vrijdag 21 november 2014
Talking about safe birth
dinsdag 19 augustus 2014
Colours of Sweden summer 2014
maandag 21 juli 2014
FLOW 2014: Langzaam leven in Zweden: 'Wie Feriën in Büllerbu' en 'Don't hurry be happy'
vrijdag 20 juni 2014
Feel-good Amish-inspiratie voor een gelukkig en eenvoudig gezinsleven
Een droom van velen: Een gelukkig, eenvoudig bestaan leiden.
Voor de Amish lijkt het simpel. In Midden-Amerika leven zij in besloten gemeenschappen volgens 300 jaar oude tradities. Kinderen gaan alleen naar de basisschool omdat dat voldoende voorbereiding biedt voor de Amish 'way of life' Men gebruikt geen electriciteit omdat technologie maar afleidt van de werkelijk belangrijke en vreugdevolle zaken van het leven. Men besteed tijd aan de basale dingen van het leven, het huishouden, landarbeid, het naaien van kleding, het bouwen van huizen en vervaardigen van meubels. Al het werk van de Amish komt de gemeenschap en haar onderlinge verbondenheid ten goede. Wat dat oplevert is te zien in onderstaande documentaire waarin Britse jongeren de Amish lifestyle verkennen. De vreugde, waardigheid, onschuld bescheidenheid en liefde die de Amish in deze documentaire tonen, zijn ontwapenend en bijna ongekend in onze tijd. Ze doen de onbeholpenheid en geëxalteerde maniertjes van hun stadse leeftijdgenoten verbleken. Uitspraken van de Amish over hun ervaring met technologie ('Ik voel me opgejaagd' 'Ik voel me leeg') demonstreren haarscherp de mankementen van onze moderne samenleving. Er valt natuurlijk best het één en ander af te dingen op het Amish bestaan maar de blijmoedigheid van de Amish vind ik enorm inspirerend en zorgt er voor dat ik al dagen met een intens tevreden gevoel rondloop over mijn eigen beperkte bestaan. Mooi en ontroerend is het einde van de documentaire waarin de Londenaren vertellen hoe het bezoek aan de Amish hun leven diepgaand beinvloed heeft.
Klik op onderstaande link om de documentaire te bekijken. Engels gesproken, Zweedse ondertiteling.
Leva som Amish (Leven zoals de Amish) van SVT Sverige
Ook mooi (Nederlands ondertiteld) is onderstaande documentaire die de EO onlangs uitzond. Iets minder sterk dan bovenstaande film omdat dit Amish gezin meer gebruik maakt van de moderne maatschappij dan de gezinnen uit de eerste documentaire. Je ziet ze boodschappen doen in een grote Amerikaanse supermarkt en pizza eten in een fastfood restaurant. Hun Amish leefwijze krijgt daarmee een zweem van 'cherry-picking'. Desalniettemin is de liefde en aandacht voor elkaar in dit gezin een genot om naar te kijken. Bijzonder om te zien, is hoe de vrouwelijke documentairemaker de vrouw des huizes maar blijft doorzagen over haar vermeende inferioriteit. Op de vraag: 'Maar wat vind je er dan zelf van dat jij bijna al het huishouden op je neemt en je man dient?' antwoord zij met een brede zelfverzekerde glimlach: 'I think it's perfect'
Amish A secret life
maandag 16 juni 2014
Jaloezie als inspiratiebron? (Trouw Brieven 16-06-2014)
Wat een onaangenaam gedachtegoed verspreiden Sebastien Valkenberg (Tr. 02-06 jl.) en Pieter Hoexum (Tr. 13-06 jl).door te stellen dat ongelijkheid een inspiratiebron kan zijn. Dat laatstgenoemde Nietzsche en Kant van stal haalt om aan te tonen dat na-ijver een drijfveer is van (met name economisch) wenselijk gedrag laat vooral het failliet zien van deze oude denkers voor onze moderne tijd. Laten we hopen dat de denkers van de toekomst hun inspiratie halen uit verhevener idealen. De wil om goed te doen bijvoorbeeld, voor zichzelf en hun naasten. Nee, doe mij dan toch maar Jezus.
woensdag 21 mei 2014
Vertrouw bij geboorte meer op kracht vrouw (Parool, Het laatste woord 19-05-2014)
Frozen flash-mob Museumplein Amsterdam 18-05-2014 Tegen conservatieve medicaliserende overheidsbeleid in geboorte-zorg.
Welke vorm van geboorte-zorg is het veiligst? Al jaren woedt daarover een verhitte discussie in Nederland. Uit Europees onderzoek in 2003 en 2008 kwam naar voren dat de babysterfte in Nederland relatief hoog was.
Sindsdien koerst onze overheid onder druk van ziekenhuizen en specialisten af op een zorgsysteem waarin vrouwen steeds intensiever medisch begeleid worden. De vraag is: Waarom? Want het is beslist twijfelachtig of Nederland wel zo’n hoge babysterfte heeft, laat staan dat is aangetoond of een medisch model van zorg daar het beste antwoord op is.
Onlangs nuanceerden zes specialisten de hoge babysterfte in Nederland door er op te wijzen dat 78 procent van de Nederlandse babysterfte onder vroeggeboren baby’s is. Sterfte die geen verband houdt met zorg bij de bevalling maar eerder met het feit dat andere landen sterfte voor 24 of 28 weken niet meetelt en dat Nederland minder aan prenatale screening doet. Wat betreft de sterftecijfers rondom de uitgerekende datum is Nederland Europees gezien een middenmoter waaruit niet afgeleid kan worden of een thuisbevalling veilig is of niet, aldus hoogleraar eerstelijnszorg Victor Pop deze maand in de Volkskrant.
Desondanks zag de Nederlandse overheid aanleiding om de geboorte-zorg op de schop te nemen. Het College Perinatale Zorg kreeg in 2011 de opdracht de verondersteld hoge sterftecijfers terug te dringen. Maar het College vervalt samen met ziekenhuizen en specialisten in een conservatieve reflex om geboortes steeds meer onder medisch toezicht te stellen.
De wetenschappelijke verloskunde draait al 200 jaar om de onderzoeksvraag: ‘Wat kunnen wij specialisten via controle en medische interventie betekenen voor vrouwen?’ Wonderlijk, gezien het feit dat dat bevallen voor 95 tot 100 procent draait om de natuurlijke kracht en mogelijkheden van vrouwen. Toch veroordeelt deze vraag bijna alle vrouwen in technologisch ontwikkelde landen er toe hun kind op volstrekt onnatuurlijke wijze te baren. Zo worden zij liggend op hun rug gedwongen hun kind er tegen de zwaartekracht in uit te persen. Vanzelfsprekend lukt hen dat zelden op eigen kracht.
Deze passieve vorm van verlossen met de zorgverlener in een actieve glansrol is een volledig geaccepteerde praktijk geworden. De inefficiëntie en het gevaar ervan komen nauwelijks tot uitdrukking in wetenschappelijk onderzoek maar worden afgewenteld op de meest kwetsbare groepen binnen de geboortezorg: vrouwen, kinderen en verloskundigen. Problemen die zich voordoen in het ziekenhuis worden bijna zonder uitzondering geweten aan de falende fysieke toestand van moeder en kind of aan tekortschietende hulp van de verloskundige. ‘Vacuümextractie door uitputting’, ‘cortonenpathologie’ of ‘keizersnede wegens stuitligger’ is er dan te lezen in het bevallingsrapport. De gynaecoloog is in dit scenario altijd de redder in nood (’Gelukkig maar dat u in het ziekenhuis was mevrouw, anders had u het nooit gered.’) en de verloskundige het zwarte schaap (’U had veel eerder naar het ziekenhuis moeten komen!’). De kern van het probleem echter is dat natuurlijk bevallen onmogelijk wordt binnen een systeem dat slechts technische verlossingen faciliteert.
Er zijn tal van veelbelovende onderzoeken die laten zien dat we grotere stappen voorwaarts kunnen maken in veiligheid, humaniteit en kostenbesparing met een systeem dat de eigen kracht en mogelijkheden van vrouwen centraal zet. Met name uit Amerika, waar de negatieve bijwerkingen van de extreme medicalisering (hogere moedersterfte en hogere sterftecijfers rondom de bevalling) zich al veel scherper hebben afgetekend dan in Nederland. Zo leidde de inzet van een simpele bevallingscoach tot een spectaculaire verlaging van zware medische ingrepen, waaronder de helft minder keizerssneden. Heel wat beter dan de halve promillen vooruitgang die we nu langs de oude weg boeken. Zo lang men daar niet naar kijkt, is de Nederlandse verloskunde niet meer dan een geloof in technische controle en medische interventie.
Dat maakt de koers van onze overheid voor een integraal medisch model van zorg ook zo conservatief en weinig innovatief. Gebruik maken van de eigen kracht van vrouwen in geboortezorg is vooruitstrevend, visionair, energiebesparend, duurzaam, humaan en geëmancipeerd. Nederland heeft hier de kans om mondiaal een voortrekkersrol te vervullen en zich aan te sluiten bij het progressieve menselijke beleid waarvoor ook Canada en Nieuw-Zeeland inmiddels gekozen hebben.
dinsdag 29 april 2014
Trapglijbaan op Kickstarter bij NOS Jeugdjournaal
Vandaag lanceerde het NOS-jeugdjournaal ons nieuwste gezinsproject:
DE TRAPGLIJBAAN
Onze trapglijbaan presenteren wij op crowdfunding-site Kickstarter die vandaag voor het eerst geopend werd voor ideeën op de Nederlandse markt.
Presentator Joris Marseille en cameraman Roel Rekko van het jeugdjournaal kwamen vandaag samen met onze kinderen twee teststadia van de trapglijbaan filmen en uittesten.
Het idee voor de trapglijbaan ontstond doordat onze kinderen telkens alle matrassen op de trap gooiden en dan naar beneden roetsjten. Leuk wild spel binnenshuis waarin ze lekker hun overtollige energie kwijt konden. Alleen vonden we het een beetje zonde van de matrassen en dat opruimen van die bedden was ook minder. Dus vandaar.
Vind je dit product een superleuk idee en wil je het aan het eind van het jaar ontvangen? Teken dan in op deze link van Kickstarter.
Het filmpje is gemaakt door Zico Winkels, mijn oudste zoon.
Vind je dit product een superleuk idee en wil je het aan het eind van het jaar ontvangen? Teken dan in op deze link van Kickstarter.
Het filmpje is gemaakt door Zico Winkels, mijn oudste zoon.
Trailer van de uitzending NOS Jeugdjournaal
maandag 16 december 2013
Zorgverlof als pluim op je cv
Een snelle knipbeurt onder het koken=
Flexibel multitasken in de dagelijkse zorg voor anderen.
Enige tijd terug schreef Lodewijk Asscher in Trouw dat hij niet wil dat we aan het einde van ons leven met spijt moeten vaststellen dat we te weinig aandacht en zorg aan onze dierbaren hebben gegeven (Trouw 18-11-13). Daarom wil hij arbeid en zorg beter op elkaar laten aansluiten. Hij had het over het doorbreken van het taboe op zorgende vaders en werkende moeders en van flexibele werktijden. Mooi, op het eerste gezicht maar het blijft ouderwetse arbeidsmarktpolitiek zo lang hij voorbij gaat aan de meest cruciale pijnpunten.
Flexibel multitasken in de dagelijkse zorg voor anderen.
Enige tijd terug schreef Lodewijk Asscher in Trouw dat hij niet wil dat we aan het einde van ons leven met spijt moeten vaststellen dat we te weinig aandacht en zorg aan onze dierbaren hebben gegeven (Trouw 18-11-13). Daarom wil hij arbeid en zorg beter op elkaar laten aansluiten. Hij had het over het doorbreken van het taboe op zorgende vaders en werkende moeders en van flexibele werktijden. Mooi, op het eerste gezicht maar het blijft ouderwetse arbeidsmarktpolitiek zo lang hij voorbij gaat aan de meest cruciale pijnpunten.
Pijnpunt 1: Maatschappelijke onderwaardering van onbetaalde zorg.
Hierdoor hebben mensen die jarenlang voor hun naasten en directe leefomgeving hebben gezorgd een gat in hun cv in plaats van een pluim. Dat is raar want onze maatschappij staat te springen om goede zorg aan de basis. Deze burgers hebben een joekel van een onbetaalde maatschappelijke stage achter de rug waarin zij doorgaans een levenswijsheid en normbesef opdoen die bedrijfsleven en overheid hard nodig lijken te hebben. Juist zij die intensief zorg hebben gedragen voor hun eigen oikonomia (Gr: beheer van het huishouden) kunnen betekenisvol zijn voor onze economie in het groot. De beperkte visie dat deze mensen jarenlang niets gedaan hebben draagt bij aan het taboe op zorgverlof onder mannen én vrouwen en aan de situatie dat veel talentvolle wijze Nederlanders de arbeidsmarkt na een periode van zorg links laten liggen.
Echter wanneer wij inzien dat thuis zorg verlenen verrijkend werk is, zowel materiëel als immateriëel, hoeven zowel vrouwen als mannen zich niet meer te schamen om thuis te blijven en kunnen zij daarna aan de slag zonder waardedaling van hun cv.
Pijnpunt 2: Het ontkennen van de biologische binding tussen moeder en kind in de eerste levensjaren. Ik schaam me er diep voor in een land te wonen waar men doet of het normaal is dat je na drie maanden borstvoeding gewoon weg kunt gaan bij je kind. Gelukkig komen steeds meer mensen er achter dat dit niet zo is en adviseert de WHO tegenwoordig om minimaal twee jaar borstvoeding te geven. Als Asscher vooruitgang wil, moeten we af van het starre denken dat een vrouw haar carriere tussen haar 30e en haar 40e op de rails moet hebben en ruimte bieden aan het biologische feit dat dit jaren zijn waarin zij veel energie kwijt is aan baren, zogen en zorgen. We worden steeds ouder en opgeleide vrouwen van 50 met levenservaring beschikken tegenwoordig over de vitaliteit en common sense waarvoor we als samenleving onze handen ineen mogen knijpen.
Het ontkennen van bovenstaande pijnpunten is er de reden van dat we, zoals Asscher het zelf stelt, gestresst blijven doormodderen. In Zweden heeft men deze pijnpunten al lang geleden aangepakt maar zodanig dat het ouderschap volledig wordt uitbesteed met als gevolg dat er nieuwe pijnpunten zijn ontstaan: Een maatschappij die bestaat uit afgescheiden (want volledig onafhankelijke!) individuen, eenzame kinderen en ouders met weinig opvoedkundige professionaliteit. Dit is aan het artikel te lezen, niet wat Asscher voor ogen staat. Daarom hoop ik dat we in Nederland betere keuzes kunnen maken. Het opwaarderen van onbetaalde zorg is een goedkope maatregel met een ongelofelijk rendement.
vrijdag 15 november 2013
Thuisonderwijs (Brieven Trouw 15-11-2013)
'Goed punt!' dacht ik toen ik onderstaande brief vandaag in Trouw las. Bleek dat ik hem zelf had geschreven.
Grappig: Uit internationaal onderzoek blijkt dat kinderen die thuisonderwijs krijgen niet achterblijven. Naar aanleiding daarvan adviseren deskundigen staatssecretaris Dekkker om het thuisonderwijs te behouden. Wel moeten ouders die het geven gaan voldoen aan regels. Waarom? Is het niet fantastisch dat deze ouders er zonder regelgeving in slagen hun kinderen naar hetzelfde niveau te tillen als hun leeftijdsgenootjes op school? Is dat niet juist een signaal dat de regelgeving op scholen een stuk minder kan? Blijkbaar zijn we er in ons land niet gerust op als dingen vanzelf goed gaan.
dinsdag 8 oktober 2013
Alleen een man in de klas kon mijn zoon kalmeren (NRC 06-10-2013)
Het
onderwijs onderdrukt en kleineert jongens door hun spierkracht,
agressie en moed te negeren en onderdrukken. Frustrerend, zowel voor
de jongens in kwestie als voor de docenten. Jongens zijn niet stout
maar stoutmoedig. Het onderwijs kan nog wat leren van het voetbal.
Als
peuter sloeg mijn zoon hinderlijke leeftijdsgenoten genadeloos tegen
de vlakte. Hem een 'sorry' ontfutselen bleek onmogelijk. Een klap was
voor hem een prima middel om je territorium af te bakenen. 'Kijk eens
wat je gedaan hebt, dat kindje huilt en heeft heel erg pijn' begon
een juf meestal hoopvol. Maar voor tranen of emotionele pressie was
hij ongevoelig. 'Moet ie maar ophouden als ik het zeg', antwoordde
hij hooguit. In het gunstigste geval zei juf dan: 'De volgende keer
moet je mij roepen, dan kunnen we er over praten.' Maar hij keek wel
uit. Hij dopte liever zijn eigen boontjes en praten was wel het
laatste waar hij op zat te wachten.
Het
was het begin van een schoolcarriere waarin mijn zoon negen jaar lang
dagelijks de afkeuring van zijn onderwijzeressen over zich afriep.
Hij was niet het dociele kind dat zij graag zagen maar een speels
beweeglijk dier niet van zins zich te laten kooien in een klaslokaal
of vrouwen te volgen die 'verdrietig' werden als hij een in hun ogen
minder geslaagd grapje maakte. Pogingen hem te socialiseren langs de
weg van het empathisch gesprek mislukten keer op keer. Dit alles
bezorgde hem dagelijks strafregels en kruisjes op het bord en mij een
wekelijkse gang naar de juf. Wat was er met hem aan de hand? Hij
gedroeg zich a-sociaal, onaangepast. Ik begreep het niet. Mijn oudste
zoon was met dezelfde opvoeding een model-leerling.
Zo
kritisch als mijn zoon op school beschouwd werd, zo bejubeld werd hij
op het voetbalveld. Zijn negatieve karaktertrekken (hyperactief,
a-sociaal, koppig, eigenwijs, weinig empathisch en onbereikbaar)
werden door trainers, ouders en medespelers in een positief daglicht
gesteld (dynamisch, onafhankelijk, wilskrachtig, onnavolgbaar,
koelbloedig en onverstooorbaar.). Mijn zoons zwakke kanten op school
bleken zijn sterke kanten in het voetbal. Langs de lijn zag ik
helemaal geen onwillig afgesloten kind maar een open jongen die zich
afstemde op zijn medespelers en elke opmerking van zijn trainer
registreerde. Ik zag iemand die niet perse zelf hoefde te scoren maar
grenzen wilde verleggen en het groepsbelang wilde dienen. En ik zag
iemand die zijn emotie goed kon uitschakelen waardoor hij de bal kalm
en berekenend in de kruising schoot als dat nodig was.
De
discrepantie tussen de twee werelden waarin mijn zoon al jaren leeft
is enorm. In het ene kamp een lastpak, in het andere kamp een held.
Dat geeft te denken. Niet in de laatste plaats omdat er veel zijn
zoals mijn zoon. Jongens uitgerust met het genetisch materiaal van
een krijger. Jongens die hun krachten willen meten en vanaf hun 11e,
12e klaar staan om samen met hun vaders, ooms, broers en neven een
zwijn in het bos te scoren. Echter, het gebrek aan empathie dat nodig
is om dat zwijn zonder al te veel stress de keel door te snijden
wordt door leerkrachten doorgaans magertjes gewaardeerd en het uurtje
gym per week volstaat bij lange na niet om de energie van deze
krijgers in banen te leiden. Daarmee zadelt de maatschappij en het
onderwijs in het bijzonder zichzelf op met een probleem. De, toch al
overbelaste, docenten worden doodmoe van deze jongens die zich op hun
beurt misplaatst en waardeloos voelen. Het onderwijs zou zich tijd en
moeite kunnen getroosten door beter naar het voetbal te kijken waarin
de krijgersnatuur van jongens gerespecteerd en gekanaliseerd wordt.
Kinderen kunnen best (of misschien zelfs beter!) leren rekenen door
drie plus zeven keer een bal naar elkaar te schoppen. De gedachte dat
het intellect en de sociale vaardigheden van jongens beter gevormd
worden in een gedisciplineerde sportieve omgeving is van alle tijden
en plaatsen. Kijk naar de gymnasia in het oude Griekenland, de
Engelse kostscholen en de judoscholen in Japan.
Als
we niet terug willen naar de autoritaire tucht uit de jaren 50, zijn
kleinere klassen een voorwaarde voor goed onderwijs. Dat is in ieders
belang maar in dat van jongens in het bijzonder. Zij hebben,
vergeleken met meisjes, meer directe aansturing nodig. Meer leraren
dus en dan het liefste mannen! Want de 85% vrouw in het
basisonderwijs gaat er te vaak van uit dat de jongens in hun klas
gedragsproblemen hebben terwijl zij gewoon gefrustreerd zijn door
gebrek aan beweging, te weinig aansturing en een te vrouwelijke
manier van communiceren. Hierdoor worden meer jongens dan nodig
afgeserveerd naar een opleiding onder hun kunnen of naar een traject
waarin therapeuten of medicijnen als Ritalin soelaas moeten bieden.
Een aantal keer bezweek ik bijna aan de druk die onderwijzeressen op
mij uitoefenden om mijn zoon als patient te beschouwen. Hem van een
etiketje voorzien leverde een directe win-win-situatie op voor de juf
en mij. Zij kreeg meer tijd c.q. budget en ik meer begrip en aandacht
voor mijn zoon waardoor hij misschien eindelijk stopte met
nagelbijten en mouwkluiven. Bovendien begreep ik, net als zijn
juffen, zelf vaak ook niets van het gedrag van mijn alfamannetje.
Misschien was er inderdaad wat mis met hem. Maar wat ben ik blij dat
ik, mede dankzij de onverzettelijkheid van mijn eigen alfaman, nooit
gezwicht ben voor die druk. Hij begreep mijn zoon beter dan ik en
vond, terecht, dat we hem niet het gevoel hoefden te geven te falen
omdat zijn onderwijzeressen er niet uitkwamen met hem. Maar nog
blijer ben ik met de nieuwe meester van mijn zoon. Want na 7 jaar
valt ons eindelijk de 15% man in het basisonderwijs ten deel. Mijn
zoon is een jongen van weinig woorden maar over zijn meester raakt
hij niet uitgepraat. 'Als je niet luistert, pakt hij je hoofd beet of
knijpt hij in je arm, best hard' zegt hij trots. 'En hij speelt
gitaar en zingt een beetje hoog en schor en dat klinkt echt heel
mooi. En weet je', zegt hij verbaasd, 'deze meester wordt helemaal
niet kwaad als ik een grapje maak, hij grinnikt er om en gaat dan
gewoon door met zijn verhaal'. Nog altijd zit mijn zoon overdag meer
stil dan gezond voor hem is maar 's ochtends komt hij zingend van de
trap naar beneden, 's middags begint hij ongevraagd aan zijn huiswerk
en voor het eerst in zijn tienjarige schoolloopbaan gaat hij fluitend
naar school.
Wendy
Schouten, moeder van drie zonen (7,12 en 14) en een dochter (10).
dinsdag 24 september 2013
Donorles op school reclame voor orgaanafgifte.
afbeelding: Donordenkers, de lesmodule van de Nederlandse Transplantatie Stichting.
Promovenda Marion Siebelink bepleit donorlessen in groep 7 van de basisschool met het oog op meer kinderdonoren in de toekomst (Trouw 12-09-2013). Daardoor zou de jaarlijkse wachtlijst van zeventig ernstig zieke kinderen kunnen worden bekort en zouden vier tot acht kinderen die nu jaarlijks overlijden mogelijk gered kunnen worden.
Opmerkelijk dat zij meent dat de vraag of een elfjarige zijn of haar organen wil afstaan op school thuishoort. Vragen over beschikkingsrecht en lichamelijke integriteit ten aanzien van kinderen horen bij ouders thuis. Die bepalen of en hoe zij hun kind met dergeliijke vragen willen confronteren.
Mocht het idee van de donorlessen toch post vatten, dan hoop ik maar dat de beperkte mechanische visie van medici op orgaantransplantatie belicht en aangevuld wordt. Want hoewel in staat succesvol organen te transplanteren, weten artsen net zo min als wij allemaal wat er precies gebeurt tussen leven en dood. Zo was er 'Het meisje dat niet wilde sterven' in een documentaire die vorig jaar op de Deense publieke tv werd uitgezonden. Dit 19 jarige Deense meisje werd na een ernstig auto-ongeluk door de artsen hersendood verklaard. De ouders werd verteld dat hun dochter zeer ernstig gehandicapt door het leven zou gaan, mocht ze tegen alle verwachtingen in uit haar zware coma ontwaken. Vlak nadat de ouders instemden met orgaantransplantatie ontwaakte ze toch en inmiddels heeft ze via een intensief trainingsprogramma met haar ouders haar leven min of meer op de rails. In Trouw (07-09-2013) vertelde neurochirurg Eben Alexander onlangs hoe ook hij ontwaakte uit zijn coma op het moment dat de artsen er al over spraken de behandeling stop te zetten. Het zijn voorvallen die laten zien dat wij niet in staat zijn het grensgebied tussen leven en dood te overzien en dat we van daaruit terughoudend moeten zijn met ons handelen.
Ook interessant om in de lessen te vertellen is dat met het overgeven van organen het celgeheugen van organen mee kan verhuizen naar de nieuwe eigenaar waardoor iemand zijn karakter en/of gedragingen voorgoed kunnen veranderen. Dit beschreef Claire Sylvia in haar boek 'Hart en ziel'. Deze balletdanseres nam niet alleen het hart en de longen van haar donor over maar ook diens voorliefde voor bier, gebraden kip en het flirten met meisjes! Verder zou de vraag gesteld kunnen worden of we de dood tegen elke prijs moeten vermijden. Want het is niet gezegd dat mensen na een transplantatie nog lang en gelukkig verder leven. De kwaliteit van leven kan ernstig achteruit hollen en soms sterven mensen alsnog korte tijd na de transplantatie. Het is belangrijk dat daar een realistisch perspectief in geschetst wordt. En als laatste en misschien wel belangrijkste punt moet er ruimte geboden worden aan de gevoelsmatige reactie van weerstand die mensen vaak ervaren rondom orgaantransplantatie. Want het feit dat ze die niet rationeel kunnen onderbouwen houdt niet in dat die ook betekenisloos is. Er is zo veel dat wij niet overzien. Dus indien donorlessen op school gegeven gaan worden, dan zou het deze nuanceringen en aanvullingen moeten bevatten. Zodat de lessen meer zijn dan reclame voor het afstaan van organen.
Promovenda Marion Siebelink bepleit donorlessen in groep 7 van de basisschool met het oog op meer kinderdonoren in de toekomst (Trouw 12-09-2013). Daardoor zou de jaarlijkse wachtlijst van zeventig ernstig zieke kinderen kunnen worden bekort en zouden vier tot acht kinderen die nu jaarlijks overlijden mogelijk gered kunnen worden.
Opmerkelijk dat zij meent dat de vraag of een elfjarige zijn of haar organen wil afstaan op school thuishoort. Vragen over beschikkingsrecht en lichamelijke integriteit ten aanzien van kinderen horen bij ouders thuis. Die bepalen of en hoe zij hun kind met dergeliijke vragen willen confronteren.
Mocht het idee van de donorlessen toch post vatten, dan hoop ik maar dat de beperkte mechanische visie van medici op orgaantransplantatie belicht en aangevuld wordt. Want hoewel in staat succesvol organen te transplanteren, weten artsen net zo min als wij allemaal wat er precies gebeurt tussen leven en dood. Zo was er 'Het meisje dat niet wilde sterven' in een documentaire die vorig jaar op de Deense publieke tv werd uitgezonden. Dit 19 jarige Deense meisje werd na een ernstig auto-ongeluk door de artsen hersendood verklaard. De ouders werd verteld dat hun dochter zeer ernstig gehandicapt door het leven zou gaan, mocht ze tegen alle verwachtingen in uit haar zware coma ontwaken. Vlak nadat de ouders instemden met orgaantransplantatie ontwaakte ze toch en inmiddels heeft ze via een intensief trainingsprogramma met haar ouders haar leven min of meer op de rails. In Trouw (07-09-2013) vertelde neurochirurg Eben Alexander onlangs hoe ook hij ontwaakte uit zijn coma op het moment dat de artsen er al over spraken de behandeling stop te zetten. Het zijn voorvallen die laten zien dat wij niet in staat zijn het grensgebied tussen leven en dood te overzien en dat we van daaruit terughoudend moeten zijn met ons handelen.
Ook interessant om in de lessen te vertellen is dat met het overgeven van organen het celgeheugen van organen mee kan verhuizen naar de nieuwe eigenaar waardoor iemand zijn karakter en/of gedragingen voorgoed kunnen veranderen. Dit beschreef Claire Sylvia in haar boek 'Hart en ziel'. Deze balletdanseres nam niet alleen het hart en de longen van haar donor over maar ook diens voorliefde voor bier, gebraden kip en het flirten met meisjes! Verder zou de vraag gesteld kunnen worden of we de dood tegen elke prijs moeten vermijden. Want het is niet gezegd dat mensen na een transplantatie nog lang en gelukkig verder leven. De kwaliteit van leven kan ernstig achteruit hollen en soms sterven mensen alsnog korte tijd na de transplantatie. Het is belangrijk dat daar een realistisch perspectief in geschetst wordt. En als laatste en misschien wel belangrijkste punt moet er ruimte geboden worden aan de gevoelsmatige reactie van weerstand die mensen vaak ervaren rondom orgaantransplantatie. Want het feit dat ze die niet rationeel kunnen onderbouwen houdt niet in dat die ook betekenisloos is. Er is zo veel dat wij niet overzien. Dus indien donorlessen op school gegeven gaan worden, dan zou het deze nuanceringen en aanvullingen moeten bevatten. Zodat de lessen meer zijn dan reclame voor het afstaan van organen.
woensdag 17 juli 2013
Vrouw beslist zelf waar zij bevalt (NRC 15 juli 2013)
Wat doen we met zwangere vrouwen die
medisch ingrijpen bij hun bevalling weigeren? En wat doen we met
verloskundigen die hen respecteren en daardoor in conflict komen met
hun eigen richtlijnen? Deze cruciale vragen kwamen naar voren in de
tuchtzaak van 4 juni j.l. te Amsterdam waar drie verloskundigen zich
moesten verantwoorden voor hun zorg aan vrouwen die afwijkend van de
beroepsnorm thuis bevielen. Het ging om vrouwen zwanger van een
tweeling of een kind in stuitligging.
Het antwoord van de Inspectie voor de
Gezondheidszorg was éénduidig: De verloskundigen hadden de vrouwen
op andere gedachten moeten
brengen ofwel hun zorgrelatie met hen moeten beëindigen.
Door
af te wijken van de beroepsnorm, zijn de verloskundigen tekort
geschoten in het bieden van veilige en verantwoorde zorg waarvoor een
passende strafmaat moet worden opgelegd.
Maar de praktijk is weerbarstiger, zo
bleek uit het verweer van verloskundigen Rebekka Visser,
Elisabeth Polak en Laura van Deth. Zij zien zich geconfronteerd met
een groeiende groep vrouwen die hun autonomie opeisen. Vrouwen die
hun eigen kennis en kunde ten aanzien van bevallen minstens zo
belangrijk vinden als die van deskundigen die veiligheid met name
nastreven door technische controle en medisch ingrijpen. Deze
vrouwen, doorgaans goed geïnformeerd en vaak hoogopgeleid, zijn niet
onder de indruk van de cijfers waarmee gynaecologen schermen zolang
die gebaseerd zijn op een ziekenhuispraktijk waarin onnatuurlijke
barenshoudingen de norm zijn. Integendeel, veel van hen zien het
ziekenhuis als een plek die je uit veiligheidsoverwegingen beter kunt
mijden. Zij willen best luisteren naar medici maar keren zich bij
dwang af van het systeem om desnoods zonder hulp te bevallen.
Eën van die vrouwen is Jikke Bruin, in
2010 bevallen van een tweeling (haar 4e en 5e kind). Wanneer deze
wiskundige haar twijfels uit over de wetenschappelijke onderbouwing
van de geplande keizersnede die haar te wachten staat, is er geen
ruimte voor dialoog. Integendeel er wordt fors druk op haar
uitgeoefend om zich neer te leggen bij haar situatie. Hierop keert
Jikke het ziekenhuis de rug toe, vastbesloten thuis te bevallen. Ze
is al eens eerder alleen thuis bevallen en heeft in het ziekenhuis
niets dan narigheid achter de rug. Hierop roept zij de hulp in van
van Deth en Visser die al gauw begrijpen dat zij slechts twee opties
hebben: Deze vrouw aan haar lot overlaten of haar zo correct mogelijk
van dienst zijn. Zij kiezen voor dat laatste maar kunnen niet
voorkomen dat Jikke na een anonieme AMK-melding naar het ziekenhuis
vertrekt waar zij alsnog via een keizersnede bevalt van haar
tweeling. Achteraf hoort Jikke dat ambulance en politie al klaar
stonden op de hoek van de straat voor gedwongen opname.
Visser, Polak en van Deth geven toe
formeel fouten gemaakt te hebben. Maar benadrukken dat deze
procedurele vormfouten voortkomen uit het feit dat zij de autonomie
en het recht op zelfbeschikking van vrouwen gerespecteerd hebben in
plaats van star vast te houden aan beroepsafspraken. Daarvoor hebben
zij zwaarwegende argumenten: 'Het kan niet zo zijn dat er geen beter
antwoord is dan zorg weigeren voor vrouwen die anders willen en het
kan niet zo zijn dat er ruimte is voor dwang en drang binnen de zorg
aan vrouwen die toerekeningsvatbaar zijn', aldus Visser, die in 2011
nog door Libelle werd uitgeroepen tot verloskundige van het jaar. Van
Deth beroept zich via haar advocaat op het feit dat zij handelt
conform de uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de mens
in 2010 waarin gesteld wordt dat Hongarije mensenrechten schendt door
vrouwen de keuzemogelijkheid van een thuisbevalling te onthouden.
Raymond
de Vries, professor Medisch Onderwijs in Michigan en hoogleraar
Midwifery Science aan de Universiteit van Maastricht stelt in reactie
op de tuchtzaak: 'Het wordt tijd dat het ministerie een 'luister naar
moeders' studie start waarin hun ervaringen en wensen centraal staan.
De beroepsorganisaties zeggen allemaal 'Voor de beste en veiligste
zorg moet de vrouw centraal staan.' Maar tot op heden hebben we bijna
niets gedaan om naar vrouwen te luisteren. Beslissingen over
‘integrale zorg’ worden genomen door professionele organisaties
en het ministerie, zonder input van vrouwen zelf.'
In
dit licht bezien staan Visser, Polak en van Deth terecht omdat zij
als eerste binnen hun beroepsgroep reageren op een veranderende
zorgvraag binnen onze maatschappij en vrouwen meer inspraak toestaan
rond hun bevalling dan wij de afgelopen 200 jaar gewend zijn. Maar
maakt hen dat tot misdadigers die gestraft moeten worden? Nee, deze
vrouwen zijn pioniers die een voorhoedegevecht leveren en waarbij zij
een ontwikkeling zichtbaar maken waarover de beroepsgroepen hoognodig
met elkaar in gesprek moeten. En daarvoor mag men hen alleen maar
dankbaar zijn. Want dit leidt er uiteindelijk toe dat elke vrouw,
ongeacht haar visie, recht heeft op de zorg die zij wenst en bij haar
past.
maandag 10 juni 2013
Er komt nog geen Zweedse Wilders (NRC 01-06-2013)
![]() |
| Jonggeren in Hovsjö werken aan 'hun' park |
Jongeren in buitenwijk Hovsjö werken aan 'hun'stadspark'.
(Uitgebreide versie van NRC 01-06-2013)
(Uitgebreide versie van NRC 01-06-2013)
Ik
mocht ze, de Irakezen in Södertälje. Als verse emigrant voelde ik
mij bij hen meer op mijn gemak dan bij de Zweden. Hun mannen sloegen
mijn zonen amicaal op de schouders vanwege hun inzet op het
voetbalveld, ook al verloren zij daardoor zelf de wedstrijd. Hun
vrouwen nodigden mij uit op hun kleden vol eten en kinderen, waar het
gezelliger was dan bij de enkele Zweed die de wedstrijd vanaf een
klapstoeltje gade sloeg en niemand prees of juist iedereen, ongeacht
welke prestatie dan ook. Ik bewonderde hun beheersing van het Zweeds
en hun vermogen zich te voegen naar de stoïcijnse, beheerste Zweedse
omgangsvormen ondanks hun warme expressieve natuur. Ze
waren stukken beter aangepast aan de Zweedse samenleving dan ikzelf
terwijl veel van hen hier maar een paar jaar langer woonden.
De
Irakezen in Södertälje zijn doorgaans vluchtelingen met een
opleiding en een Christelijke achtergrond die zich binnen de Zweedse
welvaartsstaat aardig weten te redden. Desondanks woont het merendeel
van hen in troosteloze wijken buiten de stad waar de werkloosheid,
schooluitval en criminaliteit hoog zijn. Het gevoel een
tweederangsburger te zijn komt tot uitdrukking op de website van
Megafonen, een overheidsorganisatie die opkomt voor de rechten van
allochtone jongeren in de voorsteden. Het was deze organisatie die op
15 mei j.l. via sociale media een demonstratie op poten zette uit
verontwaardiging over de moord op een verwarde 69 jarige door een
politieman een dag eerder. De rellen die daar vier dagen later op
volgden werden op hun website van begripvol commentaar voorzien. Het
feit dat de organisatie het geweld niet direct publiekelijk afkeurde,
wierp in de media de vraag op of de organisatie zodoende niet had
bijgedragen aan de escalatie van de rellen in Zweden.
Dát
de sociale onrust in Zweden zou toenemen, was te voorspellen. Sinds
2006 heeft Zweden een centrum-rechtse regering met een zich
terugtrekkende overheid die een toename in de kloof tussen arm en
rijk accepteert terwijl nog altijd een ruimhartig immigratiebeleid
wordt gevoerd. Daarmee hobbelen de politieke ontwikkelingen in
Zweden precies drie jaar achter die van Nederland aan: De neergang
van de Sociaal-Democraten, de opkomst van een nationalistische partij
en vervolgens de schandalen in diezelfde partij. Eigenlijk is het
opmerkelijk dat een nationale crisis zoals wij die in Nederland
beleefden met de moord op Fortuyn en van Gogh (resp. 2002 en 2004) in
Zweden nog zo lang op zich heeft laten wachten.
Maar
wat nu? De rellen raken de Zweden, voor wie veiligheid en vreedzaam
samenleven het hoogste goed is, in de kern van hun bestaan.
Vooralsnog heeft premier Fredrik Reinfeldt zijn afkeuring over de
gebeurtenissen uitgesproken en heeft Jimmie Åkesson
van de nationalistische Sverigedemokraterna de gelegenheid
aangegrepen om zijn visie in Svenska Dagbladet extra kracht bij te
zetten. In Nederland werd het publieke debat na de moord op Fortuyn
en van Gogh aangescherpt en voelden de socialisten zich gedwongen hun
ideaal over de multiculturele samenleving los te laten ten gunste van
een strenger immigratie- en integratiebeleid. Of het in Zweden ook
die kant op gaat, valt te bezien. Want ondertussen zijn er in Zweden
andere krachten aan het werk dan tien jaar geleden in Nederland. Zo'n
kracht is Patrik Derk die al jaren zijn schouders zet onder het
vergroten van de veiligheid in één van de gevaarlijkste
buitenwijken van Zweden. Derk is directeur van woningbouwvereniging
Telge in Hovsjö, een door Irakezen bevolkte buitenwijk in het
zuidwesten van Södertälje. Patrik is een goede bekende van ons en
vertelde over zijn project waarin hij kansloze jongeren en jeugdige
bendeleiders betrok bij de aanleg van een park in hun wijk. Daarmee
sloeg hij twee vliegen in één klap, de werkloosheid daalde en de
veiligheid in de wijk nam toe. 'Want je slaat geen banken kapot die
je zelf hebt neergezet en trekt geen struiken uit de grond die je
zelf hebt geplant', aldus Derk. Tijdens de rellen van de afgelopen
weken bleef het in deze voorheen door criminaliteit geteisterde wijk
opmerkelijk rustig wat de Zweedse schrijfster en liberaal politica
Tove Lifvendahl op 22 mei j.l. de optimistische tweet ontlokte: Is
Hovsjö van Patrik Derk een rolmodel?
vrijdag 31 mei 2013
Lofzang op het Zweedse platteland (met een paar kanttekeningen) FLOW magazine (special 2013)
Een lofzang op onze jaren op het Zweedse platteland. (Met een paar kanttekeningen)
Klik op onderstaande link voor de hele reportage.
"Ta det lugnt - Simpel leven op het Zweedse platteland"
Flow magazine special.
Klik op onderstaande link voor de hele reportage.
"Ta det lugnt - Simpel leven op het Zweedse platteland"
Flow magazine special.
zaterdag 27 april 2013
Borstenprotest (Trouw 27-04-2013)
Yes Elma Drayer! Je slaat de spijker op zijn kop! De protestbeweging Femen krijgt veel te weinig aandacht en bemoediging in Nederland. Terwijl hun acties prachtig en ontroerend zijn. Deze vrouwen trekken niet op een gratuite manier aandacht voor de goede zaak maar manifesteren zich krachtig vanuit hun vrouwelijkheid en kwetsbaarheid. Ik vind het adembenemend mooi om te zien. Dat dit te weinig wordt onderkend in Nederland komt omdat de Nederlandse media geregeerd worden door mannen.
Abonneren op:
Posts
(
Atom
)







































.jpg)





