 2013

Zorgverlof als pluim op je cv

Een snelle knipbeurt onder het koken=
Flexibel multitasken in de dagelijkse zorg voor anderen.











Enige tijd terug schreef Lodewijk Asscher in Trouw dat hij niet wil dat we aan het einde van ons leven met spijt moeten vaststellen dat we te weinig aandacht en zorg aan onze dierbaren hebben gegeven (Trouw 18-11-13). Daarom wil hij arbeid en zorg beter op elkaar laten aansluiten. Hij had het over het doorbreken van het taboe op zorgende vaders en werkende moeders en van flexibele werktijden. Mooi, op het eerste gezicht maar het blijft ouderwetse arbeidsmarktpolitiek zo lang hij voorbij gaat aan de meest cruciale pijnpunten.

Pijnpunt 1: Maatschappelijke onderwaardering van onbetaalde zorg. 
Hierdoor hebben mensen die jarenlang voor hun naasten en directe leefomgeving hebben gezorgd een gat in hun cv in plaats van een pluim. Dat is raar want onze maatschappij staat te springen om goede zorg aan de basis. Deze burgers hebben een joekel van een onbetaalde maatschappelijke stage achter de rug waarin zij doorgaans een levenswijsheid en normbesef opdoen die bedrijfsleven en overheid hard nodig lijken te hebben. Juist zij die intensief zorg hebben gedragen voor hun eigen oikonomia (Gr: beheer van het huishouden) kunnen betekenisvol zijn voor onze economie in het groot. De beperkte visie dat deze mensen jarenlang niets gedaan hebben draagt bij aan het taboe op zorgverlof onder mannen én vrouwen en aan de situatie dat veel talentvolle wijze Nederlanders de arbeidsmarkt na een periode van zorg links laten liggen. 
Echter wanneer wij inzien dat thuis zorg verlenen verrijkend werk is, zowel materiëel als immateriëel, hoeven zowel vrouwen als mannen zich niet meer te schamen om thuis te blijven en kunnen zij daarna aan de slag zonder waardedaling van hun cv.      

Pijnpunt 2: Het ontkennen van de biologische binding tussen moeder en kind in de eerste levensjaren. Ik schaam me er diep voor in een land te wonen waar men doet of het normaal is dat je na drie maanden borstvoeding gewoon weg kunt gaan bij je kind. Gelukkig komen steeds meer mensen er achter dat dit niet zo is en adviseert de WHO tegenwoordig om minimaal twee jaar borstvoeding te geven. Als Asscher vooruitgang wil, moeten we af van het starre denken dat een vrouw haar carriere tussen haar 30e en haar 40e op de rails moet hebben en ruimte bieden aan het biologische feit dat dit jaren zijn waarin zij veel energie kwijt is aan baren, zogen en zorgen. We worden steeds ouder en opgeleide vrouwen van 50 met levenservaring beschikken tegenwoordig over de vitaliteit en common sense waarvoor we als samenleving onze handen ineen mogen knijpen.

Het ontkennen van bovenstaande pijnpunten is er de reden van dat we, zoals Asscher het zelf stelt, gestresst blijven doormodderen. In Zweden heeft men deze pijnpunten al lang geleden aangepakt maar zodanig dat het ouderschap volledig wordt uitbesteed met als gevolg dat er nieuwe pijnpunten zijn ontstaan: Een maatschappij die bestaat uit afgescheiden (want volledig onafhankelijke!) individuen, eenzame kinderen en ouders met weinig opvoedkundige professionaliteit. Dit is aan het artikel te lezen, niet wat Asscher voor ogen staat. Daarom hoop ik dat we in Nederland betere keuzes kunnen maken. Het opwaarderen van onbetaalde zorg is een goedkope maatregel met een ongelofelijk rendement. 

vrijdag 15 november 2013

Thuisonderwijs (Brieven Trouw 15-11-2013)





















'Goed punt!' dacht ik toen ik onderstaande brief vandaag in Trouw las. Bleek dat ik hem zelf had geschreven. 

Grappig: Uit internationaal onderzoek blijkt dat kinderen die thuisonderwijs krijgen niet achterblijven. Naar aanleiding daarvan adviseren deskundigen staatssecretaris Dekkker om het thuisonderwijs te behouden. Wel moeten ouders die het geven gaan voldoen aan regels. Waarom? Is het niet fantastisch dat deze ouders er zonder regelgeving in slagen hun kinderen naar hetzelfde niveau te tillen als hun leeftijdsgenootjes op school? Is dat niet juist een signaal dat de regelgeving op scholen een stuk minder kan? Blijkbaar zijn we er in ons land niet gerust op als dingen vanzelf goed gaan.

dinsdag 8 oktober 2013

Alleen een man in de klas kon mijn zoon kalmeren (NRC 06-10-2013)

Het onderwijs onderdrukt en kleineert jongens door hun spierkracht, agressie en moed te negeren en onderdrukken. Frustrerend, zowel voor de jongens in kwestie als voor de docenten. Jongens zijn niet stout maar stoutmoedig. Het onderwijs kan nog wat leren van het voetbal.

Als peuter sloeg mijn zoon hinderlijke leeftijdsgenoten genadeloos tegen de vlakte. Hem een 'sorry' ontfutselen bleek onmogelijk. Een klap was voor hem een prima middel om je territorium af te bakenen. 'Kijk eens wat je gedaan hebt, dat kindje huilt en heeft heel erg pijn' begon een juf meestal hoopvol. Maar voor tranen of emotionele pressie was hij ongevoelig. 'Moet ie maar ophouden als ik het zeg', antwoordde hij hooguit. In het gunstigste geval zei juf dan: 'De volgende keer moet je mij roepen, dan kunnen we er over praten.' Maar hij keek wel uit. Hij dopte liever zijn eigen boontjes en praten was wel het laatste waar hij op zat te wachten.

Het was het begin van een schoolcarriere waarin mijn zoon negen jaar lang dagelijks de afkeuring van zijn onderwijzeressen over zich afriep. Hij was niet het dociele kind dat zij graag zagen maar een speels beweeglijk dier niet van zins zich te laten kooien in een klaslokaal of vrouwen te volgen die 'verdrietig' werden als hij een in hun ogen minder geslaagd grapje maakte. Pogingen hem te socialiseren langs de weg van het empathisch gesprek mislukten keer op keer. Dit alles bezorgde hem dagelijks strafregels en kruisjes op het bord en mij een wekelijkse gang naar de juf. Wat was er met hem aan de hand? Hij gedroeg zich a-sociaal, onaangepast. Ik begreep het niet. Mijn oudste zoon was met dezelfde opvoeding een model-leerling.

Zo kritisch als mijn zoon op school beschouwd werd, zo bejubeld werd hij op het voetbalveld. Zijn negatieve karaktertrekken (hyperactief, a-sociaal, koppig, eigenwijs, weinig empathisch en onbereikbaar) werden door trainers, ouders en medespelers in een positief daglicht gesteld (dynamisch, onafhankelijk, wilskrachtig, onnavolgbaar, koelbloedig en onverstooorbaar.). Mijn zoons zwakke kanten op school bleken zijn sterke kanten in het voetbal. Langs de lijn zag ik helemaal geen onwillig afgesloten kind maar een open jongen die zich afstemde op zijn medespelers en elke opmerking van zijn trainer registreerde. Ik zag iemand die niet perse zelf hoefde te scoren maar grenzen wilde verleggen en het groepsbelang wilde dienen. En ik zag iemand die zijn emotie goed kon uitschakelen waardoor hij de bal kalm en berekenend in de kruising schoot als dat nodig was.

De discrepantie tussen de twee werelden waarin mijn zoon al jaren leeft is enorm. In het ene kamp een lastpak, in het andere kamp een held. Dat geeft te denken. Niet in de laatste plaats omdat er veel zijn zoals mijn zoon. Jongens uitgerust met het genetisch materiaal van een krijger. Jongens die hun krachten willen meten en vanaf hun 11e, 12e klaar staan om samen met hun vaders, ooms, broers en neven een zwijn in het bos te scoren. Echter, het gebrek aan empathie dat nodig is om dat zwijn zonder al te veel stress de keel door te snijden wordt door leerkrachten doorgaans magertjes gewaardeerd en het uurtje gym per week volstaat bij lange na niet om de energie van deze krijgers in banen te leiden. Daarmee zadelt de maatschappij en het onderwijs in het bijzonder zichzelf op met een probleem. De, toch al overbelaste, docenten worden doodmoe van deze jongens die zich op hun beurt misplaatst en waardeloos voelen. Het onderwijs zou zich tijd en moeite kunnen getroosten door beter naar het voetbal te kijken waarin de krijgersnatuur van jongens gerespecteerd en gekanaliseerd wordt. Kinderen kunnen best (of misschien zelfs beter!) leren rekenen door drie plus zeven keer een bal naar elkaar te schoppen. De gedachte dat het intellect en de sociale vaardigheden van jongens beter gevormd worden in een gedisciplineerde sportieve omgeving is van alle tijden en plaatsen. Kijk naar de gymnasia in het oude Griekenland, de Engelse kostscholen en de judoscholen in Japan.

Als we niet terug willen naar de autoritaire tucht uit de jaren 50, zijn kleinere klassen een voorwaarde voor goed onderwijs. Dat is in ieders belang maar in dat van jongens in het bijzonder. Zij hebben, vergeleken met meisjes, meer directe aansturing nodig. Meer leraren dus en dan het liefste mannen! Want de 85% vrouw in het basisonderwijs gaat er te vaak van uit dat de jongens in hun klas gedragsproblemen hebben terwijl zij gewoon gefrustreerd zijn door gebrek aan beweging, te weinig aansturing en een te vrouwelijke manier van communiceren. Hierdoor worden meer jongens dan nodig afgeserveerd naar een opleiding onder hun kunnen of naar een traject waarin therapeuten of medicijnen als Ritalin soelaas moeten bieden. Een aantal keer bezweek ik bijna aan de druk die onderwijzeressen op mij uitoefenden om mijn zoon als patient te beschouwen. Hem van een etiketje voorzien leverde een directe win-win-situatie op voor de juf en mij. Zij kreeg meer tijd c.q. budget en ik meer begrip en aandacht voor mijn zoon waardoor hij misschien eindelijk stopte met nagelbijten en mouwkluiven. Bovendien begreep ik, net als zijn juffen, zelf vaak ook niets van het gedrag van mijn alfamannetje. Misschien was er inderdaad wat mis met hem. Maar wat ben ik blij dat ik, mede dankzij de onverzettelijkheid van mijn eigen alfaman, nooit gezwicht ben voor die druk. Hij begreep mijn zoon beter dan ik en vond, terecht, dat we hem niet het gevoel hoefden te geven te falen omdat zijn onderwijzeressen er niet uitkwamen met hem. Maar nog blijer ben ik met de nieuwe meester van mijn zoon. Want na 7 jaar valt ons eindelijk de 15% man in het basisonderwijs ten deel. Mijn zoon is een jongen van weinig woorden maar over zijn meester raakt hij niet uitgepraat. 'Als je niet luistert, pakt hij je hoofd beet of knijpt hij in je arm, best hard' zegt hij trots. 'En hij speelt gitaar en zingt een beetje hoog en schor en dat klinkt echt heel mooi. En weet je', zegt hij verbaasd, 'deze meester wordt helemaal niet kwaad als ik een grapje maak, hij grinnikt er om en gaat dan gewoon door met zijn verhaal'. Nog altijd zit mijn zoon overdag meer stil dan gezond voor hem is maar 's ochtends komt hij zingend van de trap naar beneden, 's middags begint hij ongevraagd aan zijn huiswerk en voor het eerst in zijn tienjarige schoolloopbaan gaat hij fluitend naar school.


Wendy Schouten, moeder van drie zonen (7,12 en 14) en een dochter (10).



dinsdag 24 september 2013

Donorles op school reclame voor orgaanafgifte.

afbeelding: Donordenkers, de lesmodule van de Nederlandse Transplantatie Stichting.

Promovenda Marion Siebelink bepleit donorlessen in groep 7 van de basisschool met het oog op meer kinderdonoren in de toekomst (Trouw 12-09-2013). Daardoor zou de jaarlijkse wachtlijst van zeventig ernstig zieke kinderen kunnen worden bekort en zouden vier tot acht kinderen die nu jaarlijks overlijden mogelijk gered kunnen worden.


Opmerkelijk dat zij meent dat de vraag of een elfjarige zijn of haar organen wil afstaan op school thuishoort. Vragen over beschikkingsrecht en lichamelijke integriteit ten aanzien van kinderen horen bij ouders thuis. Die bepalen of en hoe zij hun kind met dergeliijke vragen willen confronteren.

Mocht het idee van de donorlessen toch post vatten, dan hoop ik maar dat de beperkte mechanische visie van medici op orgaantransplantatie belicht en aangevuld wordt. Want hoewel in staat succesvol organen te transplanteren, weten artsen net zo min als wij allemaal wat er precies gebeurt tussen leven en dood. Zo was er 'Het meisje dat niet wilde sterven' in een documentaire die vorig jaar op de Deense publieke tv werd uitgezonden. Dit 19 jarige Deense meisje werd na een ernstig auto-ongeluk door de artsen hersendood verklaard. De ouders werd verteld dat hun dochter zeer ernstig gehandicapt door het leven zou gaan, mocht ze tegen alle verwachtingen in uit haar zware coma ontwaken. Vlak nadat de ouders instemden met orgaantransplantatie ontwaakte ze toch en inmiddels heeft ze via een intensief trainingsprogramma met haar ouders haar leven min of meer op de rails. In Trouw (07-09-2013) vertelde neurochirurg Eben Alexander onlangs hoe ook hij ontwaakte uit zijn coma op het moment dat de artsen er al over spraken de behandeling stop te zetten. Het zijn voorvallen die laten zien dat wij niet in staat zijn het grensgebied tussen leven en dood te overzien en dat we van daaruit terughoudend moeten zijn met ons handelen.

Ook interessant om in de lessen te vertellen is dat met het overgeven van organen het celgeheugen van organen mee kan verhuizen naar de nieuwe eigenaar waardoor iemand zijn karakter en/of gedragingen voorgoed kunnen veranderen. Dit beschreef Claire Sylvia in haar boek 'Hart en ziel'. Deze balletdanseres nam niet alleen het hart en de longen van haar donor over maar ook diens voorliefde voor bier, gebraden kip en het flirten met meisjes! Verder zou de vraag gesteld kunnen worden of we de dood tegen elke prijs moeten vermijden. Want het is niet gezegd dat mensen na een transplantatie nog lang en gelukkig verder leven. De kwaliteit van leven kan ernstig achteruit hollen en soms sterven mensen alsnog korte tijd na de transplantatie. Het is belangrijk dat daar een realistisch perspectief in geschetst wordt. En als laatste en misschien wel belangrijkste punt moet er ruimte geboden worden aan de gevoelsmatige reactie van weerstand die mensen vaak ervaren rondom orgaantransplantatie. Want het feit dat ze die niet rationeel kunnen onderbouwen houdt niet in dat die ook betekenisloos is. Er is zo veel dat wij niet overzien. Dus indien donorlessen op school gegeven gaan worden, dan zou het deze nuanceringen en aanvullingen moeten bevatten. Zodat de lessen meer zijn dan reclame voor het afstaan van organen.