dinsdag 12 april 2016

Lezing TU Delft: Mobiele straling gevaarlijk? (21-04-2016 a.s.)




















Wat goed! De TU Delft organiseert binnenkort via Studium Generale een lezing over gezondheidsschade veroorzaakt door mobiele apparatuur! Een must-hear voor alle ouders, docenten en schoolbesturen. Gaat allen 21 April 2016!

Meer info over de lezing via deze link

Achtergrond:

De meerderheid van al het onafhankelijke onderzoek toont aan dat straling van mobiele apparaten zoals smartphones, tablets en draadloze laptops schadelijk is voor de gezondheid en kan leiden tot o.m. kanker en onvruchtbaarheid.  Onderstaande afbeelding uit een studie van Dr. Henry Lai van de Universiteit van Washington toont aan dat studies die door de industrie zelf betaald worden een heel ander beeld geven over de veiligheid van draadloze techniek dan die door onafhankelijke instituten uitgevoerd worden.
















Met haar hoge bevolkingsdichtheid is Nederland een land waar burgers kwetsbaar zijn voor schade veroorzaakt door te veel en te hoge stralingswaarden. Helaas geven Nederlandse media en overheden geen eerlijke informatie over de risico's van straling omdat zij hun ziel aan de Telecomindustrie verkocht hebben. De overheid verkocht haar luchtruim voor 6 miljard Euro aan de Telecombedrijven in ruil voor zwijgzaamheid over de gezondheidsrisico's terwijl kranten de afgelopen jaren veranderd zijn in reclamefolders voor de Telecomindustrie.

Daardoor maken onwetende burgers, scholen en bedrijven ongeinformeerde beslissingen. Tieners lopen onbekommerd rond met hun mobieltjes, terwijl hun bloedcellen al na 45 seconden beginnen te klonteren en steeds meer scholen geven hun leerlingen een mooie ipad te leen terwijl hun concentratievermogen en vruchtbaarheid daar ernstig onder lijden.

Voor meer eerlijke achtergrondinformatie verwijs ik naar De Stichting Kennisplatform EMS en deze recente documentaire uit Australie waar regering en media net als in Nederland de feiten verdoezelen door belangenverstrengeling tussen overheden, media en industrie.


zaterdag 16 januari 2016

Gezondheid leerlingen ernstig bedreigd door draadloze techniek op school















Zweden is internationaal koploper in de ontwikkeling van draadloze techniek en een stuk verder in de toepassing daarvan in het dagelijks leven dan we in Nederland gewend zijn. Zij is er trots op haar leerlingen vanaf 14 jaar een glimmende mac air cadeau te kunnen doen en in winkels nu ook met je mobieltje te kunnen betalen. De commercie maakt dankbaar gebruik van oude en nieuwe Zweedse waarden als zij beleidsmakers influistert dat 'Elk kind toch recht heeft op gratis draadloos internet en papiergebruik maar milieuvervuiling is'.

Maar is deze koplopersfunctie werkelijk een zegen? Al sinds de jaren 90 roepen honderden wetenschappers, artsen en experts  regeringen en internationale beleidsorganisaties jaarlijks op om de invoering van draadloze techniek in de openbare ruimte een halt toe te roepen omdat overduidelijk uit onderzoek naar voren komt dat mikrogolven schadelijk zijn voor alles wat leeft. De internationaal bekende Zweedse wetenschapper Olle Johansson stelde onlangs op een lezing in Göteborg dat er sinds de jaren 70 25.000 tot 30.000 wetenschapelijke rapporten zijn verschenen die aantonen dat electromagnetische velden mensen schaden. Desondanks rolt de industrie een deken van zendmasten over onze aarde uit terwijl politici en media wegkijken. Bang om de belangen van onze nationale industrie tegen te spreken, bang om consumenten te confronteren met een ongemakkelijke waarheid, bang om als eerste toe te geven dat de staat grote fouten gemaakt heeft door het luchtruim voor veel geld te verkopen aan een ziekmakende luchtvervuilende industrie, bang om artikelen te schrijven waarbij de grote sponsoren uit de telecomindustrie of betalende consumenten weglopen.

De Zweedse volksgezondheid lijkt sinds 2010 sterk verslechterd. Het aantal ziektedagen per persoon per jaar is opgelopen tot 10,3 dagen met een prognose van 13 dagen per jaar in 2020 en de ziektekosten uitgekeerd door de sociale verzekeringsbank zijn sinds 2010 1,7 miljard Euro meer dan begroot. Geschat is dat dit begrotingstekort tot 2016 zal oplopen met 0,5 miljard Euro. In Zweedse media wordt druk gedebatteerd hoe het tij te keren zonder acht te slaan op de exponentiele groei die het gebruik van draadloze techniek in diezelfde jaren tussen 2010 en 2015 heeft doorgemaakt.

In Nederland is het beeld ondoorzichtiger. Ziekteverzuim wordt door wetgeving sterk beteugeld en of de stijging van de ziektekosten het gevolg is van een verslechterde volksgezondheid of van commercie in de zorg is niet met zekerheid te zeggen. Toch geven veel mensen aan last te hebben van typische symptomen die in onderzoek in verband gebracht worden met intensieve blootstelling aan draadloze techniek: Chronische vermoeidheid, doorlopend grieperig of verkouden gevoel, spier-en gewrichtsproblemen, diabetes, hoofdpijn, trillerigheid, slechte concentratie, slechte nachtrust, slechter zicht, bloeddoorlopen ogen en/of druk achter de ogen, spontane bloedneuzen, agressief en/of geprikkeld gedrag, jeukende plekjes in het gezicht en tintelende vingertoppen. Dat kan ook niet anders. We hebben het de afgelopen 100 jaar in Nederland kunnen stellen met 150 masten voor radio en tv. De laatste 15 jaar hebben we er vrolijk 200.000 masten voor draadloze techniek aan toegevoegd die een stuk belastender zijn voor ons systeem dan de oude masten voor radio en tv.

Daarbij hebben we ook nog eens miljoenen zendmasten onze huizen binnengehaald. We zijn een land geworden met zoveel wifi hotspots als er inwoners zijn. Ik ben zelf gaan meten en wat schetste mijn verbazing? De dect telefoon van mijn schoonmoeder straalde in haar huiskamer tot 2000 keer zo veel als het sterkste punt dat ik vanaf de grond mat bij een mast in de buurt van mijn werk. Deze telefoons zijn wolven in schaapskleren en zouden direct verboden moeten worden. Hij staat gezellig op het kastje naast je luie stoel of je bed maar straalt alsof je met je hoofd vlak naast de zender van een telefoonmast zit waarvan algemeen bekend is dat je daar beter een meter of 500 bij uit de buurt kunt blijven.

Hoewel de dect telefoon alle records breekt, geldt vrijwel hetzelfde voor wifirouters, magnetrons, babyfoons, slimme meters in de meterkast en, wekkerradio's, Let verder op de extreem hoge straling die mobieltjes en tablets uitzenden als ze niet op de vliegtuigstand staan. Die kan oplopen tot een triljoen (een met 18 nullen) keer de natuurlijke achtergrondstraling. en overschrijdt wel tot 1.000.000 keer de norm die veel wetenschappers beschouwen als een biologisch veilige norm.

Gezond en fit blijven in een wereld waarin we zo intensief van alle kanten bestraald worden, kan een dagtaak worden waar niet meer tegen op te werken valt met sporten, mediteren, superfood of recepten uit de steentijd, laat staan als je die verzamelt via je stralende keukentablet.

De belangrijkste verbeteringen die je zelf direct kunt aanbrengen zijn: De dect telefoon vervangen door een ouderwets bedraad exemplaar of desnoods door een mobiele telefoon die je standaard op vliegtuigstand hebt staan en je draadloze internet vervangen door een ouderwets bekabeld systeem dat geen enkele straling veroorzaakt. Daarmee verdwijnen er per huishouden twee schadelijke zendmasten uit ons milieu. Dat is met name in Nederland nodig omdat zij met haar hoge bevolkingsdichtheid zeer kwetsbaar is voor de gezondheidscatastrofe die ons te wachten staat als we niets doen aan de huidige ethervervuiling. Verder zijn er tal van handige producten beschikbaar die de straling tegenhouden zoals speciale hoesjes voor je mobiel en allerlei materialen zoals stof, verf en plakplastick te koop waarmee je in elk geval je huis stralingsvrij kunt maken. Zelf experimenteer ik momenteel met het maken van orgonite, een materiaal dat de schadelijke straling van draadloze techniek omzet in een vorm die het lichaam kan verdragen. Een zeer boeiend proces! 

Maar straling die volgens zo veel wetenschappers schadelijk is moet natuurlijk gewoon verdwijnen zo lang er geen gegarandeerd veilige toepassing voor is. De huidige Wild West situatie waarbij burgers door staatscowboys en captains of industry als proefkonijnen gebruikt worden in een gigantisch stralingsexperiment is volstrekt onethisch en in strijd met de rechten van de mens. Daarom heb ik het om te beginnen in Zweden middels een debatartikel opgenomen voor de rechten van een uiterst kwetsbare groep die zich niet meer kan onttrekken aan dagelijkse bestraling: Leerlingen met schoolplicht. Een vertaalservice van het artikel naar het Engels of andere Europese taal is beschikbaar via dit internationale portaal over electrosmog.

Mijn debatartikel werd resoluut en vaak binnen een half uur zonder commentaar geweigerd door de mainstream mediakanalen. Gelukkig werd het opgepakt door Nya Dagbladet, een van de weinige Zweedse kwaliteitskranten die niet afhankelijk zijn van inkomsten uit de telecomindustrie. Het is natuurlijk te gek voor woorden dat liefhebbende ouders zoals ik overal ter wereld in hun vrije tijd het werk doen dat dik betaalde beleidsmakers laten liggen. Maar blijkbaar is dit de weg die we moeten gaan. In Zweden, het land waar techniek bijna religieuze vormen heeft aangenomen, is mijn artikel via facebook inmiddels al meer dan 750 keer gedeeld. Dat is heel goed nieuws en een stap in de goede richting!


donderdag 17 september 2015

Wireless technology serious health risk for schoolchildren and pregnant women




Former Microsoft chef Frank Clegg:


' Never allow a child to be close to a connected mobile phone or tablet.'










Dear parents from all over the world,


190 scientists from 39 countries seriously requested the United Nations and World Health Organisation recently to protect children and pregnant women much better against the obvious health risks of wireless technique.

Microwaves from wireless devices are harmful
The intellectual debate is over, the vast majority of scientific research shows that microwaves from wireless technique are harmful. The biggest insurance companies like Lloyd of London don't take the risk of covering damage caused by them. The point is that our national and international governments are way more ambitious in protecting their economy than our health. The similarity to the banking crisis is striking; a harmful unhealthy system is growing bigger and bigger and coming our way with no national nor international authorities who are able to turn the tide.

Extremely high radiation levels in schools
Radiation levels in schools exceed those at home enormously, depending on the amount of devices which are connected to the wireless network.. Since schools became hubs of wireless devices with hundreds or thousands of mobile phones, ipads and notebooks (even in the busiest offices you don't find so many wireless devices per square meter!) they turned into concentration points of extremely high radiation levels. An insane situation because children need to be protected much more against radiation than adults.

Parental action is needed!
As we parents remain as passive and silent as the authorities than we might wait, like in the banking crisis, until it is too late. Only this time the price we'll pay won't be a bad economy but the damaged health of our children. Therefore, we must act now, join our parental strength and demand that we'll be honestly informed and wifi and cell phones in schools will be removed. Please inform yourself with the following knowledge of the many scientists whose publications are thoroughly kept away from the public domain out of fear that it will damage our national or personal economies.

Why this silence?
Governments remain silent because of the money they make with auctioned frequencies and the economic impulse of the wireless industry.
The industry remains silent, well,... we understand all why.
The newspapers remain silent because they cannot miss the advertisement money of the industry

link:
May 2015 appeal: 190 scientists from 39 countries calling UN and WHO for protecting citizens better against EMF

International EMF Allinace (IEMFA)



woensdag 18 februari 2015

Antipestprogramma's?












Op de voorpagina van TROUW lees ik dat staatssecretaris Dekker van Onderwijs het heeft over 'effectieve antipestprogramma's', methodes waarvan wetenschappelijk is bewezen dat ze werken.
Waarom worden antipestmethoden door politici zo serieus genomen? Zien zij niet dat deze programma's, ongeacht de kwaliteit, een vorm van sociale chirurgie zijn waarbij het gezwel verwijderd wordt zonder de oorzaak daarvan aan te pakken? 
Pesten ontstaat bij gebrek aan positieve leiding van volwassenen. Zowel in kwaliteit als in kwantiteit. Zo eenvoudig is het. Kinderen gaan niet klieren als zij intensief begeleid worden door volwassenen die voldoende aandacht hebben voor compassie en verbinding en conflicten positief kunnen hanteren. Maar één leraar die slechts is opgeleid voor cognitieve vorming, 30 kinderen klaarstoomt voor de CITO-toets en de helft van zijn tijd kwijt is aan ambtelijke rapportages heeft geen tijd en competentie voor het ondersteunen van sociale processen.
Een overheidscomissie heeft inmiddels 61 ant-pestprogramma's bestudeerd en er 48 afgekeurd, er worden speciale 'pestprofessoren' aangesteld. Wat een geld en tijd gaat er verloren. Politici en ambtenaren zouden zich al deze moeite kunnen besparen door een paar simpele investeringen: Meer  aandacht voor sociale processen op docentenopleidingen, minder kinderen per docent en minder ambtelijke taken voor leraren. Enne...o ja, geef die kinderen, net als in de andere EU-landen, overdag gewoon een warme maaltijd. Het kost maar 2 Euro per dag per kind en ze worden er een stuk gezelliger van.

maandag 12 januari 2015

Vrijplaats Rugby Club Delft (Uit: 40 jaar RC Delft)

De eerste keer dat ik hem zag vond ik hem maar een patsertje. Twee jaar jonger dan ik, maar wat een grote mond had hij, in een leren jack dat veel te veel glom om echt stoer te zijn. 
Desondanks toog ik met wat vrienden naar Rugby Club Delft om hem op het jaarlijkse stratentoernooi te zien rugbyen. Mijn afkeer sloeg om in verliefdheid toen hij vuile rugbyliederen scandeerde in de troonzaal van kasteel Heemstede. De branie waarmee hij het 100 koppig publiek van onze school ertoe bewoog zijn act mee te doen, wekte mijn bewondering, zijn niet aflatende inspanning anderen aan het lachen te maken, mijn sympathie. Soms kwam ik hem tegen in de stad. Meestal bevond hij zich in een gezelschap waar geen pijl op te trekken was. Mannen van 16 tot 60, van boomlang tot klein, van breed tot smal, van loodgieter tot professor en van spijkerjackie tot smoking met gele das. De verbindende factor in dit onsamenhangende gezelschap was dat het om de haverklap een daverend lachsalvo uitstootte. De mannen van Rugby Club Delft. Behoorlijk intimiderend als groep maar stuk voor stuk erg aardig. Stoer zonder zich daar op voor te staan.

Mijn liefde voor het patsertje bleek wederzijds maar kon aanvankelijk moeilijk wedijveren met de liefde voor zijn club. Op subtiele wijze poederde hij mij af om speelruimte te behouden (Nee joh! Ik ben helemaaaaal niet verliefd op je, nooit geweest trouwens!). Teleurgesteld trok ik mij terug in het Amsterdamse waar ik, trainend bij Amstelveen en Ascrum, al snel nieuwe rugbyers om mij heen verzamelde. Het leek me dat je rugby best als leidraad in je leven kon nemen, als een soort kwaliteitskeurmerk. Weet je wel, rugbyers waren gemiddeld genomen beschaafd, grappig, niet al te serieus en sterk zonder kapsones. Wat wil een mens nog meer? Ik feestte er op los totdat Zeno het welletjes vond, mij schaakte in een pick-up truck en mee terugnam naar Delft.

Vanaf mijn 22e kwam ik wekelijks op Rugby Club Delft. Daar liepen nog meer mannen uit de woest aantrekkelijke Winkels clan: Harry de voorzitter, Club-bard Ad, Obbe aanstormend international (en wat neefjes die toen nog geen mannen genoemd konden worden wegens hun leeftijd en voetballerij!). Ik ontmoette er sympathieke, bijzondere en excentrieke mensen die samen een een zeldzaam verbonden volkje vormden. De club was en is nog steeds een oase in de gevestigde orde van de maatschappij waar het een ieder met een goed idee vrij staat dat in de praktijk te brengen. Dat kan zijn: Een groene zeepglijbaan, een varkensrace, een geweldige Elvis-imitatie, een groepswork-out op een benzinestation een taartenbakwedstrijd of een onbegrijpelijke performance van 'Le Directeur'. Onlangs werd Dirck-Jan nog op marktplaats te koop aangeboden, als oude prop, om het idee van mensenhandel te omzeilen.

Op een zaterdagavond, mijn dienst als nachtportier zat erop, besloot ik even langs de club te fietsen. Los Chaos, de clubband met meer leden dan de club rijk is, zou optreden en er was een Engels legerteam op bezoek. Dat beloofde veel goeds. Het eerste wat ik zag toen ik nietsvermoedend de deur openzwaaide was de vrouw van Henk van Houten die door de kantine walste met een compleet naakte soldaat in haar armen. De witte plooirok van Henks immer gesoigneerde vrouw zwierde sierlijk in het rond net als het geslachtsdeel van haar 40 jaar jongere danspartner. Ze leek niet dronken, de vrouw van Henk. Haar haar zat strak in de lak, haar rode blousje netjes dichtgeknoopt en haar lippen glommen alsof ze ze net in de toilet had gestift. Stoïcijns leidde zij haar soldaat naar alle uithoeken van de dansvloer waar zich nog meer blote soldaten ophielden. Ze kletsten of dansten met een biertje in de hand terwijl de rest van de bezoekers gewoon aangekleed was. In een poging mij ervan te verzekeren dat ik niet de enige was voor wie deze aanblik ongewoon was, keek ik om mij heen. Maar wie ik ook aankeek, men knikte men mij slechts gemoedelijk toe. 'Hee ook hier? Gezellig he!' Deze bijeenkomst was al uren aan de gang en iedereen scheen er volkomen mee op zijn gemak.

Dat naaktlopen kleeft wel een beetje aan rugby. Heb ik weinig moeite mee gehad. Mijn vader, een notoir naturist, ontving Zeno op zijn eerste afspraakje bij hem thuis doodleuk in zijn nakie. Dus wat streakers hier en daar of een Zumba (voor rugbyers geen Zuid-Amerikaanse work-out maar een striptease-ritueel waarin een teamgenoot om wat voor een reden dan ook naakt de bar bestijgt) was voor mij business as usual. Toch is RCD geen plek voor ordinaire naaktlopers. Ik ken geen spel dat intelligenter, gevariëerder, gedifferentiëerder en gelaagder is dan rugby. In haar wezen is het een sympathiek en sociaal spel doordat het van haar spelers diversiteit aan kracht en inzicht vraagt. Met andere woorden: Voor elk type mens is er wel een plaatsje onder de rugby-zon. En dan is er de eendracht, het 'schouder-aan-schouder-gevoel', de wetenschap dat het team je altijd dekt als je iets stoms doet. Ja, rugby is werkelijk een humane en liefdevolle tak van sport.

Wij gingen eigenlijk naar de rugby zoals mijn opa en oma naar de kerk gingen. In plaats van een preek kregen wij wekelijks een wedstrijd met natuurwetten over kracht, leiderschap, doorzetten, strijd en eerlijkheid. Interessante materie die elders in het leven minder belicht werd. Net als in de kerk was er het ceremonieel rondom de inhoud: Het poortje van spelers waarin men zijn tegenstander toeklapt, het respectvol samenzijn met toespraken, giften en gezang (hoewel iets minder vroom dan psalmen).
Rugby Club Delft is een eigentijdse kerkgemeente maar dan rauwer, misschien eerder een Indianenclan waar mensen de naam dragen van het voorwerp dat hun ziel reflecteert: Snickers, Pak vla, Pino, Kliko, Poephoofd, Tegel, Plavuis, de Bolle, de Maori bullet of Paling. Net als bij zo'n Indianenstam zijn er aan het begin van de dag twee vragen mogelijk: 'Moeten we op jacht of gaan we feest vieren?' En als zij op jacht gaan, dan is dat niet op koopjes in de mediamarkt of op een oldtimer maar echt, buiten op het gras waar zij worstelen met de de elementen aarde, water, lucht en vuur. Daarna komen zij terug, gloriërerend of hun nederlaag incasserend, maar altijd samen.

Toen kwamen er kinderen en Zeno praatte mij als een rugbycaptain door mijn weeën heen. Vol zelfmedelijden zat ik op de bank maar Zeno kende geen genade. Hij had dit varkentje eerder gewassen. 'Sta op en pak die pijn Wendy! Je bent er bijna en dan moet je doorgaan tot je bij die trylijn bent! Ogen open, kop omhoog en kijk me aan!' Aangemoedigd door dit enorme vertrouwen werden de kinderen geboren. Ik drukte ze niet op de grond maar aan de borst en zo werden ze groot. It takes a village to raise a child. Rugby Club Delft was die village. Daar gingen onze kinderen zich te buiten aan onalledaags wild spel. Een speeltuintje werd geplaatst maar de scrumbok was natuurlijk leuker. Welwillende ouders waren altijd bereid een handje toe te steken in de opvoeding (En nu GVD die tackelkussens opruimen schorem!) Soms probeerde (meestal) een moeder verandering aan te brengen in de grove mores van weleer. 'Niet met je voeten op die tafel', hoorde je dan. Wist zij veel dat een telg uit het geslacht der Amorisons nog geen week eerder een liter bier in vergaande staat van ontbinding over diezelfde tafel gespruwd had, om het vervolgens bijeen te schrapen, terug in het glas te vegen en in één teug weer tot zich te nemen.

Ach, opvoeden is eigenlijk geen issue als je samen met kinderen sport. Dan ben je zo dicht bij ze, in wat ze doen en waar ze van houden dat instructies eenvoudig beklijven. De moeder van Maarten verzuchtte eens: 'Ik heb als docent zo veel cursussen gevolgd over leiderschap maar ze hadden me beter op rugbytrip kunnen sturen. Ongelofelijk hoe zo'n troep jonge honden in de pas loopt als ze intrinsiek gemotiveerd zijn.' En zo is het, als kinderen met hun ouders mee op jacht mogen, worden ze vanzelf groot. En daarom houd ik zo van Rugby Club Delft, het is een enclave waar het leven lichter, makkelijker en eenvoudiger verloopt dan in de wereld daaromheen. Als je geen zin meer hebt in die vaat die je vanaf het aanrecht aangaapt dan koers je richting RCD om even legitiem naar de einder te turen of gewoon wat in het wilde weg te ouwehoeren. Niet dat er niet gewerkt wordt trouwens, ik ken geen andere plek waar men zo gecommiteerd bezig is als op Rugby Club Delft, zowel in het veld als daarbuiten. Een training aan zes turven, een mozaïek in de wc, tosti's maken, bier tappen, trainingsschema's opstellen, een nieuwe keuken aanleggen, tafels zagen, het dak bedekken, tegelen in de kleedkamers. Iedereen geeft wat hij heeft zonder voorbehoud. Het is storten in een bodemloze put maar wat een goed gevoel geeft dat. Op Rugby Club Delft leeft jong en oud harmonieus samen vanuit een gedeelde liefde voor de jacht, het avontuur en het 'schouder-aan-schouder-gevoel'. Dat is wat ons drijft.

Bovenstaand artikel schreef ik voor het lustrumboek van Rugby Club Delft dat onlangs verscheen naar aanleiding van haar 40-jarig jubileum. Dit prachtig vormgegeven boek vol epische beelden en verhalen uit 40 jaar RCD is voor 12,50 te verkrijgen bij Rugby Club Delft.



vrijdag 21 november 2014

Talking about safe birth


'Don't tell us what safe birth is about as long as we haven't fully explored the potention of womens authonomy in birth as well as the tremendous risks of trying to controll that process. In the meantime, we should watch women a lot closer and take their wishes a lot more seriously.'



maandag 21 juli 2014

FLOW 2014: Langzaam leven in Zweden: 'Wie Feriën in Büllerbu' en 'Don't hurry be happy'


In FLOW-magazine deze maand dubbel aandacht voor ons leven in Zweden. In de Duitse FLOW mijn artikel 'Wie Feriën in Büllerbu.

In de Nederlandse FLOW interviewt journaliste Irene Ras mij in haar artikel 
'Don't hurry, be happy'.














Duitse FLOWnr.4 2014

vrijdag 20 juni 2014

Feel-good Amish-inspiratie voor een gelukkig en eenvoudig gezinsleven


Amish familie in Pennsylvania













Een droom van velen: Een gelukkig, eenvoudig bestaan leiden.

Voor de Amish lijkt het simpel. In Midden-Amerika leven zij in besloten gemeenschappen volgens 300 jaar oude tradities. Kinderen gaan alleen naar de basisschool omdat dat voldoende voorbereiding biedt voor de Amish 'way of life' Men gebruikt geen electriciteit omdat technologie maar afleidt van de werkelijk belangrijke en vreugdevolle zaken van het leven. Men besteed tijd aan de basale dingen van het leven, het huishouden, landarbeid, het naaien van kleding, het bouwen van huizen en vervaardigen van meubels. Al het werk van de Amish komt de gemeenschap en haar onderlinge verbondenheid ten goede. Wat dat oplevert is te zien in onderstaande documentaire waarin Britse jongeren de Amish lifestyle verkennen. De vreugde, waardigheid, onschuld bescheidenheid en liefde die de Amish in deze documentaire tonen, zijn ontwapenend en bijna ongekend in onze tijd. Ze doen de onbeholpenheid en geëxalteerde maniertjes van hun stadse leeftijdgenoten verbleken. Uitspraken van de Amish over hun ervaring met technologie  ('Ik voel me opgejaagd' 'Ik voel me leeg') demonstreren haarscherp de mankementen van onze moderne samenleving. Er valt natuurlijk best het één en ander af te dingen op het Amish bestaan maar de blijmoedigheid van de Amish vind ik enorm inspirerend en zorgt er voor dat ik al dagen met een intens tevreden gevoel rondloop over mijn eigen beperkte bestaan. Mooi en ontroerend is het einde van de documentaire waarin de Londenaren vertellen hoe het bezoek aan de Amish hun leven diepgaand beinvloed heeft.

Klik op onderstaande link om de documentaire te bekijken. Engels gesproken, Zweedse ondertiteling.
Leva som Amish (Leven zoals de Amish) van SVT Sverige

Ook mooi (Nederlands ondertiteld) is onderstaande documentaire die de EO onlangs uitzond. Iets minder sterk dan bovenstaande film omdat dit Amish gezin meer gebruik maakt van de moderne maatschappij dan de gezinnen uit de eerste documentaire. Je ziet ze boodschappen doen in een grote Amerikaanse supermarkt en pizza eten in een fastfood restaurant. Hun Amish leefwijze krijgt daarmee een zweem van 'cherry-picking'. Desalniettemin is de liefde en aandacht voor elkaar in dit gezin een genot om naar te kijken. Bijzonder om te zien, is hoe de vrouwelijke documentairemaker de vrouw des huizes maar blijft doorzagen over haar vermeende inferioriteit. Op de vraag: 'Maar wat vind je er dan zelf van dat jij bijna al het huishouden op je neemt en je man dient?' antwoord zij met een brede zelfverzekerde glimlach: 'I think it's perfect'

Amish A secret life 
 


maandag 16 juni 2014

Jaloezie als inspiratiebron? (Trouw Brieven 16-06-2014)

Illustratie: Alberto Ruggieri via Getty Images















Wat een onaangenaam gedachtegoed verspreiden Sebastien Valkenberg (Tr. 02-06 jl.) en Pieter Hoexum (Tr. 13-06 jl).door te stellen dat ongelijkheid een inspiratiebron kan zijn. Dat laatstgenoemde Nietzsche en Kant van stal haalt om aan te tonen dat na-ijver een drijfveer is van (met name economisch) wenselijk gedrag laat vooral het failliet zien van deze oude denkers voor onze moderne tijd. Laten we hopen dat de denkers van de toekomst hun inspiratie halen uit verhevener idealen. De wil om goed te doen bijvoorbeeld, voor zichzelf en hun naasten. Nee, doe mij dan toch maar Jezus.  


woensdag 21 mei 2014

Vertrouw bij geboorte meer op kracht vrouw (Parool, Het laatste woord 19-05-2014)


Frozen flash-mob Museumplein Amsterdam 18-05-2014 Tegen conservatieve medicaliserende overheidsbeleid in geboorte-zorg.










Welke vorm van geboorte-zorg is het veiligst? Al jaren woedt daarover een verhitte discussie in Nederland. Uit Europees onderzoek in 2003 en 2008 kwam naar voren dat de babysterfte in Nederland relatief hoog was. 
Sindsdien koerst onze overheid onder druk van ziekenhuizen en specialisten af op een zorgsysteem waarin vrouwen steeds intensiever medisch begeleid worden. De vraag is: Waarom? Want het is beslist twijfelachtig of Nederland wel zo’n hoge babysterfte heeft, laat staan dat is aangetoond of een medisch model van zorg daar het beste antwoord op is. 

Onlangs nuanceerden zes specialisten de hoge babysterfte in Nederland door er op te wijzen dat 78 procent van de Nederlandse babysterfte onder vroeggeboren baby’s is. Sterfte die geen verband houdt met zorg bij de bevalling maar eerder met het feit dat andere landen sterfte voor 24 of 28 weken niet meetelt en dat Nederland minder aan prenatale screening doet. Wat betreft de sterftecijfers rondom de uitgerekende datum is Nederland Europees gezien een middenmoter waaruit niet afgeleid kan worden of een thuisbevalling veilig is of niet, aldus hoogleraar eerstelijnszorg Victor Pop deze maand in de Volkskrant. 

Desondanks zag de Nederlandse overheid aanleiding om de geboorte-zorg op de schop te nemen. Het College Perinatale Zorg kreeg in 2011 de opdracht de verondersteld hoge sterftecijfers terug te dringen. Maar het College vervalt samen met ziekenhuizen en specialisten in een conservatieve reflex om geboortes steeds meer onder medisch toezicht te stellen.
De wetenschappelijke verloskunde draait al 200 jaar om de onderzoeksvraag: ‘Wat kunnen wij specialisten via controle en medische interventie betekenen voor vrouwen?’ Wonderlijk, gezien het feit dat dat bevallen voor 95 tot 100 procent draait om de natuurlijke kracht en mogelijkheden van vrouwen. Toch veroordeelt deze vraag bijna alle vrouwen in technologisch ontwikkelde landen er toe hun kind op volstrekt onnatuurlijke wijze te baren. Zo worden zij liggend op hun rug gedwongen hun kind er tegen de zwaartekracht in uit te persen. Vanzelfsprekend lukt hen dat zelden op eigen kracht. 

Deze passieve vorm van verlossen met de zorgverlener in een actieve glansrol is een volledig geaccepteerde praktijk geworden. De inefficiëntie en het gevaar ervan komen nauwelijks tot uitdrukking in wetenschappelijk onderzoek maar worden afgewenteld op de meest kwetsbare groepen binnen de geboortezorg: vrouwen, kinderen en verloskundigen. Problemen die zich voordoen in het ziekenhuis worden bijna zonder uitzondering geweten aan de falende fysieke toestand van moeder en kind of aan tekortschietende hulp van de verloskundige. ‘Vacuümextractie door uitputting’, ‘cortonenpathologie’ of ‘keizersnede wegens stuitligger’ is er dan te lezen in het bevallingsrapport. De gynaecoloog is in dit scenario altijd de redder in nood (’Gelukkig maar dat u in het ziekenhuis was mevrouw, anders had u het nooit gered.’) en de verloskundige het zwarte schaap (’U had veel eerder naar het ziekenhuis moeten komen!’). De kern van het probleem echter is dat natuurlijk bevallen onmogelijk wordt binnen een systeem dat slechts technische verlossingen faciliteert. 

Er zijn tal van veelbelovende onderzoeken die laten zien dat we grotere stappen voorwaarts kunnen maken in veiligheid, humaniteit en kostenbesparing met een systeem dat de eigen kracht en mogelijkheden van vrouwen centraal zet. Met name uit Amerika, waar de negatieve bijwerkingen van de extreme medicalisering (hogere moedersterfte en hogere sterftecijfers rondom de bevalling) zich al veel scherper hebben afgetekend dan in Nederland. Zo leidde de inzet van een simpele bevallingscoach tot een spectaculaire verlaging van zware medische ingrepen, waaronder de helft minder keizerssneden. Heel wat beter dan de halve promillen vooruitgang die we nu langs de oude weg boeken. Zo lang men daar niet naar kijkt, is de Nederlandse verloskunde niet meer dan een geloof in technische controle en medische interventie. 
Dat maakt de koers van onze overheid voor een integraal medisch model van zorg ook zo conservatief en weinig innovatief. Gebruik maken van de eigen kracht van vrouwen in geboortezorg is vooruitstrevend, visionair, energiebesparend, duurzaam, humaan en geëmancipeerd. Nederland heeft hier de kans om mondiaal een voortrekkersrol te vervullen en zich aan te sluiten bij het progressieve menselijke beleid waarvoor ook Canada en Nieuw-Zeeland inmiddels gekozen hebben.